Minister Pechtold speelt met vuur

De parlementaire democratie is een groot goed. Verbeteringen zijn altijd wenselijk, haar in diskrediet brengen is verderfelijk, meent B.J. van der Vlies.

Je kunt van de 'aartsvaders' van D66 veel zeggen, maar niet dat ze niet wisten waarover ze het hadden. Van Mierlo en de zijnen wilden een staatkundige revolutie ontketenen, of, om het in toenmalige D66-termen te zeggen, het politieke bestel laten ontploffen. Niet dat zij die staatkundige oerknal wisten te veroorzaken, maar als weinig anderen wisten ze hoe het allemaal werkte. Vanuit de verstandige gedachte: wie het systeem wil veranderen, moet heel goed weten hoe het systeem werkt.

Hierbij kwam dat Van Mierlo en c.s zich in hun strijd voor een staatkundige hervorming bewogen binnen de lijnen van het bestaande staatsrechtelijke speelveld. Ze beseften maar al te goed dat het, zolang het systeem werkte zoals het werkte, verstandig was om te opereren op basis van de gegroeide spel- en stelregels. Bewindslieden van D66-huize hielden zich daarom aan bijvoorbeeld het homogeniteitsbeginsel, waaruit voortvloeit dat het kabinet met één mond moet spreken - al was het maar omdat anders van de noodzakelijke eenheid van het kabinetsbeleid weinig terecht kan komen.

In dit licht bezien valt op dat minister Pechtold, een politieke nazaat van Van Mierlo en de zijnen, heel wat minder doordacht te werk gaat. Nu hij zich opnieuw vergaloppeerd heeft door afstand te nemen van zijn collega's, dringt zich de vraag op in hoeverre hier sprake is van domheid of van een bewuste strategie. Ervan uitgaande dat de minister niet dom is, mag worden aangenomen dat achter zijn opereren een 'hogere politiek' schuilgaat. Omdat op het terrein van de minister geen belangwekkende inhoudelijke beleidsdaden te melden zijn, en eveneens zeker is dat hij met zijn uitspraken het totale kabinetsbeleid geen dienst bewijst, heeft het er alle schijn van dat die 'hogere politiek' gelegen is in het belang van D66 in het algemeen, en het belang van minister Pechtold in het bijzonder.

Diverse commentatoren hebben al gesignaleerd dat D66 het niet goed doet. Met het zicht op de verkiezingen, denkt de partij gebaat te zijn bij meer profilering. Dat kan door jezelf af en toe opzichtig op afstand van de coalitiepartners en het kabinet te plaatsen. Alleen zó is de recidive van minister Pechtold goed te verklaren. Waar nog bijkomt dat de minister ervan verdacht wordt ambities te koesteren in de richting van het toekomstige lijsttrekkerschap van zijn partij. Als kroonprins is enige publiciteit dan nooit weg.

De minister werkte zich dit keer in de picture door zich niet alleen te distantiëren van het kabinet, maar meer nog van 'Den Haag'. Politici zijn vuil en vunzig, het Binnenhof wordt bevolkt door lieden die alleen het eigenbelang dienen en elkaar dagelijks een loer draaien. En passant zette hij ook nog de collega's Balkenende en Donner lelijk weg.

Het zijn geen onbekende geluiden, je hoort ze vaker. Afgeven op de Haagse politiek doet het goed - in sommige kringen althans. Dit geluid sluit ook naadloos aan bij de 'diepere' gedachten die worden geventileerd aan de borreltafel en op andere plaatsen waar de diepgang van de gesprekken even groot is als die van een omgevallen glas jonge jenever.

Het is begrijpelijk dat veel Kamerleden en bewindslieden iets hebben van: ach laat maar. Tóch is er dit keer, in vergelijking met eerdere derailleringen, meer aan de hand.

Uit allerlei onderzoek blijkt dat het vertrouwen in 'Den Haag' historisch laag is. In reactie daarop neemt de roep om een sterke man (typisch on-Nederlands) toe. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Tegen die achtergrond is het zaak hard te werken aan het dichten van 'de kloof'. De man die daarvoor is 'ingehuurd', is de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing. Dat uitgerekend híj die kloof verbreedt door in te spelen op onderbuikgevoelens, en zo voedsel geeft aan onfrisse en riskante beeldvorming en vooroordelen, is spelen met vuur.

De parlementaire democratie is een groot goed. Daar is veel aan te verbeteren, maar dat gebeurt níet door haar in diskrediet te brengen en al helemaal niet om er zelf beter van te worden. Parlementair democraat Pechtold zou beter moeten weten. Neem dat maar aan van een 'parlementair theocraat'.

Ir. B.J. van der Vlies is fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer.