Bouwen aan de “great firewall'

Google is niet het eerste ICT-bedrijf dat onder de knoet van de Chinese overheid door gaat. “We moeten ons aan de regels houden.“

Internetgigant Google is een club van toffe jongens die het beste voorhebben met de mensheid, vinden ze zelf. Hun bedrijfsmotto: Don't be Evil. Alle informatie ter wereld moet voor iedereen online beschikbaar zijn, menen oprichters Larry Page and Sergey Brin. Hoewel, alle informatie, voor iedereen? Vanaf gisteren werkt Google actief mee met de Chinese overheid om resultaten van zoekopdrachten weg te filteren die het regime in Peking onwelgevallig zijn. In ruil daarvoor mag de site google.cn vanaf het vasteland van China opereren. Daarmee gaat het Amerikaanse bedrijf na een gevecht van ruim drie jaar door de knieën.

Google kwam voor het eerst in aanvaring met de Chinese overheid in augustus 2002 toen de zoekmachine korte tijd niet vanuit China te raadplegen was. Google weigerde zoektermen als “Falun Gong' te blokkeren. Na twee weken was de site weer gewoon te raadplegen.

In een interview met Playboy in september 2004 zei Sergey Brin over deze episode: “We hebben toen niet met de Chinese overheid onderhandeld. Kennelijk was er zoveel vraag naar onze diensten dat de overheid ons weer heeft toegelaten. Andere portals hebben lokale servers staan, en hebben daarvoor als prijs moeten betalen dat ze beknotte informatie moeten leveren. Ik ben niet blij met het beleid van die bedrijven.“

Google heeft ruim een jaar na dit gesprek dus alsnog besloten hetzelfde soort medewerking te verlenen. Deze knieval is de zoveelste in een lange reeks van westerse ICT-bedrijven die graag geld willen verdienen op 's wereld grootste groeimarkt. Internettelefoonaanbieder Skype heeft deze maand ook in censuur toegestemd om toegang te krijgen tot China. Skype wilde een samenwerkingsverband aangaan met TOM Online uit Peking. Dat kon alleen als woorden als “Falun Gong' en “Dalai Lama' gefilterd zouden worden door het instant messaging-programma van Skype, zo werd het onlangs aan eBay verkochte bedrijf te verstaan gegeven. Na een periode van twijfel en gewetenswroeging ging Skype akkoord, meldde de Guardian maandag.

Ook Microsoft stelt zich in China anders op dan elders in de wereld. De weblogs die worden bijgehouden op de Chinese variant van My Spaces worden gescreend. Op oudejaarsdag 2005 verdween bijvoorbeeld het blog van Zhao Jing, een webjournalist die berichtte over een conflict tussen de censors van de overheid en de Beijing Daily News.

Tot woede van organisaties die zich sterk maken voor de vrijheid van meningsuiting, blijft het niet bij deze vorm van collaboratie. In september vorig jaar kwam internetbedrijf Yahoo onder vuur te liggen vanwege de medewerking die het verleende aan de vervolging van de Chinese journalist Shi Tao.

Reporters sans Frontières, de in Parijs gevestigde belangenbehartiger van de persvrijheid, verweet Yahoo internetgegevens aan het openbaar ministerie te hebben overgedragen die leidden tot de opsporing en aanhouding van Tao. In april 2005 werd hij veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens het prijsgeven van staatsgeheimen.

Het verweer van een woordvoerder van Yahoo: “Net als ieder ander internationaal bedrijf moet Yahoo ervoor zorgen dat zijn lokale sites opereren binnen de grenzen van de wetten, regels en gebruiken die gelden in het land waar ze gevestigd zijn.“

En zo bouwen westerse communicatiebedrijven mee aan wat door criticasters naar analogie van de Chinese Muur, de great firewall (een programma waarmee delen van het web geblokkeerd worden) wordt genoemd. Reporters sans Frontières is woedend over het besluit van Google. “Het internet in China raakt steeds meer geïsoleerd van de rest van de wereld. De fraaie beloften van westerse bedrijven over een toekomst van vrij en onbeperkt internet, verschuilen op handige wijze de onacceptabele morele fouten die ze maken.“

    • Bart Funnekotter