Zorg door de gemeente

De gedeeltelijk zelfstandige gehandicapten en chronisch zieken gaan erop vooruit als niet langer het Rijk maar de gemeente voor bepaalde voorzieningen verantwoordelijk is. De gemeente kan handelen naar lokale omstandigheden en behoeften. Het risico dat de gehandicapte in plaats van bijvoorbeeld de gevraagde huishoudelijke hulp een overbodige scootmobiel krijgt, wordt kleiner. Daarom is de decentralisatie van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, waarover de Tweede Kamer morgen het slotdebat voert, een vooruitgang. Het gaat om een deel van de voorzieningen die nu onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vallen (AWBZ).

Toch mag decentralisatie geen aanleiding worden voor het Rijk om op termijn door bezuinigingen de financiële verantwoordelijkheid ook naar de gemeenten toe te schuiven. Nederlandse gemeenten hebben weinig financiële zelfstandigheid en zijn van rijksbijdragen afhankelijk. Aanvankelijk leek het erop dat staatssecretaris Ross (Volksgezondheid, CDA) de zorg voor gehandicapten meer aan vrijwilligers wilde overlaten, de zogenoemde mantelzorg. Die CDA-gedachte leek op het compassionate conservatism van de Amerikaanse president Bush. Maar de vier miljoen vrijwilligers in Nederland staan onder druk en krijgen tijdgebrek, nu mensen uit alle leeftijdsgroepen worden aangespoord tot betaald werk. Van gehandicapten kan niet worden verlangd dat ze eerst bij de buren een boterbriefje met handtekening moeten vragen met de mededeling dat die niet kunnen helpen, voor ze bij de gemeente aankloppen. Uiteraard is het belangrijk dat familieleden, vrienden, kennissen en andere vrijwilligers helpen bij huishoudelijk werk en verzorging van gehandicapten, maar de overheid kan hen onmogelijk dwingen. Daarom is de plicht van de overheid aan gehandicapten een vergoeding te bieden voor voorzieningen om een zelfstandig leven leiden een belangrijke aanvulling op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. De Kamer wil deze plicht per amendement invoeren. Gelukkig is Ross niet op haar stuk blijven staan; ze vindt het amendement “sympathiek'.

Met de amendementen kan de Wet Maatschappelijke Ondersteuning zijn naam eer aan doen. Naar lokaal bevind van zaken kunnen vrijwilligers in de zorg betere ondersteuning krijgen van de gemeente en behouden gehandicapten het recht op professioneel of vrijwillig geboden voorzieningen. Bovendien kunnen gemeenten proberen werklozen te motiveren om in de lokaal gefinancierde zorg te gaan.

De stap vooruit is bescheiden. Er blijven nog rijksinstellingen voor de zorg overeind, zoals de AWBZ, met mogelijk risico tot institutionele overlapping en naar elkaar afschuiven. De vergoeding van het Rijk blijft nu hetzelfde maar kan op den duur worden verlaagd. Vandaar dat het pragmatisme van de staatssecretaris en een meerderheid van de Tweede Kamer welkom is. Van de ervaringen met deze gedeeltelijke decentralisatie kan worden geleerd.