Wat moet ik met al dat vlees?

Het offerfeest was nog niet aangebroken of ik was me weer druk aan het maken over allerlei uitnodigingen die ik elk jaar krijg. Allerlei etentjes en verplichtingen bij familie, vrienden en kennissen. En dan al dat vlees dat je van je familieleden en kennissen toegestopt krijgt.

Omdat ik sinds enkele jaren mijn eigen schaap in het buitenland laat slachten, zodat het aan een arm gezin geschonken kan worden, willen zij allen mij van hun schaap wat vlees geven. Wat moet ik met al dat vlees? Het is erg lief allemaal, maar overbodig.

Er zijn in Nederland zoveel andere mensen die je er blij mee maakt. Ik kan me dan ook erg opwinden over de gang van zaken binnen de islamitische gemeenschap. Ik heb genoeg te eten, goed betaald werk en kom gewoonweg niets tekort. Een deel van het vlees behoren moslims aan armen te geven, en niet aan mij of aan mensen die al genoeg hebben. Mensen nodigen elkaar in deze periode ook vaak uit, het regent etentjes.

Net na het offerfeest sta ik bij een Marokkaanse winkelier in de zaak. Terwijl we wat staan te praten met elkaar komt er een man binnen die wij beiden van de moskee kennen. Hij groet ons en vraagt er meteen achteraan of we in de avond in de moskee willen komen eten. Men had kennelijk van allerlei moskeegangers vlees gekregen, dus dan maar met de hele geloofsgemeente eten. In eerste instantie niets op tegen, een gezellig diner met je broeders en zusters.

Maar een paar tellen later al weet ik mijn mond niet te houden. Voordat ik het wist, flapte ik eruit dat ik dergelijke etentjes toch een beetje onnodig vind. Ik vertelde hem dat het een keer tijd werd dat wij moslims in Nederland eens anders zouden gaan denken. Waarom kunnen we niet ook allerlei mensen van buiten uitnodigen? Waarom niet als goede gelovigen een goed voorbeeld geven in een tijd dat geven en zorgen voor elkaar belangrijker lijkt te zijn geworden.

Ik heb het dan niet over hettheater dat sommige van ons zo mooi opvoeren, de burgervader, een wethouder of welzijnswerker is vaak genoeg in de moskee geweest en ook zij hebben het niet nodig! Zeker gedurende deze koude winterdagen denk ik aan bijvoorbeeld allerlei daklozen, gebruikers die hun dagen op straat slijten en zichzelf de dood in roken. Maar ook andere minderbedeelden zouden deze geste op waarde schatten.

Ik vervolgde mijn pleidooi en werd nauwelijks onderbroken. Tegelijkertijd besefte ik dat ik deze man onrecht aandeed, al was het alleen maar vanwege het feit dat ik hier misschien ook debet aan ben. Zelf, hoewel ik het idee vaker gelanceerd heb, vecht ik er ook niet hard genoeg voor. Ik heb een lichtpuntje mogen ervaren op de islamitische school waar ik aan verbonden ben. Daar zag ik dat ouders en directie de traditie hebben om na een iftar (gezamenlijke maaltijd in de maand Ramadan) ook aan de daklozen te denken. Een goed begin van het in praktijk brengen van een belangrijke pijler van de islam. Men zegt wel eens dat de koran voor een derde uit 'mu'amalaat', omgang met je medemens, bestaat. Het sociale aspect van de islam moet juist tijdens dit soort dagen extra belicht worden; laat het dus geen gemiste kans zijn.

Een moslim moet leren zoveel mogelijk goed te doen, dat is ook een vorm van aanbidding. Hoeveel ouderen in dit land lijken eenzaam weg te kwijnen omdat onze overheid deze groep steeds meer aan hun lot over laat? Eens per dag een wandeling maken met een eenzame oudere of opvang van illegalen in de moskee, daar hebben islamitische organisaties en individuen nog een hele ontwikkeling door te maken. Zo kan de gemeenschap zich profileren en verdien je respect. Met het organiseren van allerlei theologische lezingen komen moslims niet verder in het maatschappelijke veld waar de realiteit ons leert dat deze groep verzuipt in haar problemen.

Ik hoop van harte dat er een mentaliteitsverandering komt binnen een half verlamde gemeenschap die platgespoten lijkt te zijn met de maandelijkse shots van de gemeentelijke sociale dienst. Een afhankelijke positie en passieve houding zal de gemeenschap nog zwakker maken dan dat die nu is. Willen moslims zowel hun geloof, de medemens en zichzelf nog enig recht doen, dan is een ommekeer in het denken, doen en laten noodzakelijk.

Het algemene nut, daar zouden moslims in Nederland iets harder over na moeten denken. Men moet leren zich onvoorwaardelijk in te zetten, dus niet op subsidies teren of omwille van eigen gewin actief worden. De vraag 'wat heb ik eraan?' zou door vooraanstaande geleerden verboden moeten worden.

Enkele jaren geleden was ik voor een lezing en een debat in Antwerpen uitgenodigd. Tijdens de taxirit vertelde mijn chauffeur dat hij ervan overtuigd was dat God een ware socialist zou zijn. Lang heb ik over zijn woorden nagedacht en nooit meer ben ik onze conversatie van dat ene kwartiertje vergeten.

Ali Eddaoudi is schrijver, leraar en geestelijk verzorger.

    • Ali Eddaoudi