Militair

Twee uitgesproken antimilitaristische kunstuitingen zijn momenteel in Nederland te bekijken. De speelfilm Jarhead van Sam Mendes en de fototentoonstelling LeftRightLeft van Craig Ames in de HUG Galerie in Amsterdam. In de Volkskrant wees recensente Sacha Bronwasser op de inderdaad opvallende overeenkomst tussen film en tentoonstelling, die onafhankelijk van elkaar tot stand zijn gekomen.

Mendes en Ames laten vooral de leegheid van het militaire bedrijf zien, de oeverloze verveling die met potsierlijke tucht, verkeerde grappen, valse camaraderie en veel porno verdreven moet worden. De boodschap: je moet wel een ongeneselijke zombie zijn om van zo'n leven te kunnen genieten.

Zou het? Zo simpel ligt het niet, denk ik. Kunst mag niet generaliseren, en dat is wat Mendes en Ames doen. Niet dat ik veel sympathie heb voor het militaire leven, het was een van de gelukkigste momenten uit mijn leven toen ik er afscheid van mocht nemen. Maar ik heb gemerkt dat andere mensen, die ik om allerlei redenen zeer waardeerde, met veel plezier hun militaire beroep konden uitoefenen.

Een zwager van mij ging na school vrijwillig naar de marine. Hij had niet veel gezien van de wereld en hij zocht het avontuur en de vreemde steden. Hij was een zeer sociaal iemand die genoot van de gezelligheid en de kameraadschappelijkheid aan boord. Aan zijn dienstperiode hield hij de nodige vriendschappen over. Toen hij, gedwongen door een blessure, een baan aan de wal aanvaardde, stortte hij zich op activiteiten in feestcommissies en de ondernemingsraad -- compensatie voor een verdwenen deel van zijn sociale leven.

Misschien kunnen kunstenaars, pure individualisten als ze vaak zijn, zich niet goed voorstellen hoe bevredigend zo'n leven kan zijn. Maar er zijn ook hier interessante uitzonderingen.

Eén van hen is James Salter, een 80-jarige Amerikaanse schrijver van mooie verhalen, romans en memoires. Salter heeft een buitengewoon kleurrijk leven geleid. Hij kreeg een klassieke militaire opleiding op de academie van West Point en werd vervolgens gevechtspiloot. Hij vocht boven Korea, maakte de wederopbouw in West-Europa mee en verliet de dienst als dertiger om filmscenarioschrijver in Hollywood te worden. Wat je noemt een gevarieerd leven. Hij heeft er een voortreffelijk boek over gescheven: Burning the Days (in 1997 bij Meulenhoff onder de titel Dwars door de dagen uitgekomen).

Ik heb zelden iemand gelezen die de intensiteit die het militaire leven soms heeft, zoals bij oefeningen en oorlogshandelingen, zo overtuigend beschrijft. Hij heeft wel degelijk oog voor de vergeefsheid ervan, maar hij verheelt niet dat hij veel momenten van euforie heeft gekend.

'Je had alles bij elkaar maar voor elf seconden munitie', schrijft hij over de gevechten in de lucht. 'Een vuurstoot tijdens een gevecht duurde misschien twee of drie seconden. Het geheim was eenvoudig: zorgen dat je dichtbij kwam, zo dicht mogelijk, als het kon binnen vijftien meter, zo dichtbij dat je niet kon missen.'

Zijn slotbalans: 'Toen ik terugkeerde naar het gewone leven hield ik iets voor mezelf, een diepe gehechtheid - dieper dan alles wat ik ooit had gekend - aan alles wat er was gebeurd.'

    • Frits Abrahams