EU-landen zijn nog niet concurrerend

De lidstaten van de Europese Unie doen nog altijd te weinig om Europa te kunnen laten concurreren met de rest van de wereld. Dit blijkt uit een rapport van de Europese Commissie dat is gebaseerd op de nationale hervormingsplannen van de 25 lidstaten. Het is voor het eerst dat Brussel plannen van de afzonderlijke landen van de EU aan een oordeel onderwerpt.

Volgens het dagelijks bestuur zijn er wel veel goede voornemens, maar ontbreekt het vaak nog aan de daadwerkelijke uitvoering ervan. Zo zullen de meeste landen meer moeten doen om de uitgaven voor onderzoek op het afgesproken niveau te brengen, de concurrentie te bevorderen, de negatieve gevolgen van de ouder wordende beroepsbevolking tegen te gaan en te komen tot een Europese energiemarkt. Toch meent Commissie-voorzitter Barroso dat de Unie wel op de goede weg is, zo maakte hij gisteren duidelijk.

De rapportage dient als voorbereiding op de economische bijeenkomst van de regeringsleiders van de Unie in maart . Het voornemen om in 2010 van Europa de meest concurrerende economie ter wereld te laten zijn, is verlaten. De Unie concentreert zich nu op twee doelen: in 2010 zal 70 procent van de beroepsbevolking een baan moeten hebben en er zal gemiddeld 3 procent van het bruto nationaal product aan onderzoeksuitgaven moeten worden besteed.

In de rapportage van de Unie worden alle 25 lidstaten aan een beoordeling onderworpen. Over het Nederlandse hervormingsprogramma is het dagelijks bestuur van de EU over het algemeen te spreken. De maatregelen om administratieve regelgeving terug te dringen, worden als voorbeeld voor andere landen genoemd. Kritiek bestaat er op de geringe inspanningen om allochtonen aan een baan te helpen.

Europese doelen: pagina 18