Jij spreekt Nederlands, jij bent een goede Marokkaan

Rotterdammers leren elkaar kennen tijdens de islamdebatten in de buurten. Tijdens een bordspel moeten ze iets vertellen over het land van hun buurman. “Jemig, nu val ik gelijk door de mand.“

Bij de islamdebatten op buurtniveau die Rotterdam tegenwoordig organiseert, ligt altijd een bordspel op de tafeltjes in de zaal. Dialoog zonder grenzen heet dat spel. Het is een soort ganzenbord, maar dan met andere opdrachten. Zoals vakje vijf: “Uit welk land komt uw tafelgenoot links van u? Vertel iets over dit land'. Of: “Pak een kaartje'. En dan op het kaartje: “Wat is voor u makkelijker: uw oorspronkelijke taal of Nederlands?'

Gisteravond waren in buurthuis Post West in het Nieuwe Westen van Rotterdam alle kaartjes van het bordspel gewijd aan de “taalnorm' uit de Rotterdam Code. Het stadsbestuur heeft iedereen in de stad opgeroepen “Nederlands te spreken in het openbaar“. Ook de opvoeding zou “grotendeels in het Nederlands“ plaats moeten vinden.

De taalnorm werd landelijk nieuws toen minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) afgelopen zaterdag zei deze wel in “heel Nederland“ in te willen voeren.

Aan onze tafel zitten Jamal (Marokkaan), Taoufik (Tunesiër), Balt (“ik ben een Brabo uit Tilburg“), Monique en Vanja (uit Zeist). Vanja zit naast Jamal. Zij gooit als eerste, een vijf. Wat weet ze van Marokko? “Jemig, nu val ik gelijk door de mand. Nou, eens kijken. Het ligt ver weg. In Afrika. Het is er warm.“

Jamal: “Heel goed. Weet je misschien ook wat voor taal er wordt gesproken?“ Hij legt uit dat dat verschillende talen zijn, zoals er ook verschillende geloven zijn. “Er is tolerantie.“

Het tafelgesprek dat volgt, duurt een uur. Het gaat ongeveer zo:

Balt: “Waarom willen Marokkanen geen Nederlands spreken?“

Jamal: “Is dat zo? Ik spréék toch Nederlands?“

Taoufik: “Ja, maar jij bent een góéie Marokkaan.“

Jamal: “Nee, nee, nee. Als je mensen kansen geeft, doen ze hun vanzelf hun best. Dat geldt voor iedereen. Politici schrijven nota's over de verkeerde problemen. Marokkaanse jongeren spreken Nederlands. Toch krijgen ze geen werk.“

Taoufik: “Omdat ze niet willen werken. Ze willen meteen rijk worden.“

Balt: “Meen je dat nou?“

Taoufik: “Ik zeg dit voor de discussie. Ik meen het niet. Wat nu gebeurt, doet me pijn. Het racisme wordt geïnstitutionaliseerd. Kijk, hier (hij pakt zijn digitale camera): dit zijn de mensen aan wie ik taalles geef. Allemaal oudkomers.“

Vanja: “Zo, mooi toestel zeg.“

Taoufik: “Ja, en niet gejat. Die mensen zijn arm. Iemand zei een keer: geef het geld voor die taallessen aan de armsten, dan kunnen ze een tv kopen en daarvan de taal leren. Taal is het probleem niet. Armoede en gebrek aan kansen, dát zijn de problemen.“

Balt: “Maar Nederlands spreken is toch niet verkéérd?“

Jamal: “Vroeger eisten politici dit niet en toch waren er toen geen problemen.“

Taoufik: “Het is anders. Het is: als ik aan een tafel aanschuif, nee, niet deze, en jullie negeren me, en nog een keer en nog een keer, dan zeg ik na een tijdje: doei.“

Jamal: “Het is dat de ene partij geen zin heeft in de andere.“

Taoufik: “Ik had een keer een Friese vriendin. Haar vader sprak thuis alléén Fries. Nu kan ik zeggen: bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries. Ik kan ouwehoeren als Brugman. Maar [tegen Balt]: als ik kom als de vriend van je zus, ben jij toch niet blij.“

Jamal: “Wij moeten met elkaar omgaan als mensen. We hebben toch allemaal hersenen? Waarom gebruiken we die niet? Ik hoor mensen steeds vaker domme dingen zeggen, die ze overnemen uit de media.“

Taoufik: “Als wij buren zijn, en wij hebben contact, dan hebben wij geen politici nodig om over ons te praten. Dan praten wij met elkaar.“

Jamal: “Er gebeuren in deze stad allemaal goeie dingen. Maar je hoort er bijna nooit wat over. De media maken kleine dingen groot.“

Voor het eerst sinds de islamdebatten op buurtniveau enkele maanden geleden begonnen, zijn er ook landelijke tv-camera's bij. Voor die camera's trekt wethouder Leonard Geluk (Integratie, CDA) aan het einde van de avond zijn conclusies: “Jullie zeggen dat wij politici het verkeerd doen. En ik kan me dat gevoel wel indenken. Want we dóén het ook verkeerd, als in deze stad één op de drie kinderen met een taalachterstand naar de basisschool gaat. Dat is het probleem.“

    • Gretha Pama