Misplaatst BTW-plan

Dat wordt binnenkort opletten bij de kapper. Gisteren bereikten de ministers van Financiën van de EU geen unanimiteit over het voortzetten van het in 2000 ingestelde speciale BTW-regime voor arbeidsintensieve diensten. Destijds werd overeengekomen dat sommige van deze diensten tijdelijk onder een laag BTW-tarief mochten vallen, om zo de werkgelegenheid te stimuleren. Voor Nederland betekende dat een verlaging van het tarief van 19 naar 6 procent voor onder meer kappers en fietsenmakers. Reden voor de patstelling van gisteren is dat de nieuwe leden Polen, Tsjechië en Cyprus dwarsliggen. Zij bedongen bij toetreding tot de Unie een overgangsregeling voor hun hele BTW-regime, die in 2007 afloopt, maar willen nu dat deze alsnog wordt verlengd.

Als de drie morgen niet bijdraaien, dan vervalt de BTW-uitzondering voor alle lidstaten en wordt teruggekeerd naar de situatie van voor 2000. De vraag is nu: is dat een ramp? Het antwoord luidt: nee. De hele BTW-exercitie was van begin af aan een slecht idee. Al in de loop van het jaar 2000 stelde de Consumentenbond vast dat bijvoorbeeld de kappers de BTW-verlaging hooguit ten dele doorgaven aan hun klanten. In 2002 kwam de toenmalige staatssecretaris van Financiën, Wouter Bos, met een onderzoek waaruit bleek dat de werkgelegenheidseffecten marginaal waren. De prijzen van kappers, stucadoors, schoen- en fietsenmakers bleken aanvankelijk wel iets te zijn gedaald, maar inmiddels al weer gestegen.

Gezien uitlatingen van minister Zalm in 2003, toen voortzetting van het lage BTW-regime ook al onzeker was, kan de schatkist rekenen op een jaarlijkse meevaller van 300 miljoen euro als de regeling vervalt. De hoogte van dat bedrag alleen al maakt duidelijk hoe misplaatst het plan is geweest: zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat er 10.000 voltijdsbanen door waren gecreëerd, zou de overheid elk van die arbeidsplaatsen hebben gesubsidieerd met het equivalent van een modaal salaris.

De consument zal er aan moeten wennen dat arbeidsintensieve diensten, waarvan de productiviteit minder snel toeneemt, nu eenmaal structureel duurder worden dan goederen. Daar helpt een eenmalige maatregel als het verlagen van de BTW hooguit tijdelijk tegen. De BTW-ruzie in Brussel wijst overigens pijnlijk op wat al eerder werd voorzien: zonder hervorming is een uitgebreide Europese Unie steeds moeilijker te besturen.

De oude lidstaten zijn terecht boos dat Polen, Tsjechië en Cyprus, eenmaal binnen de EU, terugkomen op de overgangsregeling die voor hun toetreding is afgesproken. Tenzij de drie alsnog inschikken, wordt binnenkort door toedoen van een zeer kleine minderheid het oude BTW-regime vanzelf weer van kracht. Moet de klant dan rekenen op een prijsverhoging met een procent of tien? De eerlijkheid gebiedt dat de betrokken bedrijfstakken, net als in 2000, het prijseffect ditmaal grotendeels voor eigen rekening nemen en hun klanten daarmee niet belasten.