Bij de PvdA zijn ze voorzichtig 'voor'

Geen ruzie, gisteren, onder leden van de PvdA die debatteerden over uitzending van Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan. De tegenstanders waren in de minderheid.

Utrecht, 26 jan. - Het was een intens beschaafde bijeenkomst, gisteravond. In een zaaltje van het Utrechtse Jaarbeurs-gebouw bespraken PvdA-leden, zonder stemverheffing en in een sfeer van bedachtzaamheid, de voors en tegens van de uitzending van 1.200 Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan. Vooral geen partijpolitiek sentiment, waarschuwde partijvoorzitter Michiel van Hulten gisteren meteen aan het begin van de avond, geen 'binnenlandisering'.

De PvdA-buitenlandwoordvoerder in de Tweede Kamer, Bert Koenders, legde de zorgen van zijn fractie ten aanzien van Uruzgan nog een keer duidelijk uit: er moet echt ruimte zijn voor wederopbouw in Uruzgan, en de Nederlandse soldaten moeten niet in een situatie komen waarin zij voortdurend met vechten bezig zijn, of in de kazerne opgesloten blijven. De International Security Assistance Force (ISAF) van de Navo waaraan de Nederlanders zouden gaan deelnemen moet rigoureus gescheiden blijven van de vechtoperatie Enduring Freedom; en na het gedoe met de dwarsliggende D66-minister Pechtold moet nu zeker zijn dat het hele kabinet straks als één man achter de uitgezonden militairen staat.

Hoe deze verlangens straks, ter wille van een instemming van de PvdA-fractie met de missie, kunnen worden verwezenlijkt, bleef in Koenders' uiteenzetting nog wat vaag. Misschien zou een commandant van ISAF, op het hoofdkwartier in Kandahar, een vetorecht moeten hebben ten aanzien van acties in Operation Enduring Freedom (OEF), opperde hij. Maar het nadeel daarvan zou kunnen zijn dat als de Nederlanders van ISAF in de penarie raken en daar door de OEF weer uit geholpen moeten worden, het toch weer ingewikkeld wordt. Dan doemt onmiddellijk het schrikbeeld Srebrenica uit 1995 weer op, toen een Nederlandse eenheid in Bosnië luchtsteun moest ontberen, omdat de bevelslijnen in de VN-troepenmacht veel te lang en verward waren.

Ten aanzien van de eenheid van het kabinet had Koenders een eenvoudiger recept: als Pechtold het zenden van militairen naar Uruzgan niet dragen kan, dan moet hij maar weg. In tegenstelling tot D66 ziet de PvdA het gevaar alleen niet als een doorslaggevende factor, legde Koenders uit. We hebben het over militairen en militairen handelen in gevaar. De gevaren moeten alleen wel in verhouding staan tot de nuttige dingen die in Uruzgan gedaan kunnen worden, zo betoogde hij.

En toen was het aan de zaal en een panel van deskundigen om over de problematiek van gedachten te wisselen. Achter de tafel heerste vooral de wens, er 'iets van te maken' in Uruzgan. Novib-directeur Sylvia Borren brandde van verlangen de bevolking van Uruzgan na dertig jaar oorlog een kans op een menswaardig leven te geven en dacht dat de aanwezigheid van de ISAF-missie dit mogelijk kon maken. Buitenlanddeskundige Ko Colijn meende dat Nederland het in dit late stadium eigenlijk niet meer kan maken om zich alsnog terug te trekken. En Bart Tromp, partij-goeroe in vele aangelegenheden, waarschuwde voor al te stevige kritiek op de Amerikaanse benadering in OEF. Ofschoon bij hun hardhandige aanpak natuurlijk best vraagtekens te plaatsen zijn, was de inval in Afghanistan in 2001, die een eind maakte aan het regime van de Talibaan en hun steun aan de terroristen van Al Qaeda, natuurlijk best heilzaam geweest. Nederland kan daar niet nu nogmaals een gat laten vallen, vond Tromp.

In de zaal zaten nog meer voorzichtige voorstanders. Afghanistan-kenner Wim Vogelenzang, die eerder ook de PvdA-fractie heeft voorgelicht, zei dat de bevolking van Uruzgan vermoedelijk pas voor democratie en tegen de Talibaan zal kiezen als zij ook de overtuiging heeft dat die krachten de slag winnen, en dat de ISAF-troepen die overtuiging kunnen verschaffen. Oud-Kamerlid Martin Zijlstra beleed zijn geloof dat Nederlandse soldaten de uitdaging in Uruzgan aankunnen.

Tegen zoveel constructieve benadering waren de stemmen in de zaal die tégen de uitzending waren, en die het in hun argumentatie over het algemeen van scepsis jegens de Amerikanen en pessimisme over de goede afloop moesten hebben, maar nauwelijks opgewassen.

De enige prominente tegenstander die het partijbestuur, dat de avond organiseerde, op de been had gebracht was Ton Heerts, voorzitter van de tot de FNV behorende (kleine) militaire vakbond AFMP. 'Absoluut niet doen', meende deze, per telefoon vanuit Kabul. 'We kunnen daar niets bereiken.'

In de fractie, zei Koenders, zijn de meningen verdeeld. De partij weet ook nog niet wat - de mogelijk doorslaggevende speler - leider Wouter Bos vindt. Dat blijkt mogelijk pas bij de stemming in de Kamer, volgende week.