Help Marokkaanse jongens opvoeden

NRC Handelsblad van 21 januari schonk uitgebreid aandacht aan problemen met sommige Marokkaanse jongens in onze grote steden. De teneur van het hoofdartikel was: `niet overdrijven, het komt wel goed, klachten over de jeugd van tegenwoordig zijn van alle tijden, we moeten de opvoeding aan de ouders overlaten...`

Zo`n tekst mist de essentie. Het gaat immers juist over het feit dat de ouders in dit geval een cultureel bepaalde opvoeding geven die de basis is van het probleem. Ayaan Hirsi Ali schrijft in haar boekje De zoontjesfabriek hoe in het traditionele Marokkaanse gezin zonen als prinsjes worden opgevoed. Al heel jong leerde ze dat ze respect moest opbrengen voor haar slechts 10 maanden oudere broertje. Zoontjes leren bij deze traditionele opvoeding geen grenzen kennen en worden daardoor vaak veeleisende en verwende rotjochies.

Vervolgens zijn ze thuis, op school, in de buurt en later op het werk niet of nauwelijks aanspreekbaar en handelbaar. Dit is een ramp voor die kinderen zelf, voor hun omgeving en niet in de laatste plaats voor Marokkaanse jongens en meisjes die wel modern zijn opgevoed. Want die zijn er zeker ook.

Hoopvol is het initiatief van de stadsdeelvoorzitter van Oud-Zuid die in dezelfde zaterdagkrant laat weten peuters tussen 0 en 4 jaar te gaan monitoren. Als ik hem was zou ik niet een jaar op resultaten van onderzoek gaan zitten wachten, maar direct al die ouders gaan helpen bij de opvoeding volgens de in onze cultuur gebruikelijke manier. Met respect voor anderen.

    • Rolf Schöndorf Naarden