China moet de economie redden

Een stabiele wereldeconomie is zelfs met veel gebreken mogelijk, moesten analisten op het forum in Davos erkennen in een terugblik op 2005. Dit jaar wordt mogelijk nog beter - met dank aan China.

Deelnemers aan het World Economic Forum in de Zwitserse wintersportplaats Davos tijdens een lunch tussen de vele panels, forums en presentaties door. Foto Reuters General view of the lobby inside the Congress Hall, where participants of the ongoing World Economic Forum (WEF) have lunch in Davos, Switzerland, January 25, 2006. REUTERS/Sebastian Derungs REUTERS

De economie in 2006 ziet er goed uit - er komt een 'goudgerand' jaar aan, of, zoals het jargon luidt, een 'goldilocks year'. De Amerikaanse consument zal minder uitgeven, maar dat wordt gecompenseerd door een aantrekkende vraag in China. De olieprijs blijft hoog in 2006 - een simpel gevolg van groeiende vraag (China, India) en een blijvend beperkt aanbod. Vooral omdat er onvoldoende raffinagecapaciteit is - olievelden zijn er genoeg. Maar de invloed van de hoge olieprijzen in 2005 viel achteraf mee - de recessie in de jaren zeventig na een oliecrisis is niet herhaald. Dat precedent kan de geschiedenisboekjes in.

Het World Economic Forum in Davos opende gisteren met de gebruikelijke 'ronde tafel' van economische analisten, die de toestand in de wereld in het nieuwe jaar bespraken. De stemming was enigszins lacherig. Vooral nadat de vier experts, Min Zhu (Bank of China), Laura Tyson (London Business School), Stephen Roach (Morgan Stanley) en Jacob Frenkel (American International Group) bekenden dat hun eigen voorspellingen uit 2005 niet uitgekomen waren. Toen was er gezegd dat de dollarkoers zou dalen - dat gebeurde niet. De langetermijnrente zou stijgen - gebeurde in 2005 ook niet. Het gevaarlijke 'gebrek aan evenwicht' in de wereldeconomie zou worden bestreden en dan ook afnemen - daar wordt nog steeds op gewacht. En de overspannen huizenmarkt in de Verenigde Staten zou herstellen. Ook niet gebeurd. En hét economische evenement van 2005 werd vorig jaar in Davos helemaal niet besproken: de spectaculaire stijging van de olieprijzen. De spindoctors konden niet anders dan vaststellen dat een wereldeconomie met veel gebreken toch een stabiele situatie kon opleveren.

Voor 2006 was het gezelschap ongerust over het gedrag van de Amerikaanse consument. Die had zijn overconsumptie eerst gebaseerd op overgewaardeerde aandelen en nu op te hoge huizenprijzen. Aan die 'huizenbel', die 'funny money' opleverde - niet gebaseerd op reële waarde of tastbaar inkomen - komt een keer een eind. En dan stort de vraag in, terwijl er in de 'India's, Mexico's en China's van deze wereld' nog onvoldoende welvarende burgers wonen om de vraaguitval van de Amerikanen te compenseren.

Dat werd later op de dag tegengesproken door de Chinese vice-premier Zeng Peiyan, die aankondigde dat in de komende vijf jaar alle aandacht uitgaat naar het stimuleren van de binnenlandse vraag. Dat de Chinese burger rijker wordt, was al te merken aan de hoge groeicijfers van particuliere energieconsumptie en telefoonabonnementen. Het inkomen per hoofd van de bevolking zal de komende vijf jaar verdubbelen, beloofde hij. Nu behoort het met zo'n duizend dollar nog tot het laagste ter wereld. China zelf heeft de afgelopen 27 jaar een groei van 9,6 procent per jaar gekend. De vrees dat de Chinese groei tot schaarste en prijsopdrijving op de oliemarkt zou leiden, trachtte Zeng Peiyan te sussen. China produceert volgens hem 90 procent van zijn eigen energiebehoefte.

Dat China in een aantal opzichten een reus op lemen voeten lijkt, werd vanochtend duidelijk in een ander zaaltje van het World Economic Forum. Daniel Kaufmann (Wereldbank) zei dat voor China het verkeerslicht wat corruptie betreft al jaren op 'oranje' staat. 'Waarom staat dat niet op groen? Er is de laatste acht jaar geen verbetering geweest.' Vooral op plaatselijk niveau is de corruptie toegenomen. Hij merkte op dat eigendomsrechten niet goed geregeld zijn, politie en justitie niet functioneren en de rechtsstaat breed tekortschiet. Huang Yasheng, hoogleraar management aan het Massachusetts Institute of Technology, weet de nog steeds hoge particuliere armoede aan de verkeerde beslissing van de Chinese overheid in de jaren negentig om financiële impulsen aan de steden te geven en niet meer aan het platteland, zoals in de jaren tachtig. In de steden bevinden zich de staatsondernemingen, terwijl juist op het platteland het particuliere initiatief tot bloei kwam. Dat de corruptie juist in het Chinese binnenland toeneemt, kan daar niet los van worden gezien, zo betoogde de journalist Hu Shuli van Caijing magazine. De tegenstellingen tussen arm en rijk worden daar verscherpt door praktijken waarbij vanaf provinciaal tot wijkniveau overheidsfuncties worden verkocht. Ook toegang tot medische hulp is een bron van corruptie.

2006 zou dus het jaar van het Einde van de Grote Amerikaanse Koopgolf kunnen worden. Groeit de Chinese economie in het binnenland hard genoeg? Blijft het accent op export? Gisteren stelde China z'n groeicijfers bij. Het land haalde Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in op de lijst van grote economieën. China staat nu op vier. En nog wordt China economisch onderschat - in de horecasector worden bedrijven met minder dan zestig personeelsleden niet meegeteld. Er moeten miljoenen Chinese restaurants zijn in China waar minder dan zestig mensen werken. Conclusie: Azië blijft groeien. Het zwaartepunt van de wereldeconomie verschuift verder naar Azië. De druk van de globalisering op de VS en Europa groeit.

Weblog Davos: www.nrc.nl/wef
    • Folkert Jensma