Encycliek over liefde: erotiek behoeft discipline

De eerste encycliek van paus Benedictus gaat over wat volgens hem de kern van de christelijke leer is: de liefde. Eros is niet taboe, maar behoeft discipline, zuivering en rijping.

“God is liefde. En wie in liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem.“ Zo luiden de eerste woorden van de eerste encycliek van paus Benedictus XVI met als titel Deus Caritas Est.

Al enige tijd werd er in Rome uitgekeken naar dit eerste pauselijk schrijven aan de bisschoppen, omdat dit traditioneel geldt als een soort ankerpunt voor de rest van diens pontificaat.

In tegenstelling tot veel van zijn voorgangers, heeft Benedictus er in zijn eerste encycliek echter niet voor gekozen om een soort gedetailleerd programma voor zijn pontificaat af te geven. Hij buigt zich met zijn encycliek over wat volgens hem de kern van de christelijke leer is: de liefde.

“In een wereld, waarin de naam van God soms verbonden wordt met de wraak of zelfs de plicht tot haat en geweld, is dit een boodschap van hoge actualiteit en met een zeer praktische betekenis“, aldus de paus. Het is volgens hem aan de mens God en zijn naaste lief te hebben als zichzelf, zo stelt hij in zijn inleiding.

Het eerste deel van zijn 77 pagina's, oorspronkelijk in het Duits geschreven encycliek wijdt Benedictus aan de relatie tussen “eros' of erotische liefde, en “agape', de onvoorwaardelijke spirituele en niet zelfzuchtige liefde die Jezus zijn volgelingen leerde. Dit deel is een filosofisch-, theologische verhandeling waarin Benedictus waarschuwt dat in de hedendaagse maatschappij de erotische liefde de verbinding aan het verliezen is met de zichzelf opofferende spirituele liefde, zoals het christendom die doceert.

Eros, is niet taboe, zo stelt Benedictus. Erotiek is ook door de schepper in de menselijke natuur opgenomen. Maar eros heeft behoefte aan discipline, zuivering en rijping, opdat zij niet haar waardigheid verliest en vervalt tot pure seks. “De tot seks gedegradeerde eros verwordt tot een koopwaar, enkel een ding.“ Ook al is eros aanvankelijk en vooral verlangen, zo stelt de paus, gedurende de toenadering tot de ander behoort men zich steeds minder op zichzelf te richten, en steeds meer te zoeken naar het geluk van de ander. In Jezus, die voor de mens stierf aan het kruis, bereikt de versmelting van eros en “agape' volgens de paus zijn hoogtepunt.

Dit eerste deel zou Benedictus zelf hebben geschreven. Het tweede deel, over de charitas, zou deels al onder zijn voorganger zijn opgesteld. Daarin staat dat niet alleen elk mens, maar ook de kerkgemeenschap in haar geheel is verplicht tot de liefde in de vorm van charitas (naastenliefde en goede werken). Zij wordt met de verkondiging van het woord en de viering van de eucharistie tot de hoofdtaken van de kerk gerekend.

In reactie op de klacht dat de kerk zich vooral in Italië te veel bemoeit met de politiek, stelt Benedictus dat “de rechtvaardige inrichting van de staat en maatschappij de centrale taak is van de politiek“ en niet in eerste instantie van de kerk. De sociale doctrine van de katholieke leer is er volgens hem “niet op uit de kerk macht te laten uitoefenen over de staat“. De kerk wil enkel “er aan bijdragen dat wat rechtvaardig is, ook als zodanig wordt herkend. Ze wil de gewetensvorming in de politiek dienen en ondersteunen“, opdat er echte rechtvaardigheid wordt gerealiseerd.