Brabantse soep

Maaltijdsoep voor 4 personen:

400 gram runderpoelet

1 mergpijpje

1 ui, 2 worteltjes

2 laurierbladeren

1 takje of mespunt tijm

zout, peper

300 gram aardappelen

1 Brabantse rookworst of 250 gram gehakt

75 gram rijst

400 gram prei

4 eieren

In mijn jeugd verliep het eten op zondag volgens Brabantse traditie. Zaterdag werd er bouillon getrokken. Het merg uit het pijpje werd na afloop met zout en peper op een witte boterham aan mijn vader geserveerd. Het vlees werd gezeefd en bewaard tot maandag voor het maken van kroketten of een jachtschotel. De bouillon zelf verscheen steevast zondag op tafel, tot soep verrijkt met rijst en balletjes. Ik geef hier een variant van het recept. U kunt de soep in één keer maken of verdeeld over twee dagen. Zet het vlees op met 2 liter water, mergpijpje, ui (in kwarten gesneden), worteltjes (in stukjes), laurierbladeren, tijm en wat zout en peper. Breng het water aan de kook. Drie uur zachtjes laten trekken. Zeef de bouillon in een schone pan. Schil en was de aardappelen en snijd ze in blokjes. Als u voor gehakt kiest, meng er dan 3 eetlepels koffiemelk, zout, peper, nootmuskaat en 2 eetlepels paneermeel door en draai er balletjes van. Laat de soep met daarin de stukjes aardappel, de rijst en de eventuele rookworst 20 minuten zachtjes koken. Snijd de prei in smalle ringen en kook die de laatste 10 minuten mee, evenals de eventuele balletjes. Kook de eieren in 10 minuten hard. Pel ze en snijd ze in kwarten. Snijd de rookworst in plakjes en doe die terug in de soep. Breng de soep op smaak met zout en peper. Verdeel de stukken ei over de borden en schep er de soep over.

Een ander recept voor Brabantse aardappelsoep vond ik op www.streekrecepten.nl. Snijd 7 geschilde aardappelen in blokjes, 1 geschilde winterwortel in plakjes, 2 preien in ringen en 1 schoongemaakte knolselderij in blokjes. Twintig minuten zachtjes laten koken in anderhalve liter water en dan pureren. Doe een halve liter melk en 25 gram boter bij de soep. Nog even koken en op smaak brengen met zout, peper en nootmuskaat. Strooi er 2 eetlepels fijngesneden peterselie over. Er zou ook nog een rauw ei doorgeklopt moeten worden, maar dat doe ik niet.

Morgen: taart.

    • Annelène van Eijndhoven