Oud glas in de internet-vitrine

De nieuwe Nationale Referentiecollectie moet een Wikipedia voor archeologen worden.

Wijnfles (ca. 1690 - 1740)

Het toekomstbeeld: de archeoloog houdt een glas met ribbelpatroon voor zijn webcam. De computer begint te rekenen en na enige ogenblikken laat hij zien dat de datering 1425-1475 is. In Deventer is een vergelijkbaar glas gevonden, herkomst Duitsland en Henegouwen; Isings & Wijnman hebben het type al in 1977 in een standaardwerk beschreven. Klaar!

Het zal straks echt mogelijk zijn voor glas, aardewerk of vuurstenen, zeiden de samenstellers van de Nationale Referentiecollectie gisteren in Amersfoort. Daar werd het prototype van de collectie gepresenteerd: een online-collectie van driehonderd stuks Nederlands glaswerk, van de late Middeleeuwen tot het begin van de twintigste eeuw. Het is in Europa nu al het eerste nationale databestand van archeologische objecten dat via internet te raadplegen is - maar in de toekomst moeten de mogelijkheden veel groter worden.

De basis van archeologie is determinatie van bodemvondsten. Een referentiecollectie helpt daarbij. In 1997 is voor het eerst het idee van een Nationale Referentiecollectie geopperd. Kennis die nu vaak nog in de hoofden van specialisten zit, kan niet meer verloren gaan. Lacunes komen sneller aan het licht, er is een overzicht van literatuur en de uniformiteit in naamgeving wordt bevorderd.

Aan ambities geen gebrek bij de mensen achter de Referentiecollectie. Niet alleen moet zij online te raadplegen zijn, projectleider Guus Lange van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) wil ook een Europese variant. Verder werkt hij samen met het Institute for Knowledge and Agent Technology van de Universiteit Maastricht, dat gespecialiseerd is in associatieve zoekmethodes. Een (niet-archeologisch voorbeeld): wie 'fiets' zou zoeken, vindt alles wat op een rijwiel lijkt - het zou zelfs een fiets op een schilderij kunnen zijn. Daarmee kunnen gebruikers de grenzen van traditioneel gescheiden domeinen overschrijden.

Toch wordt het project niet overal met gejuich ontvangen. In Zwolle vindt gemeentelijk archeoloog Hemmy Clevis de Referentiecollectie overbodig. Sinds 1989 bestaat het zogenaamde 'Deventersysteem', een classificatiesysteem voor laat- en postmiddeleeuws aardewerk en glas, met duizenden objecten. Hij vindt het vreemd dat de ROB met de Referentiecollectie is gekomen, omdat het ministerie van OCW het initiatief niet als kerntaak beschouwt. Projectleider Guus Lange van de ROB zegt dat hij andere classificatiesystemen graag in de Referentiecollectie wil opnemen . Clevis heeft geweigerd omdat hij geen garanties kon krijgen over de kwaliteit van de aangeboden data. Guus Lange wil dat iedere archeoloog vondsten in het databestand kan zetten. Lange: 'Het moet zo open mogelijk zijn.'

Ook enkele aanwezigen waren gisteren kritisch: zonder digitalisering van boeken en vondsten die nu nog in kasten staan, is er niets; alleen de digitalisering van de glascollectie kostte al een half jaar. Guus Lange blijft optimistisch: die referentiecollectie komt er.

    • Theo Toebosch