Mongolië toont zich opnieuw een democratie

Mongolië heeft sinds gisteren een nieuwe premier. De politieke crisis is bezworen. Wat voorlopig blijft zijn economische problemen en corruptie.

In november was president Bush op rondreis in Oost-Azië ook een aantal uren in de Mongoolse hoofdstad Ulan Bator. Hij bedankte Mongolië voor zijn bijdrage aan de oorlog in Irak - met 120 militairen. En hij prees het land (2,6 miljoen inwoners) als lichtend voorbeeld van democratisch succes in de regio. 'Mongolië en de VS zijn broeders in de zaak voor vrijheid.'

Dat compliment kon Mongolië, voormalig satellietstaat van de Sovjet-Unie, in zijn zak steken. Maar ondanks zestien jaar van stabiliteit zijn de democratische verworvenheden er niet onomkeerbaar, waarschuwen waarnemers.

De grootste bedreiging vormen economische achteruitgang voor grote groepen van de bevolking en wijdverspreid geknoei met overheidsfondsen. Ruim 14 procent van de beroepsbevolking heeft geen baan, 36 procent van de inwoners leeft onder de armoedegrens. Mongolië is niet alleen één van de meest democratische landen in Azië, maar ook één van de armste.

Als president Bush het land als baken van vrijheid wil laten voortbestaan in het achtergebleven Centraal-Azië, moeten de VS zo snel mogelijk hun bijstand aan Mongolië opschroeven, is het advies van de Amerikaanse ex-diplomaat John J. Tkacik, verbonden aan de Heritage Foundation in Washington. Tkacik schreef dat vorige week in The Wall Street Journal uit bezorgdheid over de regeringscrisis die eerder deze maand in Ulan Bator uitbrak. Met de benoeming van een nieuwe premier gisteren lijkt de crisis voorbij, maar de vraag is voor hoe lang. De afgelopen tijd hebben honderden demonstranten de koude getrotseerd om politieke hervormingen te eisen en bestrijding van armoede en corruptie, en ze hebben gezegd in de lente terug te komen.

Sinds de omtwenteling in 1990 staan twee politieke blokken tegenover elkaar: de Mongoolse Revolutionaire Volkspartij (MPRP, vroeger de communistische machthebbers, nu hervormd en net als de PvdA lid van de Socialistische Internationale) versus een brede, vaak verdeelde Democratische Alliantie. De verkiezingen van 2004 strandden in een parlementaire patstelling, waarop uiteindelijk werd besloten tot een Grote Coalitie onder aanvoering van een Democratische premier. Aan die geforceerde samenwoning kwam op 10 januari een eind toen de MPRP-ministers opstapten, naar eigen zeggen uit onvrede uit het falende economische beleid. Volgens de Democraten was aangekondigd corruptieonderzoek onder aan de MPRP-geliëerde functionarissen de reden. Daarom gingen ook demonstranten de straat op. Maar die waren vooral gestuurd door de in de steek gelaten Democraten, aldus de MPRP.

Gisteren stemde het parlement in met de benoeming van de 41-jarige MPRP-voorzitter Miyeegombyn Enkhbold, oud-burgemeester van Ulan Bator, tot premier. Zo groot was de meerderheid dat ook Democratische parlementariërs vóór moeten hebben gestemd. Dat levert stof op voor nieuwe politieke discussie in Ulan Bator. Maar dat betekent niet per sé het eind van de democratie. 'Alles is gebeurt volgens de democratische spelregels. Je mag toch uit een coalitie stappen als je het oneens bent met het beleid?'', zegt een diplomaat. 'Dát is democratie.'

De MPRP heeft voortvarend economisch beleid, meer investeringen en betere sociale voorzieningen aangekondigd.

    • Wim Brummelman