De verborgen gebreken van sociaal Zweden

Zweden zit omhoog met het eigen sociale model. Hoge arbeidsparticipatie gaat hand in hand met veel verborgen werkloosheid, betoogt econoom Birgitta Swedenborg.

Zicht vanaf de haven op het Rijksmuseum in Stockholm Gezicht op de haven en het zweeds Nationaal Museum in Stockholm.foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Stockholm, 23 januari 2006 Mentzel, Vincent

Ruim tien jaar geleden verscheen onder redactie van de Zweedse econoom Birgitta Swedenborg en twee Amerikaanse collega's het boek Välfärdsstat i omvandling - Verzorgingsstaat in verandering. Het was een analyse van de Zweedse verzorgingsstaat, geschreven door Amerikaanse en Zweedse economen. De toenmalige regering wilde dat buitenstaanders met een frisse blik de zwakke plekken van het 'Zweedse model' in kaart brachten. De auteurs erkenden dat Zweden, anders dan Amerikanen, bereid zijn een hoge prijs te betalen voor sociale rechtvaardigheid. Toch hadden ze scherpe kritiek op het Zweedse stelsel.

'Dat was ook hard nodig', verklaart Swedenborg (64) , econoom en onderzoeksdirecteur van het Studiecentrum voor Bedrijfsleven en Samenleving - een particuliere, onafhankelijke denktank in Stockholm. De collectieve uitgaven beliepen begin jaren negentig meer dan 70 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Het financieringstekort van de overheid steeg naar 12 procent. De staatsschuld als percentage van het bbp verdubbelde in vier jaar. De werkloosheid bedroeg 9 procent van de beroepsbevolking, terwijl daarnaast nog eens 5 procent deelnam aan omscholingsprogramma's en andere arbeidsmarktmaatregelen. Het Zweedse model was op sterven na dood.

Inmiddels is het tij gekeerd. Zweden realiseert al jaren een overschot op de begroting. De staatsschuld slinkt snel. De economische groei ligt boven het Europese gemiddelde. In Brussel of Den Haag gaat geen bijeenkomst over de welvaartsstaat voorbij of Zweden wordt als glanzend voorbeeld genoemd. Het is Zweden toch maar gelukt economisch concurrerend te worden en het sociale stelsel overeind te houden.  Maar de successen verhullen dat niet alle structurele problemen zijn opgelost.

Swedenborg: 'De werkloosheid is nog steeds hoog, 8,5 procent inclusief de werkzoekenden die in arbeidsprogramma's actief zijn. Veel omgeschoolde werklozen komen niet aan de slag. Daarnaast is er een aanzienlijke verborgen werkloosheid in de vorm van een hoog ziekteverzuim, en van vervroegde uittreding van oudere werknemers. De gemiddelde duur van de werkloosheid is zelfs opgelopen tot twee jaar. Zweden begint sterk op de rest van Europa te lijken.'

Het land moet nodig opnieuw hervormen, stelt dezelfde groep auteurs van tien jaar geleden deze week in een nieuwe publicatie Att reformera välfärdsstaten - De verzorgingsstaat hervormen. Het boek richt zich deze keer op de kern van het Zweedse model: de corporatieve arbeidsmarkt met centraal georganiseerde arbeidsvoorwaarden en lonen, en de actieve arbeidsmarktpolitiek waarbij veel geld gestoken wordt in training voor werklozen. 'De kracht van het Zweedse model is dat door de gelijkmatige inkomensverdeling, de hoge belastingen en uitkeringen, armoede is uitgebannen. In die zin is Zweden een succes. Maar het model heeft een prijs: baanloze groei. Er is een nieuwe ongelijkheid ontstaan tussen de werkenden en de werklozen.'

Zweden hoort de laatste jaren tot de best presterende economieën. Waarom komen er geen nieuwe banen bij?

' Zweden heeft de zwakste relatie tussen groei en werkgelegenheid van 35 landen die we hebben onderzocht. In de periode 1994-2003 daalde het aantal banen zelfs ondanks de economische groei. Dit raakt de kern van het Zweedse model. Weliswaar is de inkomensstructuur de laatste jaren minder egalitair geworden, maar de minimumlonen zijn nog steeds relatief hoog. Lage-lonenbanen voor laagopgeleiden in de particuliere sector worden uit de markt geprijsd. Nederland weet met economische groei veel meer banen te scheppen. Dat komt door de omvangrijke private dienstensector. Zweden heeft ook een dienstensector, maar die is grotendeels publiek. Ziekenhuizen, scholen, arbeidsbemiddeling en andere diensten worden betaald met belastinggeld. Dit is een probleem omdat we een grote groep migranten hebben gekregen. Ruim 13,5 procent van de bevolking van 9 miljoen bestaat uit migranten, waarvan 8,7 procent uit niet-westerse landen.'

Een van redenen waarom Zweden in de EU en in Nederland geprezen wordt, is het hoge aantal werkende vrouwen. Heeft Zweden de oplossing gevonden hoe zorg en carrière te combineren?

'Dit is complex (lacht). De hoge participatie van vrouwen is grotendeels toe te schrijven aan de royale kinderopvang. Ook hebben ouders recht op 450 dagen ouderschapsverlof, waarvan de eerste 360 dagen tegen 90 procent van het loon. De hoge participatie is misleidend, omdat ook ouders worden meegeteld die ouderschapsverlof hebben of ziekteverlof. En het ziekteverzuim in Zweden behoort tot het hoogste in Europa. Je kunt ook nog 60 dagen verlof opnemen als je kind ziek is. Met twee kinderen krijg je 120 dagen, met drie 180. Dat zijn veel dagen. Je kunt dus deel uitmaken van de arbeidsmarkt zonder te werken.'

Is die hoge participatie dan wel een voordeel?

'Het systeem is mooi, maar de keerzijde zijn hoge belastingen, omdat we deze uitkeringen moeten betalen. Je moet wel zeker weten dat het de welvaart bevordert en dat vrouwen navenant meer werken, gezien de maatschappelijke kosten die het met zich meebrengt.'

Is het kostbare Zweedse model uitgerust om toekomstige problemen zoals vergrijzing en de internationale concurrentie door de globalisering te weerstaan?

'Soms zijn Zweden heel pragmatisch met hervormen, zoals deregulering bij de telecom en de spoorwegen. In 1999 hervormden we de pensioenen, toen niemand in Europa het nog deed. Mensen ontvangen nu pensioen in relatie tot het aantal gewerkte jaren. Pensioenen worden nog steeds met belastingen betaald, maar een groeiend deel komt van individuele investeringsrekeningen. Dat maakt het systeem stabieler. Ook is het voordeliger gemaakt door te werken tot 67 jaar.

'Maar de stijgende werkloosheid onder laag opgeleide immigranten is een serieus probleem. Een van belangrijkste uitdagingen is dat de inkomensverdeling op een steeds meer gespannen voet komt te staan met marktontwikkelingen. De salarisverschillen worden groter door de concurrentie van landen met lage lonen en door technologische ontwikkelingen. Nu al neemt de spanning toe tussen politiek en markt. Als de overheidsuitgaven aan werkloosheidsuitkeringen en ziekteverlof verder oplopen, komen publieke uitgaven als kinderopvang, ziekenzorg, zorg voor ouderen onder druk te staan. Zweden had een heel goed zorgstelsel, dat is minder geworden. Hervorming van de zorg is wenselijk. We kijken met grote interesse naar Nederland.'

    • Dick van Eijk Michèle de Waard