Overspel door honderd deurtjes

Ouderwetse komedies moeten het hebben van ontrouw en overspel. Dreigt het illegale koppel bij de liefdesdaad te worden betrapt, dan zijn er altijd deurtjes naar ruimtes waarin men zich kan verstoppen. Zo gaat het ook in de voorstelling Een Tweede Kans. Maar met de deurtjes is iets aan de hand.

Ze trekken de aandacht met wisselende kleuren, ze hinkelen en springen en dansen, ze blijven zelden op hun plaats. Regisseur Wannie de Wijn en decorontwerper Tom Schenk knipogen naar de traditie met behulp van een lichtplan dat al die deurtjes iets onwerkelijks geeft, iets nadrukkelijk toneelmatigs. Dat frist het genre op. Ook de schrijver gaat speels met conventies om. De Brit Derek Benfield bezet zijn blijspel met twee acteurs die wel vier keer zoveel rollen moeten spelen.

Daar zijn de deurtjes dan ook weer goed voor: ze stellen Will van Kralingen en Peter Tuinman in staat om zich erachter razendsnel te verkleden. En om in een nieuwe gedaante, door een tot dan toe onopgemerkte deur, weer op te komen.

Van Kralingen en Tuinman spelen twee mensen van middelbare leeftijd, die elkaar na 22 jaar weer ontmoeten. Maar zij spelen ook de jongelui die ze bij hun eerste ontmoeting waren, toen hun affaire begon. Even een andere pruik op en Marja en Herman zijn weer dertig: hij langharig en in een leren jas, zij in hotpants en met een blonde pony.

In combinatie met de psychedelische behangetjes (alweer lichtprojecties van Tom Schenk) en met songs van de late Beatles roepen die outfits de vroege jaren zeventig op, toen alles moest kunnen maar niets naar wens verliep. Want de vrije seks wordt belemmerd doordat Herman getrouwd is. Wat hem behalve een slecht geweten ook kuitkrampen op het moment suprème bezorgt. En net als hij zijn vrouw iets wil vertellen (namelijk dat hij van haar wil scheiden om met Marja te trouwen), vertelt zij hém iets dat zijn plan de grond in boort.

Het aardige is dat Van Kralingen zowel de minnares speelt als de echtgenote. En dat de krampen en de mislukkende scheidingsplannen zich in de tweede ronde herhalen. We zien Van Kralingen niet alleen als oude en als jonge Marja, maar ook als jonge en als oude echtgenote. Bovendien als Hermans onverwachts op bezoek komende dochter, waarop zo'n verstopscène volgt. Samen met de oude en de jonge Herman plus Marja's eveneens onverwachts op bezoek komende zoon, drie rollen die Tuinman speelt, zijn dat dus acht rollen en het moge duidelijk zijn dat Van Kralingen meer te doen heeft. Zij rent zich de ranke benen uit het lijf zonder buiten adem te raken: beheerst verdwijnt en verschijnt zij, en even soeverein is het spel dat haar personages met de ander spelen.

Tuinman leunt eerst te veel op zijn routine. Ronkende stem, bekakte uitspraak, dat soort werk. Later komt hij los. De sprongen en dansjes en hinkelpasjes die hij dan uitvoert begeleiden de bewegingen van de deurtjes en het eindresultaat van dit alles is een niemendalletje dat toch weet te verrassen.

Voorstelling: Een tweede kans, van Derek Benfield. Vertaling: Laurens Spoor. Regie: Wannie de Wijn. Spel: Will van Kralingen en Peter Tuinman. Gezien: 25/1 Leidse Schouwburg. Tournee t/m 28/4. Inl : 020-6750966 en www.impresariaatwallis.nl.

    • Anneriek de Jong