Island

De woorden “Pink Island' hebben een magische klank voor wie zich nog weleens over een bak met tweedehands vinylplaten buigt. Het roze label uit de begindagen van Island, opgezet door de Jamaicaanse Engelsman Chris Blackwell en in 1964 op de kaart gezet met de hit My Boy Lollypop van Millie, stond in de jaren 1967-72 voor de betere progressieve rock.

Traffic, Jethro Tull en Free debuteerden er, en met Nick Drake, Fairport Convention en John Martyn deden er de folkrock bloeien. Een handzaam boxje in vrolijk roze verzamelt op drie cd's de hoogtepunten uit die bonte psychedelische periode, variërend van Cat Stevens' hitsingle Wild world tot obsure elpeetracks als het heerlijk excentrieke Strangely strange but oddly normal van Dr. Strangely Strange. De invloed van Traffic en hun blanke zanger Steve Winwood is met name bij Tramline en Heavy Jelly voelbaar. Daartussen roerden zich oorsponkelijker stemmen als Nirvana (de Engelse, dus niet met Kurt Cobain) en het heftig experimentele White Noise. Zeldzaamheden als de single Cat food/Groon van King Crimson mer maken dit een hebbeding van de eerste orde.

Jan Vollaard

Strangely Strange But Oddly Normal: An Island Anthology 1967-1972 (Island/Universal)

    • Jan Vollaard