Grootmoeders klok helpt vrouwen

Te veel vrouwen werken in deeltijd, schreef de in Amerika wonende Nederlandse juriste Heleen Mees zaterdag in Opinie & Debat. Zij vindt dat verspilling van talent. In een reactie wijst historicus Mulder-Bakker erop dat de maatschappe- lijke bloeitijd van vrouwen pas na hun veertigste komt. Daar moet de maatschappij beter op worden ingericht. De meningen van lezers lopen uiteen: naast instemming is er kritiek dat Mees zich laat meeslepen door het welvaartsdenken.

De moeder van Guibert van Nogent, een hoog-adellijke dame uit de Middeleeuwen, besloot haar leven drastisch om te gooien toen ze veertig was geworden. “Hoewel ze nog veel van haar jeugdige schoonheid bezat“, schreef haar zoon, “deed ze er alles aan om er voortaan oud uit te zien. Ze begon voorover gebogen te lopen, trok rimpels, knipte haar lange haarlokken af, toch het sieraad van een vrouw. Ze trok een gerafelde mantel aan, zonder kraak of smaak, en schoenen vol gaten, talloze malen gelapt.“ In de jaren daarvoor had ze zich keurig onderworpen aan de plichten van echtgenote en moeder, ze had drie zoons ter wereld gebracht en naast haar man het erfgoed beheerd, nu koos ze voor het zelfstandige bestaan van God-gewijde, oude vrouw. Wat bood dat haar voor mogelijkheden die ze als rijke vrouw des huizes niet bezat?

In het levensverhaal, opgetekend door haar zoon, lezen we dat de moeder zich de houding en de kennis van een wijze, oude vrouw aanmat. Voortaan stond ze talloze bezoekers te woord en hielp hen bij het uitstippelen van hun levenspad. Zij ontplooide zich als een religieuze leidster. “Alle mensen die haar van vroeger kenden, vooral de adellijke heren en hun dames, stelden het op prijs met haar te spreken, ze vonden haar welbespraakt en tegelijk ingetogen in haar gesprekken.“ Haar zoon vond zelfs dat zij sprak met de autoriteit als van een bisschop. Blijkbaar was dat wat ze wilde, op haar oude dag, in de tweede helft van haar leven.

In de huidige discussie over vrouwen en topposities wordt voortdurend geconstateerd dat vrouwen ver achterblijven bij mannen. Ook door Heleen Mees (Opinie & Debat, 21 januari). Vrouwen blijven hangen in inferieure banen, werken in deeltijd, raken in de “kinderklem'. Haar oplossing? “De beste manier is een man te kiezen die òf veel ouder is (en bemiddeld om de kinderopvang te betalen), òf veel jonger, òf een drop-out (en dus afhankelijk van haar beslissingen).“ Zij vergeet het belang van de leeftijd en de levenscyclus van de vrouw, zij vergeet de tweede helft.

Bij mijn studies van vrouwen en religie in de Middeleeuwen stuit ik voortdurend op vrouwen die na hun veertigste een vooraanstaande rol beginnen te spelen in de samenleving. Dat heeft mij aan het denken gezet. In het huidige tijdsgewricht moeten mensen het voor hun veertigste gemaakt hebben, anders zijn ze te laat, te oud, en in de resterende jaren te weinig van nut voor hun bedrijf of werkgever. Na hun vijftigste beginnen veel mensen immers af te tellen, ze kunnen in de 53+ regeling en na hun zestigste gaan ze met pensioen. Mensen? Hebben we het hier over mensen of alleen over mannen en het gangbare manlijke carrièreverloop ? Zou de curve bij vrouwen misschien anders verlopen?

De laatste jaren hebben sociaal biologen voeding gegeven aan mijn twijfels, bijvoorbeeld Sarah Buffer Hrdy in haar spraakmakende boek Mother Nature: Maternal Instincts and the Shaping of the Species (2000). Zij constateert dat bij de mensensoort vrouwen voortleven lang nadat ze opgehouden zijn biologisch productief te zijn. Zij lijken de uitzondering op de Darwinistische regel dat alle leven is gericht op instandhouding en voortplanting van de soort. Mannen behouden, net als alle dieren, hun voortplantingsdrift tot op hoge leeftijd, zij kennen niet zoiets als de menopauze. Vrouwen houden rond hun veertigste op vruchtbaar te zijn, komen in de menopauze maar leven daarna gewoon door, twintig, dertig jaar of meer, vaak zelfs langer dan hun hele vruchtbare periode is geweest.

