Muts

Jacco Eltingh kon het maar niet begrijpen. Waarom stonden wij, het Nederlandse tennisjournaille, niet op de banken zodra een tennissende landgenoot de baan opstapte? “Iedereen doet het, alleen jullie niet, terwijl het ook in jullie belang is als de Nederlanders een beetje ver komen hier.“

Eerst dachten we nog dat Jacco een grapje maakte. Maar nee, de oud-prof die tegenwoordig zitting heeft in het bestuur van de spelersvakbond ATP, meende het. Uit de grond van zijn hart. Bovendien: “Voor jongens als Raemon [Sluiter, red.] is het ook leuk als ze een beetje support krijgen.“

Zijn wij inderdaad te nuchter? Ontbreekt het ons aan vaderlandsliefde? Ja, waarom zetten wij niet “gewoon' een oranje klomp op het hoofd zodra Sluitertje de baan betreedt? Een beetje gelijk heeft Jacco wel. De fanatiek meelevende collega's uit Kroatië kunnen zo de spelersbox in van Ivan Ljubicic. Scheelt een hoop herrie.

Of wensen wij ons niet te associëren met het geblaat der Nederlandse backpackers? Hun repertoire beperkt zich tot “Het is stil-l-l-l-l-l-l aan de overkant!', en “Sta op als je voor Sluiter bent!'. Plaatsvervangende schaamte overvalt je, en stiekem - sorry, Jacco - denk je: wel zo prettig dat Kleine Kraai en Sluitertje al thuis zijn.

Hoe dan ook, voor de zekerheid kopen wij volgend jaar een oranje muts. Het bonnetje gaat naar de hoofdredacteur. Komt altijd van pas. Zeker bij 44 graden Celsius.