Strijd om opvolging van Rugova is open

De zaterdag overleden president van Kosovo, Ibrahim Rugova, is vanmid-dag in Pristina begraven.De strijd om zijn opvolging is open: een kroonprins heeft Rugova nooit gehad.

Het Kosovaarse parlement staat voor een moeilijke keus: Ibrahim Rugova, president van Kosovo, leider van de belangrijkste partij, de Democratische Liga van Kosovo (LDK), en voorzitter van de Kosovaarse delegatie in het statusoverleg met Servië is dood en begraven, en er moet voor die drie functies een opvolger komen.

Daarbij weet het parlement dat Rugova niet werkelijk te vervangen is: niemand onder de kandidaten heeft zelfs maar de schaduw van de reputatie van de overleden vader des vaderlands, de man die het streven naar onafhankelijkheid van de regio belichaamde.

Rugova heeft zelf nooit een kroonprins aangewezen of getolereerd, zelfs niet nadat in de zomer van vorig jaar de longkanker werd geconstateerd waaraan hij zaterdag stierf. Sterker: niemand heeft zich ooit als potentieel kroonprins gemeld - te lang was dat een goed recept voor een bij voorbaat verloren ruzie met de onaantastbare Rugova. Het afgelopen halve jaar was het politieke toneel zelfs stiller dan ooit, want niemand waagde het iets over de opvolging te zeggen, uit angst te gretig over te komen en alle kansen bij voorbaat te verprutsen.

Voorlopig wordt de functie van president op interim-basis waargenomen door parlementsvoorzitter Nexhat Daçi (61), van huis uit chemicus. Hij geldt als een van de kandidaten voor de opvolging, maar de meeste waarnemers gaan er van uit dat zijn kansen niet groot zijn. Ze zien hem als te radicaal, te autoritair en te demagogisch en niet als een man die de Kosovaren kan verenigen.

De politieke ambities van Daçi zijn groot, maar zijn politieke ervaring is gering en daar komt nog bij dat hij niet afkomstig is uit Kosovo zelf: hij werd geboren in het zuiden van Servië. Ook zijn vriendschapsbanden met de controversiële zakenman Bexhet Pacolli, 's werelds rijkste Albanees, werken niet in zijn voordeel.

Binnen de LDK, met 49 van de 120 parlementszetels de belangrijkste partij, is Daçi niettemin zo'n beetje de enige kandidaat. Alle andere kopstukken zijn afkomstig uit kleinere partijen. De meest charismatische is ongetwijfeld Hashim Thaçi (37), leider van de Democratische Partij en vroeger leider van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK.

Bij velen geniet Thaçi een heldenstatus wegens zijn rol in het gewapende verzet tegen de Serviërs; hij werd ooit bij verstek door een Servische rechtbank tot 22 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn relaties met de pacifist Rugova zijn altijd ijskoud geweest: de twee hebben zelfs nooit alleen met elkaar gesproken.

Thaçi leidde begin 1999 de Kosovaarse degelatie op het mislukte vredesoverleg in Rambouillet; daar maakte hij veel indruk op de Amerikanen, die hem nog steeds hoog hebben zitten. Maar zijn verleden als krijgsheer en beschuldigingen over oorlogsmisdaden maken hem onmogelijk als gesprekpartner met de Serviërs, en een president zal hoe dan ook met Belgrado moeten praten.

De internationale gemeenschap mag Hashim Thaçi koesteren, Veton Surroi (43) koestert ze nog meer. De oud-journalist en zakenman, eigenaar van Kosovo's belangrijkste krant en van het tv-station KTV, zoon van een Joegoslavische diplomaat, is gematigd, verstandig en welbespraakt, een man die het aandurft ook zijn eigen Kosovaren en hun leiders fel te kritiseren als daar aanleiding voor is. Het is een van de redenen waarom Surroi, leider van de politieke partij ORA, niet veel kans maakt: het buitenland houdt van hem, het binnenland veel minder.

Ook premier Bajram Kosumi (51) hoort bij de kanshebbers voor Rugova's opvolging, zij het verre van de prominentste. Hij maakte politieke carrière in de schaduw van Ramush Haradinaj, oud-commandant van het UÇK, leider van de partij AAK (Alliantie voor de Toekomst van Kosovo) en premier tot het Joegoslavië-tribunaal hem van oorlogsmisdaden beschuldigde en hij moest aftreden. Kosumi nam zijn baan over.

Haradinaj zou zonder de beschuldigingen aan zijn adres wellicht de belangrijkste kandidaat voor Rugova's opvolging zijn. Hij mag zijn proces in Den Haag afwachten in eigen land, maar hij mag zich niet uiten en hij mag geen enkele politieke activiteit ontplooien. Menigeen in Kosovo zelf en in de internationale gemeenschap betreurt dat, want Haradinaj heeft als premier snel veel indruk gemaakt. Het was met duidelijke spijt dat het VN-bestuur in Kosovo hem naar Den Haag zag vertrekken.

Ten slotte kan nog een derde voormalige commandant van het UÇK, Fatmir Limaj, tot de kanshebbers voor Rugova's opvolging worden gerekend. Hij is zeer populair, en die populariteit nam nog toe toen het Joegoslavië-tribunaal hem vrijsprak van oorlogsmisdaden.