Vanuit een Darwinistisch standpunt bezien moeten vrouwen na hun veertigste een tweede vorm van productiviteit kennen, die het de moeite waard maakt hen in leven te laten. Hier introduceert Hrdy haar uitdagende Grandmother's clock hypothesis. Dankzij die onvruchtbare, oude vrouwen, stelt zij, heeft het mensenras zich uit de categorie van primaten weten los te rukken en zich tot de slimme, sprekende en van enorme hersenmassa's voorziene mensensoort weten te ontwikkelen, de homo sapiens.

De mensensoort kan het zich namelijk permitteren jongen volkomen hulpeloos ter wereld te brengen en jarenlang afhankelijk te laten zijn om hen zo de kans te geven hun intellectuele en geestelijke vermogens te ontwikkelen. Dat kan omdat grootmoeders inspringen. Omdat in de dierenwereld het ouderpaar de complete zorg voor de voedselvoorziening en de verzorging heeft, moeten de jongen wel meteen mobiel zijn. Mensenjongen kunnen de tijd nemen zich te ontwikkelen omdat oude vrouwen voedsel zoeken; of oppassen als de ouders dat doen en omdat zij het grut socialiseren. Zoals Hrdy zegt: “the big difference between humans and other apes is our much longer postmenopausal life.“ Je ziet dit nog bij archaïsche volkeren, zegt zij. “Ongelooflijk fitte grootmoeders, in de vijftig en zestig, allemaal in de postmenopauze, maken de langste uren bij het zoeken naar bessen en het produceren van voedsel. Zij weten waar ze in tijden van schaarste verborgen waterbronnen kunnen vinden of eetbare wortels diep onder de grond.“ In termen van motivatie en productiviteit, zegt Hrdy, bereiken vrouwen de toppen van hun kunnen als ze de leeftijd van kinderen baren voorbij zijn.

Ze raakt hier een punt dat ook voor vrouwen in ontwikkelde samenlevingen geldt. De levenscyclus van vrouwen, in productiviteit voor de soort gemeten, heeft een andere curve dan die van mannen.

Tot aan het veertigste levensjaar of daaromtrent houdt het vrouwenlijf energie in reserve voor het geval het beschikbaar moet zijn voor de voortplanting, of het nu feitelijk kinderen baart of niet. Na hun veertigste komt deze energie vrij, lijkt het, en wordt toegevoegd aan de algemene reserve, zodat vrouwen met grote assertiviteit en passie zich op hun nieuwe taak kunnen storten: zich nuttig maken voor de soort, of in de termen van deze tijd, met grote energie een maatschappelijke carrière najagen of het traject naar een toppositie inslaan, als zij daarvoor de capaciteiten hebben. Terwijl mannen gaan denken aan afbouwen - of na hun veertigste beginnen aan een tweede worp - worden vrouwen actief en verleggen zij hun prioriteit naar de belangen van de grotere gemeenschap. Ik heb mij door medici laten vertellen dat dit ook hormonaal te meten valt: mannen worden “huiselijker', “zorgzamer', vrouwen produceren meer testosteron dat hen assertief en carrière-belust maakt.

Het is jammer dat de samenleving daar, buiten de mantelzorg en het vrijwilligerswerk, niets mee doet. Headhunters en benoemingscommissies hebben nog steeds niet ontdekt dat vrouwen voorbij de veertig nog zeker 20 à 25 productieve jaren voor de boeg hebben - ongeveer evenveel als hun manlijke collega's (tussen hun dertigste en vijfenvijftigste) voor hun bedrijf van nut waren. En mocht de verplichte pensioenleeftijd eindelijk worden afgeschaft, dan nemen zij ook graag nog een aantal jaren hierna voor hun rekening. Al te lang hebben zij moeten wachten tot hun biologische klok het hun toestond op volle kracht vooruit te gaan.

Trouwen met een drop-out, die voor de kinderen zorgt, en zelf “echt aan het werk' en carrière maken is dus voor vrouwen niet de oplossing. De maatschappij moet aanvaarden dat zij tot hun veertigste hun energie verdelen tussen voortplanting en deelname aan het arbeidsproces. Maar daarna zullen zij hun beste krachten wijden aan een maatschappelijke carrière. En zij zullen net zo productief zijn als hun manlijke collega's alleen wat later op hun levenspad. Het is aan de politiek en het bedrijfsleven de samenleving hierop in te richten. Wijze, oude vrouwen zullen zeker bereid zijn daarover mee te denken.

Dr. Anneke B. Mulder-Bakker (moeder en grootmoeder) is historicus en mediëvist. Zij was tot haar pensioen UHD aan de Letterenfaculteit in Groningen en is nu als gastmedewerker verbonden aan het onderzoeksinstituut Pallas in Leiden.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Grootmoeders klok helpt vrouwen (25 januari, pagina 7) wordt verwezen naar Sarah Buffer Hrdy , auteur van het boek Mother Nature. Ze heet echter Sarah Blaffer Hrdy.

    • Anneke B. Mulder-Bakker