Donkere gedichten in gebeitelde taal

Voor de zevende Gedichtendag verschijnt dit jaar opnieuw een bundeltje met niet eerder gepubliceerde poëzie. In opdracht van Poetry International schreef Menno Wigman tien indringende gedichten, die vanaf vandaag voor anderhalve euro in de boekwinkel liggen. Bij lezing daarvan is één ding direct klip en klaar: Wigman is een meer dan vaardig taalsmid.

De wereld bij avond heet de bundel, en het zwart dat die titel oproept krijgt hier vorm in gebeitelde taal. Wigman kruipt diep in de huid van zijn personages (een schizofreen in Den Dolder of een glazenwasser aan een gevelwand), maar even intens zet hij zichzelf op kritische afstand. Dat gebeurt bijvoorbeeld in 'Aan een man in de supermarkt', dat bijna hooghartig inzet met: 'En toen, gifmuze, kroop hij in mijn blik:/ een man, klein, dik, met onbemand gezicht/ die keek alsof hij Ron of Ruud moest heten./ En alles wat hij dacht was mij bekend:/ belasting, voetbal, Emma, missverkiezing'. Maar de distantie blijkt niet houdbaar. Ik 'wou hem haten, kon het niet' schrijft hij vier regels later. Deze 'vale oom' droomt net zo magisch over lakens als hij zelf.

Wigmans wortels liggen in de traditie van de negentiende-eeuwse zwarte romantiek, maar ook het existentialisme is hem blijkbaar niet ontgaan. Bovenal is hij een dichter van het nu. Onbarmhartig raak vaak schetst hij in De wereld bij avond zijn tijdgenoten. 'Wie onder de reactor woont verplant/ zijn angst of hij vertrekt', noteert hij in een gedicht over het kustvolk in Petten. En de glazenwasser vraagt zich achthoog af: 'Dat meisje daar, die lach,/ wie heeft haar zo bespied dat ze immuun/ voor complimenten mijn gezicht in kijkt?'

Niet elk van de tien gedichten is perfect. 'Strafwerk' bijvoorbeeld komt niet los van het strakke stramien van herhaling. Maar daartegenover staat weer een poëtisch juweel als 'Vuilstort'. Wigman beschrijft die als een terp van dode dingen waarin niets zichzelf is. Dan verplaatst zijn blik zich naar de zee die zich over de Randstad zal storten, en onverhoeds maakt hij zijn vers tot onderdeel van die toekomst: 'Om wat ik van de tijd, van Holland weet,/ schrijf ik voor wie dit onder water leest'.

Dichtbundel: Menno Wigman, De wereld bij avond. Poetry International/Prometheus, 12 blz., 1,50