De subtiele betekenis van 'aan'

In de zin 'Jan geeft Piet een boek' ligt de nadruk op Jan. Maar in de zin 'Jan geeft een boek aan Piet' niet, ontdekte taalkundige Timothy Colleman.

Timothy Colleman, taalkundige die binnenkort aan de Universiteit Gent promoveert op het meewerkend voorwerp. COPYRIGHT © Eric de Mildt - ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN - Het digitaal bestand mag niet worden doorgegeven aan derden - Bij publicatie dient voldaan te worden aan het overeen te komen honorarium - Naamsvermelding verplicht. COPYRIGHT© Eric de Mildt - TOUS LES DROITS SONT RESERVES - L'image ne peuttre transmis ˆ destiers -Toute publication entra”ne l'aquittement d'une indemnitŽ ˆ convenir - Mention du nom obligatoire. COPYRIGHT© Eric de Mildt - ALL RIGHTS RESERVED - Image or imagefile may not be handed to a third party - Any form of reproduction implies payment of fee. Mildt, Eric de

'Iemand' een boek geven blijkt niet hetzelfde te zijn als 'aan iemand' een boek geven - terwijl de Nederlandse grammaticaboeken toch echt vertellen dat die twee inwisselbaar zijn. De Belg Timothy Colleman ontdekte een subtiel betekenisverschil tussen de twee manieren om het meewerkend voorwerp uit te drukken. Hij analyseerde het meewerkend-voorwerp-gebruik in Vlaamse en Nederlandse kranten. Morgen promoveert hij hierop aan de universiteit van Gent.

Colleman: 'Als je mensen vraagt wat het verschil is tussen 'Jan geeft Piet een boek' en 'Jan geeft een boek aan Piet', zul je weinig resultaat boeken.' Hij keek daarom naar bestaande teksten: krantenmateriaal met een omvang van tien miljoen woorden. Wat onmiddellijk opviel, was dat veel werkwoorden een duidelijke voorkeur hebben voor een van beide constructies. 'Afgeven' komt bijna alleen voor met 'aan'; 'gunnen' heeft een sterke voorkeur voor zonder 'aan' en 'geven' kan met beide constructies goed overweg, maar heeft een zekere voorkeur voor zonder 'aan' (72 procent van de gevallen).

Zo vergeleek Colleman het gedrag van ruim honderd veel voorkomende werkwoorden, van 'aandoen' tot 'zeggen', en ontdekte daarin vaste semantische patronen. Werkwoorden die benadrukken dat de gever een bezitting verliest (afstaan, overdragen, doorgeven, uitlenen) hebben vrijwel altijd een meewerkend voorwerp met 'aan'. Werkwoorden als gunnen, benijden, kwalijk nemen en verwijten worden vrijwel altijd zonder 'aan' aangetroffen. Colleman: 'Het gaat bij deze werkwoorden om niet erg dynamische situaties, waarin met het lijdend voorwerp niet echt iets gebeurt.'

En: als de nadruk ligt op het effect van de handeling op de ontvanger, blijkt steeds de constructie zonder 'aan' te worden gebruikt. Het is meestal 'iemand iets aanraden' en bijna nooit 'iets aanraden aan iemand'. Daarom is er volgens Colleman wel degelijk een betekenisverschil tussen de zinnen 'Jan geeft Piet een boek' en 'Jan geeft een boek aan Piet'. 'In de zin met 'aan' ligt de nadruk meer op wat Jan precies doet met dat boek, terwijl in de andere zin de nadruk meer ligt op wat er voor Piet precies verandert.'

Moeten de grammaticahandboeken, zoals de Algemene Nederlandse Spraakkunst, nu onmiddellijk herschreven worden? 'Het zou in ieder geval genuanceerd kunnen worden', zegt Colleman. 'In de traditionele grammatica's vind je altijd het standpunt dat die twee vormen volledig inwisselbaar zijn. Het idee is: je kunt in elke zin kiezen welke van die twee je gebruikt, en die keuze heeft met betekenisverschil of zo niets te maken. Het is zelfs zo dat die dubbele vorm als herkenningscriterium gebruikt wordt: het kan enkel een meewerkend voorwerp zijn als je er 'aan' voor kunt zetten of als je 'aan' kunt weglaten.'

Colleman vindt een dergelijke synonymie verdacht. Sommige taalkundigen vinden zelfs iedere synonymie verdacht en beweren dat échte synonymie niet bestaat: als er meer manieren zijn om schijnbaar hetzelfde te zeggen, dan moet daar een reden voor zijn, namelijk een subtiel verschil in betekenis of gebruik.

'Dat idee is in de cognitieve benadering van taal een van de fundamentele uitgangspunten', zegt Colleman. 'Wat daarachter zit, is een soort economie-gedachte. Het zou zeer onlogisch zijn dat een taal op zeer grote schaal gebruik maakt van twee verschillende grammaticale middelen om precies hetzelfde te gaan zeggen. Als dat zo zou zijn, zou je verwachten dat een van die twee constructies heel snel eruit gaat. Maar dat zie je niet. Deze constructies bestaan al minstens enkele honderden jaren naast elkaar. Je kunt wel eens woordjes hebben die zo goed als synoniem zijn, maar om nu hele grammaticale constructies te gaan gebruiken die volledig synoniem zijn, dat zou heel vreemd zijn.'

Punt van discussie bij dit soort semantische analyses is wel de vraag: welk deel van de betekenis zit in het werkwoord en welk deel in de constructie? 'Ja', zegt Colleman. 'Dat is waar. Maar een mooi voorbeeld waaruit blijkt dat constructies wel degelijk zelf iets aanleveren, is de zin 'Jan weigert Piet een boek'. Als je aan mensen vraagt wat 'weigeren' is, zeggen ze: iets niet willen doen. Het werkwoord 'weigeren' heeft op het eerste gezicht helemaal niks met een bezitsoverdracht te maken. Maar in 'Jan weigert Piet een boek' heb je heel duidelijk met een bezitsoverdracht te maken, en dat wordt door de constructie aangeleverd.'

    • Berthold van Maris