Oppenheim

Middenin de crisistijd bekleedde een jonge Zwitserse een kop en schotel met bont. Dit object uit 1936, met bijpassende lange lepel, behoorde al gauw tot de ikonen van de moderne kunst. Het wordt bewaard in het MoMa in New York onder de titel: Déjeuner en fourure (bontontbijt), oftewel Die Pelztasse in de moedertaal van de kunstenares, Meret Oppenheim (1913-1985). Werk van Oppenheim is nu te zien in de expositie Bont en andere kleinigheden in het Stedelijk Museum 's Hertogenbosch. De tentoonstelling staat vol met vervreemdende objecten en ook haar ontwerptekeningen en schetsjes zijn luchtig en vreemd.Een hoed voor drie personen. Een hoed bestaande uit een hondenkop met opengesperde bek vol gemene tanden waar een extreem lange roodfluwelen tong uit bengelt. Licht erotische objecten, zoals een glazen tafelblad rustend op twee slanke damesbenen en één harige poot. Bizar en humoristisch is haar werk. Zelden bijtend, al behoren knekels en doodshoofden tot haar iconografie. Ook daarin lijkt ze op Dali. Het is een tentoonstelling vol knipogen naar vrouwen, al zijn het niet meer zulke vette knipogen als in de tijd zelf, omdat er sindsdien wel wat water in de feministische zee is gelopen. Neem de geweldige riem met de dameshanden, destijds typisch bedoeld voor een zeer excentrieke dame. Als je hem om doet rusten de over elkaar geslagen handen op de navel en wijzen de fel rode nagels naar beneden. Bij nader inzien fungeert het 'gouden' schakelarmbandje als een fijne maar stevige handboei. Het aantrekkelijke van het surrealisme is dat je als toeschouwer steeds op het verkeerde been wordt gezet, waardoor je bijna noodgedwongen moet lachen.

Meret Oppenheim, bont en andere kleinigheden. T/m 8/4 in Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch. Inl. 073-6273680 www.sm-s.nl. Open di en do 13-21u, wo, vr, za en zo 13-17u. Boek 29,95.