Onrust sport over nieuwe Kansspelwet

Bij de sportbonden is grote onrust ontstaan over een mogelijke wijziging van de Wet op de Kansspelgelden door het ministerie van Justitie. Daardoor zou de sport volgens NOC*NSF, dat hierover signalen ontving, in de financiële problemen kunnen komen.

De georganiseerde sport in Nederland zou door deze maatregel zijn structurele aanspraak op de Lottogelden kunnen verliezen.

Dat zou een nieuwe klap voor de sportbonden betekenen. Eerder besloot het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport al de structurele subsidies af te schaffen. Momenteel ontvangt het NOC*NSF zeventig procent van de netto-opbrengsten van de Lotto. “Op deze manier lijkt het financiële draagvlak voor de basisinfrastructuur van de sport in Nederland onzeker te worden“, reageert Geert Slot van de sportkoepel.

In de huidige opzet is vastgelegd dat zeventig procent van de Lotto-opbrengsten ten goede komt aan NOC*NSF.

In de nieuwe bepaling mag de Lotto zelf bepalen aan wie het geld geeft. De sportkoepel vreest dat het moet concurreren met goede doelen, zoals bijvoorbeeld Unicef en Novib, om toch voldoende financiën te genereren. “Dan krijg je een rare maatschappelijke discussie“, aldus Slot.

Een woordvoerder van het ministerie van Justitie kon gisteravond niet reageren op de noodkreet van NOC*NSF.

Eerder deze maand kwamen de Lotto-gelden in het nieuws door een uitspraak van Jorien van den Herik. In zijn nieuwjaarsrede zei de Feyenoord-voorzitter dat NOC*NSF zich geld toeeigent dat eigenlijk het voetbal toebehoort. Voorzitter Erica Terpstra van de sportkoepel bestreed dit. Zij verklaarde dat er juist onlangs een nieuwe verdeelsleutel is gemaakt, waarin het voetbal een substantieel deel van de Lotto-gelden ontvangt.