“Met al die missies word je bijna zeker uitgezonden'

Terwijl Nederlandse militairen gevaarlijke missies uitvoeren in Irak en Afghanistan, melden jongeren zich in groten getale aan voor een baan bij de krijgsmacht. “Ik hoop zó dat ik word aangenomen.“

Een scholier probeert de stormbaan op de open dag van legerplaats Oirschot. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold oirschot legerplaats ronje hindernisbaan voor scholieren foto rien zilvold Zilvold, Rien

Bang voor uitzending is de 16-jarige Steven Dirghpal niet. De fragiel ogende jongen spreekt op een zachte toon. “Ik heb er nu twee maanden over nagedacht en volgens mij kan ik zo'n missie wel aan. Ook in Uruzgan. Zo groot is de kans toch niet dat je een ongeluk krijgt“, zegt hij verlegen, terwijl zijn moeder vlak naast hem zit in de banenwinkel van de landmacht in Amsterdam.

Steven zegt onder de indruk te zijn van de anderhalf uur durende voorlichting in de banenwinkel. “Vooral de film was cool.“ Naderhand bespreekt hij met zijn moeder zijn ambitieuze toekomstplannen bij de landmacht. De muren van de winkel hangen vol met reclameposters voor de landmacht. Steven, die over een paar dagen zeventien wordt, hoeft niet lang na te denken over de vraag waarom hij bij de landmacht wil. “De actie, dat spreekt me echt aan. En ik kan niet zo goed stilzitten“, zegt hij.

Zijn moeder, een kleine vrouw van in de dertig, kan zich wel vinden in de keuze van haar zoon. “Defensie heeft voor mij een erg positieve uitstraling. Hij kan werk krijgen en het verdient best redelijk. Ik ben heel trots op hem dat hij zelfstandig deze keuze heeft gemaakt“, zegt ze glimlachend.

Hoe gevaarlijker de missies, hoe meer jongeren hun sollicitatiebrief sturen naar Defensie. Ongeveer 25.000 sollicitaties kreeg de landmacht vorig jaar binnen. Volgens luitenant-kolonel J. van Tintelen, hoofd werving en aanstelling van de Koninklijke Landmacht, is dat een “record“. “Ik weet zeker dat zonder die missies het aantal aanstellingen veel lager zou liggen“, zegt hij met gepaste trots. “Ook de mogelijke uitzending van troepen naar Uruzgan speelt een rol.“

Het is een grote paradox: terwijl de dodelijke aanslagen in Uruzgan elkaar in rap tempo opvolgen en terwijl rapporten uitlekken die verklaren dat de situatie wel degelijk gevaarlijk is, kloppen jongeren in groten getale op de toegangspoorten van de krijgsmacht. “De missies schrikken jongeren niet af, ze maken het juist aantrekkelijk. Jongeren zien nu dat werken bij de landmacht meer is dan oefenen op de heide“, verklaart Van Tintelen.

“Kun jij de landmacht aan?', luidt de vraag in de bekende tv-reclame. 5.150 jongeren konden in 2005 deze vraag positief beantwoorden, blijkt uit de jongste wervingscijfers van het ministerie van Defensie. Na jaren van matige wervingsresultaten wist de krijgsmacht afgelopen jaar zevenduizend nieuwe rekruten aan te stellen. Meer dan het doel was. In 2004 had Defensie nog grote moeite om het streefcijfer van 3.500 te halen.

Hoe komt het dat de krijgsmacht populair is onder jongeren? Van Tintelen: “De reclamefilmpjes slaan goed aan en de samenwerking met het CWI (Centrum voor Werk en Inkomen) verloopt beter dan ooit.“ De haperende economie in Nederland geeft volgens Van Tintelen de werving een zetje in de rug. Ook gaat het wervingsinstituut steeds vaker op bezoek bij ROC-scholen.

De focus ligt op schoolverlaters. Tachtig procent van de rekruten heeft zijn vervolgopleiding na de middelbare school niet afgemaakt. Defensie vangt deze jongeren met open armen op. Van Tintelen spreekt van een “aantrekkelijke doelgroep. Vooral omdat de stroom schoolverlaters niet snel zal opdrogen.“ Hij benadrukt dat schoolverlaters wel worden getest op kennis en inzicht.

