Tweede Kamer mag delen in militaire geheimen van Uruzgan

Minister Kamp (Defensie) geeft toe aan de wens van de Tweede Kamer. Hij geeft geheime MIVD-rapporten over Uruzgan ook aan de woordvoerders buitenland van de Kamer.

De kruitdamp van de eerste confrontatie is nog niet opgetrokken, of de Tweede Kamer boekt al een tweede procedurele overwinning in de zaak-Uruzgan. Minister Kamp (Defensie, VVD) boog vanochtend het hoofd en beloofde in een brief aan de Kamercommissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD), dat ook de buitenlandwoordvoerders van de partijen in de Tweede Kamer een inmiddels berucht rapport van de militaire inlichtingendienst MIVD over Uruzgan mogen inzien.

Minder dan 24 uur tevoren nog had de minister gezworen dat dit niet het geval kon zijn: de documenten mochten alleen de leden van de CIVD onder ogen komen. De Tweede Kamer had dat voorstel met grote stelligheid van de hand gewezen. Dat gebeurde met een nog grotere meerderheid dan bij de eerste krachtmeting. Toen legden CDA en D66 zich neer bij de poging van de regering om een voornemen over de missie te laten doorgaan voor een kabinetsbesluit. Het spel werd hoog gespeeld: PvdA-leider Bos speculeerde voor de tv-camera zelfs op de mogelijkheid dat zijn partij aan de uitzending naar Uruzgan haar instemming zal onthouden, “wegens gebrek aan informatie“.

Tot nu toe heeft Kamp het parlement elke inzage in MIVD-rapporten onthouden, omdat hij zich op het standpunt stelt dat het parlement alleen een boodschap heeft aan zijn uiteindelijke politieke besluiten. De militair-ambtelijke voorbereiding ervan moet binnenskamers blijven. Bovendien bevatten de MIVD-documenten informatie van inlichtingendiensten van bevriende landen, die Nederland nooit meer iets verklappen als dat in Nederland uitlekt, zo is Kamps redenering.

Inzage door de CIVD - overigens nog met weglating van de “buitenlandse' bronnen van informatie - moet de minister een redelijke oplossing hebben geleken om aan de voortdurende drang uit de Kamer, inzage te geven in het MIVD-rapport over Uruzgan, tegemoet te komen. De regering heeft immers volgende week elke stem in de Kamer hard nodig, in het bijzonder die van de PvdA, de gangmaker in de MIVD-zaak. Het is de fractievoorzitters in de CIVD immers ten strengste verboden om over de documenten die zij inzien - voornamelijk afkomstig van MIVD en de binnenlandse inlichtingendienst AIVD - wat dan ook naar buiten te brengen. Ook tegenover fractiegenoten en andere politieke vrienden luidt het parool: mondje dicht. Alleen onder strikte geheimhouding kan de CIVD haar werk doen: het controleren van de werkwijze van de geheime diensten.

En hier schuilt meteen het probleem: het gaat bij het MIVD-rapport over Uruzgan helemaal niet om de werkwijze van de geheime diensten, het gaat om de informatie over Uruzgan zelf. En voor zoiets is de CIVD niet, luidt al jarenlang de stelregel in de Haagse politiek. Wanneer namelijk de CIVD gaat fungeren als een loket van de Kamer - waar de regering informatie kan deponeren waarvan zij liever heeft dat die uit de openbaarheid blijft - is het einde zoek. Dan zullen steeds meer onwelgevallige bevindingen buiten het publieke debat worden gehouden onder vage verwijzingen naar het staatsbelang. En omdat de leden van de CIVD niets naar buiten mogen brengen, gaat de controlerende arbeid van het parlement zich steeds meer in het verborgene voltrekken.

Daar past de Tweede Kamer voor. CDA-fractievoorzitter Verhagen had, in zijn hoedanigheid van voorzitter van de CIVD, gisteren meteen gewezen op het “ongebruikelijk karakter' van Kamps voorstel. De CIVD vergadert er naar verwachting morgen over.

Kamp is, met zijn brief, de beslissing vóór geweest die op grond van uitlatingen van de fractievoorzitters de meest waarschijnlijke leek: dat ook de buitenlandwoordvoerders het document mogen inzien, onder de strengste geheimhouding dan wel.

Voor de PvdA heeft de zaak een lange voorgeschiedenis. Al jarenlang ijvert haar Kamerlid Koenders ervoor om de rapportages van de MIVD te mogen inzien over Irak, die de regering er in 2003 toe brachten aan de Amerikaans-Britse inval in dat land politieke steun te geven. Dat is tot nu toe niet gelukt. In het geval Uruzgan is een van de argumenten van de Kamer, dat in november vorig jaar al sommige conclusies naar twee televisiejournaals zijn gelekt, overigens zonder dat de documenten journalisten onder ogen zijn gekomen.

Het is daarom moeilijk te beoordelen of die documenten inderdaad, zoals de “lekken' vorig jaar suggereerden, een inzet van Nederlandse militairen sterk af zouden raden, omdat die te gevaarlijk zou zijn. Uit de beschrijving die Kamp gisteren in zijn Kamerbrief van die documenten gaf, blijkt dat niet. De MIVD, schreef de minister, noemt de inzet in Afghanistan “een complexe en risicovolle onderneming“, die gekenmerkt moet worden door “een evenwicht tussen robuust optreden bij veiligheidsoperaties en inspanningen ter verkrijging van steun in de bevolking“. Dit wijkt niet af van het beeld dat het kabinet in openbare stukken heeft opgeroepen.

Maar in ieder geval kan worden gezegd dat de MIVD-documenten, ongeacht hun strekking, nu al een rol in het publieke debat over Uruzgan hebben gespeeld. Dat is des te meer reden om ze nu maar zoveel mogelijk openbaar te maken, betoogde de PvdA'er Koenders. En waar dit streven in de zaak-Irak slechts bij de linkse partijen steun ondervond, heeft nu de gehele Kamer zich achter dit verlangen geschaard, inclusief regeringspartij CDA.

De aanvankelijke benadering van het kabinet om geen definitief besluit tot het zenden van troepen voor te leggen en de suggestie te wekken alsof de Kamer het mocht bepalen, heeft averechts gewerkt voor premier Balkenende en de zijnen. Nadat de Kamer het kabinet gedwongen heeft te verklaren dat er wel degelijk een besluit is geweest, neemt de volksvertegenwoordiging nu voor de tweede maal het heft in handen.

    • Raymond van den Boogaard