Weinig flair op het Dichtersbal

Op de eerste editie van het Gedichtenbal, aan de vooravond van Gedichtendag, werd Adriaan Jaeggi benoemd tot stadsdichter van Amsterdam.

'Dit is te mat', concludeerde de net benoemde eerste stadsdichter van Amsterdam, Adriaan Jaeggi. De vraag was of het Dichtersbal, de opening van het Weerwoordfestival, tot een traditie kan uitgroeien. De eerste aflevering, gisteren in Paradiso, legde bovenal de kinderziektes bloot. Over anderhalf jaar, aan het eind van zijn bewind, hoopt Jaeggi het beter te doen met een 'groot feest' in het Muziekgebouw aan 't IJ.

Het hybride programma zonder hart had vooral professionals naar het dichtersbal gelokt, werkzaam in het boekenvak en de media, en maar een plukje dichters en gewoon publiek. Menno Wigman, die zijn gedichtendagbundel De wereld bij avond presenteerde, noemde Paradiso eufemistisch 'een lastige zaal'. Wie verzint het ook om dichters te laten optreden in een ruimte waar de bar openblijft.

Jaeggi kwam al bij zijn derde gedicht nauwelijks boven het geroezemoes en gerinkel uit. Goed verstaanbaar was wel de verklaring van de wethouder Cultuur van het stadsdeel Centrum, dat ex-Volkskrant-columnist tot stadsdichter was uitgeroepen nadat hij in Het Parool voor instelling van het ambt had gepleit. 'Dat is Amsterdam', antwoordde Jaeggi, 'als je wilt dat er iets gebeurt, moet je het zelf doen.' Jaeggi was gekozen door 'een kleine groep vertrouwelingen' van het stadsdeel, aldus de wethouder. Waarop Jaeggi zich meteen afvroeg hoe hij de andere stadsdelen tevreden kon houden. 'Buitenveldert wil chique gedichten die lekker rijmen en Watergraafsmeer maakte het niet uit zolang Ajax maar wordt genoemd.'

Dat bleek. 'Jaeggi? Schrijft hij gedichten dan?' reageerde dichteres en kersverse Volkskrant-columnist Hagar Peeters (Watergraafsmeer). Dichter Alfred Schaffer kon wel een titel van Jaeggi noemen: Sorry dat ik het paard en de hond heb doodgeschoten. De benoeming vond Schaffer op zijn plaats. 'Hij is betrokken bij de stad.' Bezoekster Karin Welling, eerder op de avond winnares van de melige poëziequiz, vond het ambt maar niks. 'Dan krijg je van die narigheid als met Driek van Wissen.'

De Dichter des Vaderlands was ongewild onderdeel van het amateuristisch dieptepunt van het bal. Hij en drie andere dichters zouden overkomen van het Rijksmuseum - waar Gedichtendag officieel werd geopend met Rembrandtgedichten. Dichter na dichter werd aangekondigd, voordat bleek dat het viertal er niet was. Pas toen presentator Vitalski ophield met zijn geïmproviseerde acts en wanhopig een pauze aankondigde - en iemand van de organisatie riep: 'Ik stel voor dat we die hele fokking Rembrandt vergeten!' - betrad de Dichter des Vaderlands plots het podium.

Vlaming Vitalski maakte vervolgens bijna alles weer goed door zijn vermakelijk geflirt met Maria Barnas, dichteres en woordvoerder van de jury die de genomineerden voor de VSB-poëzieprijs bekendmaakte (zie kader). Bij haar opkomst vroeg ze hem naast haar bij het katheder te komen staan. Hij weigerde, onder het mom: 'Ik zie u ook graag langs de achterkant.' Barnas hield haar lachen niet, waarna er nog veel meer gevatte dialoogjes volgden. Toen het tweetal samen achter het zwarte achterdoek verdween, sprak de genomineerde dichter Mark Boog toevallig zijn gedichten 'Hoop' en 'Zonde' uit.

De nonchalante Boog leek nauwelijks in de zin van poëzie voorlezen te geloven. Nog minder flair toonden de genomineerden Peter Ghyssaert, Martin Reints en Roland Jooris, die hun breekbare denkpoëzie in zichzelf gekeerd ten gehore brachten. Energie op het podium toonde alleen de Amerikaanse slamster Celena Glenn, die imponeerde met direct aankomende regels: 'I want every man to open his shirt and allow my soul to kiss his chest.'

Het bal werd besloten met een klein uur schrijvers achter de draaitafels. Pas nadat Schaffer de Rolling Stones 'I come to your emotional rescue' liet zingen, waagden de eersten zich op de dansvloer.