Verhef gezondheid niet tot religie

Bij 'te dik' wordt te vaak gedacht aan een voedingsprobleem terwijl het veeleer een sociaal probleem is, meent Koos van der Bruggen.

De afgelopen tijd worden we overstelpt met alarmerende berichten over de gevaren van ongezond leven en met maatregelen om het gezonder aan te doen. Een paar weken geleden nog waren de 55-plussers aan de beurt om vermanend te worden toegesproken. Aanleiding was een onderzoek van de Vrije Universiteit. Ongezond leven zou vooral tot uiting komen in ons voedingspatroon. Er dreigt een overgewichtepidemie. Voedingswetenschappers, het Voedingscentrum, artsen, diëtisten: zij worden niet moe te beweren dat het de verkeerde kant uitgaat: te veel, te vet, te zoet, te zout, te nat, te droog. Dat ongezonde leven dient zo nodig zelfs bestraft te worden. Want dat is wat de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ) in het rapport 'Houdbare solidariteit in de gezondheidszorg' (2005) stelt, alle mooie en verdoezelende woorden over solidariteit ten spijt. En de aftredend RVZ-voorzitter Floris Sanders herhaalde dat in een recente afscheidsspeech nog eens en erkende in een interview zelfs dat dit tot een tweedeling kan leiden (NRC Handelsblad, 24 januari).

Waar zijn we in een van de gezondste landen ter wereld toch mee bezig? De levensverwachting hier is ondanks - of beter mede dankzij - onze voedingsgewoontes zeer hoog. En alle sombere voorspellingen ten spijt is het niet bewezen dat daar een grote omslag in zal komen. Natuurlijk valt niet te ontkennen dat er meer en minder gezonde voedingsgewoontes bestaan en dat overgewicht voorkomt, maar er wordt momenteel een ware afschrikkingscampagne gevoerd die op een hysterie lijkt.

Want, als we eerlijk zijn, zien we dan in onze eigen omgeving meer al dan niet extreem dikke mensen dan pakweg 10 jaar geleden? Welnee, eerder een toenemend aantal anorexiakandidaten. Een enkeling loopt wellicht met een paar kilo boven het streefgewicht, maar bijna iedereen bevindt zich binnen de marges van de voedingstechnologische ayatollahs en medische goeroes. Bovendien is de nieuwste wijsheid dat een matig overgewicht en 's avonds een glas rode wijn extra levenskansen bieden.

Daar zit het probleem dan ook niet. We zouden het niet - of althans niet in de eerste plaats - over een gezondheids- of voedingsprobleem, maar over een sociaal vraagstuk moeten hebben. Maar in deze tijd waarin de armoede bijvoorbeeld door minister Zalm wordt weggerelativeerd, is dat natuurlijk een groot taboe. Toch is het nog steeds zo dat de levensverwachting in de volkswijken van de grote steden ongeveer vier jaar lager is dan de gemiddelde levensverwachting. Onvoldoende geld om goede voeding te kopen is ongetwijfeld één van de oorzaken, naast slechte woon- en werkomstandigheden. Ook in de VS komen de meest schrijnende overgewichtgevallen voor in de lagere sociale klassen. Een beetje meer Marx en een beetje minder Atkins in de voedingsanalyse zou dan ook geen kwaad kunnen.

Waar komt de fixatie op (on)gezond leven toch uit voort? Eén van de oorzaken is een toenemende medicalisering van het dagelijkse leven. Er kan steeds meer en daarom moet er ook steeds meer. Daarbij valt de invloed van de voedings- en farmaceutische industrie niet te ontkennen. Al die gezondheidsschappen in de supermarkt moeten gevuld worden. En voor de overheid is een verantwoord spotje op Postbus 51 een stuk gemakkelijker dan de echte oorzaken aan te pakken. Vergeet ook niet al die voedings- en gezondheidsspecials op tv en in de kranten. Last but not least hebben we dan nog de gezondheids- en voedingswetenschappers en hun adviesraden compleet met eigen belangen.

Het moge duidelijk zijn: gezondheid is bijna een nieuwe religie. Zijn we door de secularisering de bemoeizucht van priesters en dominees kwijt, nu hebben we de hogepriesters van het gezonde leven. Dit alles leidt tot een nieuwe vorm van paternalisme en bemoeizucht. En waar niet meer met hel en verdoemenis gedreigd kan worden, gebeurt dat met alarmerende waarschuwingen en strafkortingen voor de ongezond levende zondaar. Deze bemoeizucht is erger dan vetzucht.

Ik pleit ervoor de aandacht te richten op vragen als: waar komt zo'n gezond-leven-debat vandaan, hoe belangrijk is het probleem en komen alle mogelijke (vooral ook sociale en economische) oorzaken wel in beeld? En hoe kan het hypekarakter van de huidige discussie overstegen worden? Ook is de vraag van belang hoever de verantwoordelijkheid van de overheid zich uitstrekt. Enerzijds liberalisering en vrije markt in de voedings- en gezondheidssector bepleiten en anderzijds moralistische zorg tentoonspreiden over onze dikkerds - dat kan natuurlijk niet. En als het vooral om een sociaal probleem gaat, dan wordt het paard achter de wagen gespannen door via strafkortingen en hogere premies - zoals door Sanders bepleit - de solidariteit verder uit te hollen.

Koos van der Bruggen is ethicus. Dit is een geactualiseerde bewerking van een bijdrage in de Nieuwsbrief van de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek.

    • Koos van der Bruggen