'Groep geïnfecteerd met haat'

Het openbaar ministerie heeft gisteren in het 'Hofstadproces' straffen tot twintig jaar geëist. Niet voor wat de verdachten hebben gedaan, maar voor wat ze wilden doen.

Hoe gevaarlijk was de 'Hofstadgroep' eigenlijk, vroeg officier van justitie A. van Dam tegen het eind van het requisitoir dat hij en zijn collega K. Plooy twee dagen lang om de beurt voorlazen. 'Wilden zij werkelijk in een kruistocht de islamitische staat vestigen?', vroeg Van Dam. Het klinkt bijna belachelijk, zei de officier zelf. Waren de verdachten niet gewoon amateurs met 'buitenproportionele ambities' en 'onvoldoende realiteitszin'?

Zo simpel lag het niet volgens Van Dam en Plooy. Fanatisme en extremisme maken blind, las Van Dam voor. 'Gedreven vanuit een samenbindend basisgevoel kunnen mensen hemelbestormers worden, die niets of niemand ontzien. En dat kan leiden tot bizarre misdrijven, uit onverwachte hoek.' Wellicht zouden sommige minder prominente leden van de Hofstadgroep niet in staat kunnen worden geacht in de toekomst aanslagen (mede) te plegen, 'toch mogen wij de ogen niet sluiten' voor de gevaarlijke werkwijze van de groep. 'De langdurige infectie met de denkbeelden van Mohammed B. c.s. is bedoeld om te leiden naar navolging.' De officieren twijfelden er niet aan dat de groep in de toekomst bloedige aanslagen zou plegen. 'De kernleden van de organisatie, Mohammed B., Noureddine El F., Jason W. en Ismael A., ontlenen hun drijfveren openlijk aan voorbeelden zoals Bin Laden, strijders in Tsjetsjenië en plegers van aanslagen elders.'

De officieren eisten dan ook hoge straffen, variërend van vijftien en 21 maanden voor 'mindere verdachten' tot twintig jaar celstraf voor twee hoofdverdachten. Tegen Mohammed B. werd geen straf geëist, omdat hij al is veroordeeld tot levenslang voor de moord op Theo van Gogh. Ook wil justitie dat de verdachten voor een periode van vijf jaar na hun straf hun passieve en actieve kiesrecht verliezen. Het kan niet zo zijn, zeiden de officieren, dat deze verdachten later de kans krijgen het door hen gehate democratisch systeem van binnenuit te bestrijden.

Het is de eerste keer dat het openbaar ministerie strafeisen formuleert voor deelname aan een terroristische organisatie. De nieuwe Wet terroristische misdrijven trad in werking op 10 augustus 2004. De Hofstadgroep was volgens Van Dam en Plooy actief tussen mei 2003 tot de aanhoudingen kort na de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004. De leden vormden al langer een criminele organisatie, zei Plooy, maar alleen de laatste 2,5 maand met terroristisch oogmerk. De officieren hebben die korte periode laten meewegen in de strafeis.

Dat de Hofstadgroep zich vooral beperkte tot discussiebijeenkomsten en het openlijk ronselen van anderen, betekent volgens de officieren niet dat er geen gevaar dreigde. Integendeel. Hun oogmerk ontwikkelde zich sluimerend, 'en misschien wel des te gevaarlijker: echt gevaarlijke dreiging komt meestal uit onverwachte hoek'.

De kernleden van de Hofstadgroep brachten 'de haat over naar andere leden, en ze waren klaar voor de dood, hebben anderen willen inspireren en werven, en hebben zelf ernstige misdrijven vanuit hun overtuiging gepleegd'.

Advocaten door hoge eis verrast

Officier Plooy zei gisteren: 'Er is niet veel nodig om tot een ernstige aanslag te komen. De verafschuwde westerse wereld kent genoeg doelen. Het gaat vooral om het vinden van mensen, motivatie en middelen. En daarna de juiste timing. Naar onze overtuiging was de groep van en rond de kernleden bezig in deze ontwikkeling.'

Verschillende kernleden beschikten over wapens en explosieven en een vrouwelijk lid werd door 'zeer actief kernlid' Noureddine El F. geïnspireerd en klaargestoomd voor een aanslag met een auto vol explosieven.

De officieren Van Dam en Plooy eisten gisteren celstraffen variërend van vijftien maanden tot twintig jaar. De kernleden hoorden de hoogste straffen tegen zich eisen. De meelopers de laagste. Voor zes verdachten die volgens justitie 'het middensegment' vormden, eisten de officieren straffen van vier en vijf jaar. Alleen tegen Mohammed B., 'de inspirator en denker van de groep', konden ze geen straf meer eisen, omdat hij al tot levenslang is veroordeeld voor de moord op Van Gogh.

Volgens de Leidse strafrechtgeleerde Afshin Ellian, die het Hofstadproces op de voet volgt, heeft het openbaar ministerie de 'hoogst mogelijke straffen geëist'. De advocaten van de kernleden, die wel op hoge eisen rekenden, reageerden verrast door de in hun ogen 'disproportionele' eisen. 'De officieren willen ermee duidelijk maken dat het hun ernst is met wat zij aanduiden als terrorisme', zei R. van der Horst, raadsman van Ismail A., na de zitting. R. Maanicus, die Jason W. verdedigt, sprak van 'een heksenjacht'. 'Je kunt mensen niet willen veroordelen op iets dat ze niet hebben gedaan.'

Ook zijn collega B. Nooitgedagt, advocaat van verdachte Fahmi B. uit het middensegment, sprak van 'een buitengewoon bedroevende onderbouwing' van de strafeis. 'Wie gaat bepalen welke gedachten onontkoombaar tot geweld leiden?'

Vanaf morgen houden de advocaten van de dertien verdachten hun pleidooien. Mohammed B. gaat op 2 februari zelf zijn verdediging voeren. Op 10 maart doet de rechtbank uitspraak.

    • Ahmet Olgun