'Houd politiek en geloof apart'

De eerste encycliek van paus Benedictus XVI, die gisteren werd gepubliceerd, is door velen uitgelegd als een verklaring over liefde en seksualiteit. Maar dat is niet het centrale thema.

In het eerste deel van zijn rondzendbrief, Deus Caritas est (God is liefde), waarschuwt de paus tegen een verabsolutering van de seksualiteit. 'Tegenwoordig wordt het vroegere christendom vaak vijandigheid jegens het lichaam verweten en tendensen in die richting zijn er inderdaad steeds geweest. Maar de manier waarop het lichaam tegenwoordig verheerlijkt wordt is bedrieglijk. Tot seks gedegradeerde eros wordt tot handelswaar, iets wat men kopen en verkopen kan; de mens wordt zelf tot handelswaar.'

Toch is dit geen encycliek over seksualiteit, zegt professor Anton Houtepen, emeritus hoogleraar oecumenische theologie aan de Universiteit van Utrecht. De centrale boodschap van het pauselijk schrijven is de waarschuwing geloof en politiek gescheiden te houden. Daarmee zet hij de lijn voort die hij als hoofd van het pauselijk Departement voor de Geloofsleer voorstond. Als kardinaal was Ratzinger tegen politieke actie vanuit de kerk: vandaar zijn kritiek op de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie en schorsing van pastores die een politieke functie gingen bekleden.

Ratzinger wijst erop dat erotiek (eros, seksualiteit) en zorg voor elkaar (agapè, caritas, naastenliefde) niet los van elkaar mogen worden gezien, zoals ook lichaam en geest niet gescheiden gedacht kunnen worden. 'Die gedachte wordt verder nauwelijks uitgewerkt, maar misschien komt dat in een volgende encycliek', aldus Houtepen.

In de tweede plaats wijst de paus erop dat geloof in God en zorg voor mensen bij elkaar horen. Wie zegt God lief te hebben, maar zorgeloos omgaat met mensen spreekt zichzelf tegen. Dat geldt ook voor de kerkgemeenschap, die zich zonder aanzien des persoons moet inzetten voor behoeftigen.

Tenslotte dient de kerk zich bij de huidige problemen van het internationale economische onrecht zo op te stellen, dat zij de verantwoordelijkheid voor rechtvaardige verhoudingen overlaat aan de politiek, zij het dat christenen zich daar actief moeten inzetten voor de christelijke idealen van solidariteit. Daarnaast moeten diezelfde christenen zich ook in allerlei diaconale organisaties en bewegingen inzetten voor aanvullende noodleniging, in samenwerking met niet-gouvernementele organisaties die vanuit andere levensovertuigingen zijn opgekomen.

Houtepen ziet in de encycliek een reactie op het zogeheten Agapè-document dat is opgesteld door de Wereldbond van 75 protestantse kerken (WARC) en de Lutherse Wereldfederatie. Dat document, dat volgende maand besproken wordt op de Assemblee van de Wereldraad van Kerken in Porto Alegre, is een oproep tot een internationaal christelijke stellingname tegen de onrechtvaardigheden van de vrije-markteconomie.

Ratzingers encycliek kan gelezen worden als steunbetuiging aan die kritiek, maar tegelijk als waarschuwing om geloof en politiek niet op één hoop te gooien, aldus Houtepen.