Al deze factoren spelen een rol, maar de voornaamste oorzaak van het gestegen personeelsaanbod wordt gevormd door de missies in Irak en Afghanistan, waar ook het Nederlandse leger bij betrokken is. Van Tintelen: “Jongeren zien op het nieuws dat het leger echt in actie komt. De kans dat je nu wordt uitgezonden, is door de vele missies heel reëel.“

Ouderen eruit, jongeren erin. Dat was het credo van de krijgsmacht in 2003. Gevolg: twaalfduizend banen moesten weg. Maar tegelijkertijd moest de krijgsmacht duizenden jongeren aantrekken. Van Tintelen. “Jongeren dachten dat er door het vertrek van militairen geen baan meer te krijgen was.“

Door voorlichtingscampagnes wist de krijgsmacht dit beeld anno 2006 weer recht te zetten. Afgelopen jaar besteedde Defensie 23 miljoen euro aan de campagnes, ruim drie miljoen meer dan in 2003 en 2004. Het geld wordt voor een groot deel gespendeerd aan tv-spotjes en reclames in tijdschriften. Een andere vorm van voorlichting zijn de zogeheten banenwinkels van de landmacht.

Toch zijn niet alle cijfers even rooskleurig. Zo verlaat nog altijd een kwart van de militairen al na één jaar de krijgsmacht. Van Tintelen: “Sommige mensen komen er achter dat de krijgsmacht toch niet is wat ze ervan verwacht hadden. Maar een deel valt ook af door lichamelijke problemen, zoals structurele blessures. Dat speelt vooral bij de commando's een grote rol.“

Ook zou Van Tintelen liever wat meer vrouwen in zijn personeelsbestand willen zien. Nu is 10 procent vrouw. Ook is er nog een tekort aan hoogopgeleide jongeren onder de eerstejaars. Vooral aan technici. Het merendeel van de eerstejaars kiest voor een gevechtsfunctie, zoals bij de infanterie.

Een van de zeven banenwinkels staat in Amsterdam-West. Dagelijks lopen hier tientallen jongeren binnen voor een intakegesprek of voor gewoon wat informatie. Er zijn plannen om de winkel te verplaatsen naar de Kalverstraat.

“We zijn niet alleen op zoek naar mensen die actie willen“, zegt voorlichter M. Hoekstra van de banenwinkel. Hij draagt een groenbruin landmachtuniform. “Aan Rambo-figuren hebben we niet zoveel.“ Ook Hoekstra constateert een stijging van de populariteit onder jongeren. “Ze zijn erg geïnteresseerd in de missies.“

Op de voorlichtingsfilmpjes komen vooral imposante legervoertuigen in beeld, net als het plezier van het werken in een teamverband. Maar de filmpjes zwijgen in alle talen over de moeilijke omstandigheden waarin de militairen soms moeten werken tijdens de missies. Zo zijn er afgelopen jaren twee Nederlandse militairen gesneuveld in Irak.

Volgens Hoekstra zijn de filmpjes vooral bedoeld als blikvanger. “Tijdens intakegesprekken gaan wij dieper in op het vak. Dan praten wij natuurlijk over de gevaren die de missies met zich meebrengen. Het loodgehalte in Afghanistan ligt nu eenmaal een stuk hoger dan in Nederland.“

Als een sollicitatiegesprek goed is verlopen, volgt een keuring op de marinebasis in Amsterdam. Daar wordt gekeken naar de psychische conditie van de sollicitant, maar ook naar zijn lichamelijke capaciteiten.

“Harder, harder, harder!“, roept een medewerkster van het keuringsinstituut in een fitnessruimte fel tegen een jongen die zijn arm zo hard mogelijk tegen een sensor moet drukken. Zo wordt zijn spierkracht met de computer vastgesteld. Volgens Van Tintelen komt slechts één op de vijf mensen door de keuring. “Om die vijfduizend aanstellingen te realiseren hebben we afgelopen jaar dus ongeveer 25.000 sollicitanten verwerkt.“ De jongen zucht opgelucht als hij weer mag ontspannen.

Niet alleen in de banenwinkels kunnen jongeren kennismaken met de landmacht. De dertiende Gemechaniseerde Brigade in Oirschot organiseert maandelijks een inloopdag. Vorige week donderdag was er weer een. Meer dan honderd jongeren kregen een rondleiding langs de pantservoertuigen.

Infanterist Ferdi de Jong (19) was aanwezig om mee te helpen met voorlichten. Hij is exact de vijfduizendste aangestelde bij de landmacht van afgelopen jaar. Ferdi: “Ik heb geen spijt van mijn keuze. Het is met al die missies bijna zeker dat je wordt uitgezonden.“

    • Jaus Müller