Bewakers publieke opinie

China's economische liberalisering biedt onbegrensde mogelijkheden. Het land groeit en bloeit als nooit tevoren. Maar politieke vrijheden zijn er niet. De media staan in dienst van de partij.

Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid zijn verankerd in de grondwet van de Volksrepubliek China. Volgens artikel 35 van de constitutie uit 1982 hebben de burgers vrijheid van meningsuiting, drukpers, vergadering, vereniging, optocht en betoging. Maar in de praktijk zijn die vrijheden zeer beperkt.

China's economische liberalisering en veelgeprezen aansluiting bij de economische wereldorde hebben daar geen verandering in gebracht. De restricties zijn de laatste tijd alleen maar toegenomen, ook voor internet. Volgens Human Rights Watch zitten in China meer dan 60 mensen vast wegens hun elektronisch geschrijf. Reporters sans Frontières heeft de namen van 54 internetgevangenen gedocumenteerd.

Door de (staats)media wordt soms - ogenschijnlijk - opvallend openhartig geschreven over misstanden in China, en worden bijvoorbeeld heel rijke ondernemers opgeroepen zich socialer te gedragen. Maar er is een grens, niet in alle individuele gevallen heel scherp te duiden, die journalisten en activisten niet mogen overschrijden, op straffe van vertrapping door het regime. Relatieve openheid verandert in regelrechte repressie als de communistische partij in diskrediet wordt gebracht, en artikelen verschijnen die haar gezag als wetgevende, uitvoerende én controlerende macht ondermijnen. Kritiek op corrupte functionarissen mag bijvoorbeeld, maar alleen als van hogerhand het licht op groen is gezet. Vrije verslaggeving over (het sterk groeiend aantal) boerenprotesten op het platteland is taboe.

Niets wijst erop dat de controle op de (nieuwe) media zal versoepelen. In tegendeel: hoge functionarissen hebben gewaarschuwd dat de partij “de socialistische marktkrachten“ hun werk moeten laten doen, maar dat zij tegelijkertijd “de veldslag om de publieke opinie“ kost wat kost moet winnen. De media zijn niet alleen instrumenteel bij het verspreiden van regeringspropaganda, maar dragen ook verantwoordelijkheid voor “het handhaven van de correcte meningsvorming“ in de publieke opinie. Daarom mag niet worden afgeweken van het fundamentele principe dat de Partij de media controleert.

Ten aanzien van de nieuwe media is dat van essentieel belang. Voor dissidenten en actievoerders bieden juist internet en mobiele telefonie de mogelijkheid gelijkgezinden snel te mobiliseren. De censoren zetten alles op alles om dat te voorkomen, met speciale internetpolitie en extra toezicht op berichtenverkeer via mobiele telefoons. Zo zijn in Peking onlangs 500 agenten aan de slag gegaan, gespecialiseerd in toezicht op internetcafé's. Peking wil meer dan 4.000 internetbewakers aannemen. De hoofdstad vormt geen uitzondering.