Van Ardenne wil meer inzet VN in Soedan

De Verenigde Naties moeten de vredesoperatie in Zuid-Soedan sneller laten verlopen. Dat zei minister van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) tijdens een bezoek aan een vluchtelingenkamp in Kenia.

Hoewel het vredesakkoord in Soedan al een jaar geleden is gesloten, keren Soedanese vluchtelingen slechts mondjesmaat terug naar hun vaderland. Volgens Van Ardenne, die samen met minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) deze week op bezoek is in Kenia om te kijken hoe dat land omgaat met het vluchtelingenprobleem, komt dat omdat de VN in Zuid-Soedan te weinig van de grond krijgt.

“Ik heb er bij Jan Pronk vorige week nog op aangedrongen dat de VN-operaties in Zuid-Soedan sneller moeten verlopen“, zei Van Ardenne na een bezoek aan het vluchtelingenkamp Kakuma in het noorden van Kenia . Er moeten snel scholen en ziekenhuizen komen. Slechts veertig procent van de toegewezen vredestroepen is ter plaatse.“ Oud-minister Pronk is hoofd van de VN in Soedan.

“Ik ga niet terug. Het is nog veel te gevaarlijk in mijn woongebied“, vertelde een Zuid-Soedanees aan de twee Nederlandse bewindslieden. “Er zijn nog milities actief en er liggen landmijnen.“ Minister Verdonk probeerde hem te overtuigen: “U bent een man. U wilt toch een rol spelen bij de wederopbouw van uw land?“ Waarop de Soedanees antwoordde: “Maar natuurlijk, maar daar is het nu nog veel te gevaarlijk voor.“

Het afgelopen jaar keerden slechts 131 van de 70.000 vluchtelingen in Kakuma terug naar Soedan. Velen zijn bang dat het opnieuw onrustig zal worden in het gebied. Wie wel terug gaat, laat zijn gezin achter in de vluchtelingenkampen in Oeganda of Kenia.

Volgens van Ardenne was de reis met Verdonk “een novum“. De ministers willen “een verbinding leggen tussen migratie en ontwikkeling“. Van Ardenne: “Wij lopen voor met ons beleid. Ik noem het: migratie voor ontwikkeling. Later dit jaar komt er hierover een VN-conferentie. Verdonk en ik gaan ons beleid coördineren en dan zal u zien wat er in de wereld gebeurt.“