Amsterdamse jeugdhulp neemt het 'niet-pluis'-gevoel serieus

Gemeenten als Rotterdam en Almere willen in elke wijk een 'centrum voor jeugd en gezin' waar ouders direct advies kunnen krijgen over opvoeding. In Amsterdam werken die centra al. En met succes.

Malika Lamallem, beheerster van de speel-o-theek haalt een moeder over om een houten klok mee te nemen voor haar zoontje van drie. De klok kan hij uit elkaar halen en weer in elkaar zetten. Het jongetje begint er meteen mee te spelen, de moeder kijkt ongeïnteresseerd toe. 'Ze wilde een puzzel voor hem meenemen die te makkelijk voor hem is', zegt Malika Lamallem later. 'Ik heb uitgelegd dat hij speelgoed nodig heeft dat hem uitdaagt. En ook dat zij met hem mee moet spelen om het leuk te maken.'

De speel-o-theek waar Malika Lamallem werkt, zit naast het consultatiebureau. Daar kleden moeders hun kinderen uit op fel oranje aankleedkussens. De speel-o-theek heeft oranje kasten. Achter een oranje deur hebben opvoeddeskundigen een kantoor. Bij het kraamzorgbureau en de verloskundigenpraktijk, vijf minuten fietsen verderop, komt die oranje kleur weer terug. 'Wij horen bij elkaar', willen de instellingen uitstralen.

De 'oranje' instellingen vormen samen een van de vier Ouder-en-kindcentra (OKC) in Amsterdam-Noord. In die centra werken alle mensen en instellingen in een wijk die met kinderen te maken hebben samen. Ouders kunnen er terecht met kleine en grote problemen. Door de intensieve samenwerking worden ze snel geholpen, of doorverwezen naar de juiste persoon. Amsterdam-Noord (90.000 inwoners) opende twee jaar geleden als eerste twee Ouder-en-kindcentra en onlangs nog twee. Het concept wordt inmiddels gekopieerd in de rest van Amsterdam (de bedoeling is in elke wijk een centrum) maar ook daarbuiten (Almere, Rotterdam, Apeldoorn).

'Gisteren', zegt Anneke Kesler, coördinator van het stedelijk projectteam en voorheen consultatiebureau-arts, 'kwam een moeder op het consultatiebureau met een kindje van tweeënhalf dat maar niet wilde praten. Ze kon meteen naar de logopediste. Dat is zo veel eenvoudiger dan een afspraak over drie weken bij het audiologisch centrum ergens in de stad. Met het risico dat de moeder niet gaat.'

Vijftig jaar geleden, zegt Kesler, ging je met problemen naar de huisarts of naar de pastoor. Daarna werd de hulp steeds gespecialiseerder. 'Dat is goed, maar het is doorgeschoten. Ouders krijgen overal verschillende adviezen, en gaan rondshoppen. Het OKC maakt nu eigen voorlichtingsgidsen waar alle organisaties zich aan conformeren.'

Die samenhang moet je afdwingen, zegt Jocelyn Didde, OKC-coördinator in haar kamer op het stadsdeelkantoor in Amsterdam-Noord. Toen zij twee jaar geleden werd aangesteld om de centra in Noord op te zetten, zag ze dat in één wijk drie cursussen opvoedingsondersteuning werden gegeven; door het opbouwwerk, door het welzijnswerk en door het consultatiebureau. Iedereen deed het op zijn eigen manier en gaf andere adviezen. 'Zonde van het geld', vindt Didde. 'Ik zei: maak één cursus en laat pedagogisch geschoolde mensen die geven.' De welzijnsinstellingen moesten op een andere manier gaan werken en waren daar niet altijd blij mee. Didde lacht: 'Wij zijn de heksen van Noord.' Maar het stadsdeel zette door. 'Het is nu een subsidie-eis dat instellingen van tevoren overleggen over het programma-aanbod.'

Het Ouder-en-kindcentrum probeert ook de ouders te vinden die niet om hulp vragen. Dat zijn vaak ouders met de grootste problemen. Hun kinderen lopen vaak het meeste gevaar. 'Als het niet zo goed gaat met een kind of met een gezin, wordt dat meestal door verschillende mensen gezien', zegt Jocelyn Didde. 'Maar iedereen ziet een klein stukje van het verhaal. Dat stukje is vaak niet alarmerend genoeg om actie te ondernemen.' Neem de beheerder van een speeltuin die ziet dat een meisje van zeven steeds met haar broertje van vier en haar zusje van twee komt. Hij vindt de verantwoordelijkheid voor de twee kleintjes erg groot voor het meisje, maar verder ziet hij niet iets heel schokkends.

Meestal gebeurt er dan niets. De speeltuinbeheerder weet niet goed waar hij met zijn vage onrust naar toe moest. Je doet geen melding op basis van een gevoel. Didde: 'Zo denkt wellicht de kraamzorg ook, en de verloskundige, de lerares op school, de buurvrouw en de wijkagent. 'Het voelt niet helemaal pluis, maar ik kan niets hardmaken.'

In het OKC worden de 'niet-pluis'-gevoelens besproken. Bijvoorbeeld in een buurtnetwerkoverleg, elke zes weken, waarin iedereen zit die met kinderen werkt. 'En dat is geen vrijblijvend koffiedrinken', zegt Didde. 'We zorgen ervoor dat de afspraken worden nagekomen.'

Als in zo'n overleg wordt besloten dat er ernstige zorgen zijn over een kind, wordt gesproken met de ouders. Als dat onvoldoende oplevert, komt de zorgcoördinator van Vangnet Jeugd van de GGD in actie. 'Die mensen klimmen op de fiets en gaan naar de mensen toe', zegt Ankie Baller, hoofd Vangnet Jeugd. 'De situatie die ze aantreffen is soms dramatisch. Vaak is het pure armoede, geen vloerbedekking, geen gordijnen. Soms zelfs geen eten. Je hebt vluchtelingengezinnen met getraumatiseerde ouders, die geen idee hebben van de gewoonten in dit land en op de betonnen vloer van de flat hun potje koken. Je hebt gezinnen die diep in de schulden zitten.' Die mensen, zegt Baller, kun je niet een verwijsbriefje geven. Ze zeggen 'ja, ja', maar doen 'nee, nee'. Die mensen moet je naar de hulp toe leiden.'

De nieuwe aanpak in Amsterdam lijkt te werken. 'Door op locatie, met verschillende partners samen te werken, vliegen de meldingen omhoog', zegt Ankie Baller. Afgelopen halfjaar kreeg het Vangnet Jeugd van de GGD, waar in Amsterdam 'professionals' (politie, huisartsen, consultatiebureau-artsen, verpleegkundigen, verloskundigen en ziekenhuizen) zorgen over een kind of gezin kunnen melden, 100 meldingen per maand, twee maal zo veel als daarvoor. Een melding betekent dat er zorgen zijn, niet altijd dat een kind ook wordt mishandeld. 'De toename komt niet alleen door de OKC', zegt Ankie Baller. 'Er komen ook meer meldingen van de politie dan voorheen, omdat Vangnet Jeugd bekender wordt bij de politie. Maar de effecten zijn duidelijk.'

    • Sheila Kamerman