Anand spaart Van Wely uit beleefdheid

Na het eenrichtingsverkeer volgde de monoloog. Rap pratend als altijd en vliegensvlug stukken verzettend, nam Vishy Anand de partij door die hij in de negende ronde van het Corus-schaaktoernooi had gewonnen. Aan de andere kant van het bord volgde Loek van Wely voor zijn doen stilletjes het relaas van de Indiër. Waar deze zijn twijfels had gehad en waar hij misschien beter had kunnen spelen. Toch waren die aarzelingen vooral een vorm van beleefdheid, want iedereen had kunnen zien hoe Anand met heldere manoeuvres de Nederlandse kampioen weinig kans had gegeven. Niet dat Van Wely de opening die op het bord kwam niet goed had voorbereid. Doelbewust had hij zijn tegenstander min of meer gedwongen een kwaliteit te offeren in ruil voor een opdringerige vrijpion. Alles was volgens plan gegaan totdat Anand met dameruil het eindspel in ging. Die mogelijkheid had Van Wely maar vluchtig bekeken en nu hij er noodgedwongen meer tijd voor nam, moest hij concluderen dat hij belabberd stond. Anand toonde zich dan ook voornamelijk verbaasd over deze openingskeuze. “Ik ben op een gegeven moment opgehouden me in deze variant te verdiepen. In zeventig procent van de gevallen wint wit en in het slechtste geval wordt het remise. Vandaag ging het heel soepel.“

Op het moment dat Anand zat te analyseren, was het nog maar de vraag of medekoploper Veselin Topalov zijn tempo bij zou kunnen benen. De wereldkampioen verdedigde zich tegen Sergei Karjakin met de tweesnijdende Svesjnikov-verdediging. Een verrassingswapen, omdat Karjakin te veel van zijn openingsrepertoire weet. Topalov gaf toe dat hij zich voor de partij enigszins ongemakkelijk had gevoeld. Niet alleen hebben Karjakin en hij dezelfde manager, ook werkten ze enkele keren intensief samen. Voor het eerst gebeurde dat in 2002 toen Topalov in de finale van het knock-out WK van de FIDE met succes Ruslan Ponomariov bijstond. Een opmerkelijke collega in Ponomariovs team was het piepjong supertalent, dat net zijn twaalfde verjaardag had gevierd en zeven maanden later de jongste grootmeester aller tijden zou worden. Inmiddels is Karjakin zestien en twijfelt niemand eraan dat hij zich binnen niet al te lange tijd in de absolute wereldtop zal nestelen. Topalov dankte het eigenlijk ook aan de ambitie van de Oekraïner dat hij winstkansen kreeg. Diverse keren kon Karjakin met een zetherhaling op remise aansturen, maar steeds bleef hij zoeken naar meer. Aanvankelijk was daar niets mis mee, totdat hij meende een pion te kunnen offeren. Hoewel het offer aannemen onverantwoord leek, plukte Topalov hem in alle rust van het bord. De consequenties bleek hij haarscherp getaxeerd te hebben. Ineens viel alles op zijn plaats in de zwarte stelling en stapelden de zorgen voor wit zich onverbiddelijk op totdat er een kansloos eindspel resteerde.

In de laatste vier ronden zullen Anand en Topalov elkaar blijven opjagen. Wellicht valt de beslissing zaterdag wanneer ze hun onderlinge partij spelen. Topalov heeft dan wit. Hij aast op zijn eerste hoofdprijs in Wijk aan Zee, Anand zou met een vijfde eindzege een uniek record neerzetten. Na afloop van de ronde kreeg Topalov steun uit onverwachte hoek. Terwijl de Bulgaar zijn partij liet zien aan de pers, wandelde minister-president Balkenende binnen. De premier had een bezoek gebracht aan Corus om de werknemers het nieuwe loonstrookje uit te leggen en wilde ook even achter de schermen van het schaaktoernooi kijken. Topalov vertelde hem dat hij al vaak in Wijk aan Zee had gespeeld, maar nog nooit had gewonnen. Waarop Balkenende hem genereus namens de Nederlandse regering alle succes toewenste.

De enige spelers die nog in de buurt blijven van de voortdenderende koplopers zijn Boris Gelfand en Michael Adams. Zij delen met een punt achterstand de derde plaats. Gelfand hoefde zich niet buitenmatig in te spannen om Ivan Sokolov te verslaan, die een grove blunder maakte in een lastige stand. Adams liet Gata Kamsky zien dat ervaring alleen in dit gezelschap niet voldoende is om op de been te blijven. Een timide opzet bracht de Amerikaan al na tien zetten in de problemen en vanaf dat moment liep hij alleen nog achter de feiten aan.

Het weinige goede nieuws dat er over de Nederlandse deelnemers te melden is, moest dit keer uit de C-groep komen waar Jan Werle met een derde norm de grootmeestertitel veilig stelde.

    • Dirk Jan ten Geuzendam