Het Hamas-dilemma

De stembuswinst van Hamas, een radicaal-islamitische beweging die de joodse staat niet erkent en een gewapende strijd tegen Israël voert, heeft de Palestijnen, Israël en de landen die betrokken zijn bij het kernvraagstuk van het Midden-Oosten, met een probleem opgezadeld. Hoe moet de buitenwereld deze gewelddadige organisatie benaderen en wat betekent dat voor de Palestijnse burgers? Het staat vrijwel vast dat de Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever gisteren in meerderheid voor Hamas hebben gestemd. Ze waren uitgekeken op de Fatah-partij van de zwakke president Abbas, die niet in staat was de corruptie te lijf te gaan, de orde te handhaven en hervormingen af te dwingen. Deze verrassende politieke omwenteling kan de komende tijd in haar eigen dynamiek ten onder gaan. Krachten van buitenaf en binnenuit maken veel, vooral ongunstige scenario's mogelijk: burgeroorlog, financiële boycotacties, een gewapend ingrijpen.

De Palestijnse premier Qurei diende vanmorgen zijn ontslag in toen duidelijk werd dat Hamas de absolute meerderheid in het parlement zou krijgen. Hij sprak nog wel de gedenkwaardige woorden dat Hamas een regering moet vormen. Daarin heeft hij in principe gelijk. Uiteindelijk zijn het democratische verkiezingen geweest. Als de Palestijnen in meerderheid voor een radicale maar overigens wel populaire organisatie kiezen, zou dat in het politieke bestuur tot uiting moeten komen. Maar alleen als Hamas het geweld afzweert.

De feiten zijn dat Hamas zich, in tegenstelling tot Fatah, tot op de dag van vandaag is blijven verzetten tegen Israëls bestaansrecht. Fatah, de organisatie van de Palestijnse leider Yasser Arafat, erkende in 1988 de joodse staat en was bereid tot vredesonderhandelingen. Hamas heeft met terroristische aanslagen altijd voor een radicale koers gekozen. Waarbij de beweging zich onder de Palestijnen geliefd maakte door in bijna alles uit te blinken waarin Fatah faalde: een sterk sociaal programma, ordehandhaving, corruptiebestrijding. Voor het uitzichtloze leven in met name Gaza bood Hamas hoop. Kiezers die vinden dat ze lijden onder de Israëlische bezetting en hun eigen onmachtige Fatah-bestuurders, en overigens ook niets meer zien in onderhandelingen met de Israëliërs - díe kiezers hebben Hamas gisteren beloond. Dat was, naar het zich nu laat aanzien, de meerderheid.

Zowel de Amerikaanse president Bush als Israëls waarnemend premier Olmert heeft negatief gereageerd op de verkiezingswinst van Hamas. Dat is gezien de ideologie van Hamas begrijpelijk. Bush zei terecht dat met een organisatie die het bestaansrecht van de joodse staat niet erkent ook niet te onderhandelen valt. Olmert vindt net zo terecht dat Hamas geen deel van de Palestijnse Autoriteit mag uitmaken omdat de beweging de vernietiging van zijn land nastreeft.

Feit is wel dat Hamas een jaar lang niet of nauwelijks operaties tegen Israël heeft uitgevoerd. Feit is ook dat deelname aan het Palestijnse politieke proces op een pragmatischer koers kan duiden. Hier kan de onderhandelingsruimte zitten. Ook terreurorganisaties kunnen een keer voor bovengrondse legitimiteit kiezen - zie de IRA. Maar stoppen met de terreur en uiteindelijke ontwapening zijn dan wel voorwaarden. Zover is Hamas nog lang niet. De beweging is echter vanaf nu een politieke factor - en dient om die reden anders dan voorheen te worden benaderd.