Voor het geluk geboren

Waarom voelt de ene mens zich gelukkiger dan de andere? Ligt dat aan je omgeving? Of zit het in je genen? Is geluk misschien erfelijk? De Amsterdamse psycholoog dr. Meike Bartels hoopt het antwoord op deze vragen te vinden via tweelingenonderzoek.

Op 26 januari spreekt Dr. Meike Bartels van de afdeling Biologische Psychologie van de Vrije Universiteit bij het Studium Generale in Wageningen over de vraag 'Is geluk erfelijk?' Lawickse Allee 13 in Wageningen, aanvang 20.00 uur.

Vanwaar die vraag?

Bartels: 'Tot nu toe richtten de psychologie en de psychiatrie zich altijd op ziektebeelden en afwijkingen. En als je niks had, zo redeneerde men, dan was je gezond en gelukkig - alsof dat een soort standaard was, die voor ieder mens gelijk is.

'Maar ik denk dat je onder gelukkige mensen net zoveel variatie vindt als onder ongelukkige mensen. Meer inzicht in het ontstaan van geluk kan van nut zijn voor de hulpverlening. Ter vergelijking: je kunt onderzoeken waarom jongeren gaan roken, maar als je uitzoekt waarom sommige jongeren er juist niet aan beginnen, vind je misschien meer aanknopingspunten om anderen te helpen om er ook niet aan te beginnen.'

Hoe pakt u dat aan?

'De vraag waarom mensen op een bepaalde eigenschap verschillen kun je beantwoorden door tweelingenonderzoek. Ik heb nu gegevens binnen van zo'n zevenhonderd 14- en 16-jarigen. Ze hebben hun leven een cijfer van 0 tot 10 gegeven, in het algemeen en op het moment van onderzoek. Tweelingen zijn niet gelukkiger of ongelukkiger dan de gemiddelde Nederlander. Eeneiige tweelingen zijn genetisch identiek. Als je dan toch verschillen in geluksgevoel ziet - dan moet dat aan hun omgeving liggen.

'Daarnaast heb je de twee-eiige tweelingen, die net zoals gewone broertjes en zusjes gemiddeld de helft van hun genetisch materiaal delen. Als twee-eiige tweelingen van elkaar verschillen, ligt dat ofwel aan hun genen ofwel aan omgevingsverschillen.

'Als nu blijkt dat eeneiige tweelingen voor een bepaalde menselijke eigenschap veel meer op elkaar lijken dan twee-eiige tweelingen, dan is dat een indicatie dat die eigenschap een erfelijke basis heeft. Ons rekenmodel laat zien dat verschillen in geluksgevoel voor ongeveer de helft erfelijk bepaald zijn. Dat is meer dan ik gedacht had.'

Je moet dus voor geluk in de wieg gelegd zijn?

'Een beetje wel. Maar het onderzoek is nog maar net begonnen. We willen nog kijken hoe je geluksgevoel beter kunt meten. Geluk is een heel complex iets. Gemiddeld genomen zijn slimme mensen in ons land niet gelukkiger dan domme, rijken niet gelukkiger dan armen. Geluk staat los van sociale status en burgerlijke staat. We hebben geen idee welke biologische factoren aan geluk ten grondslag liggen, laat staan welke genen hierbij betrokken zijn.'

Kan dat eigenlijk wel, de erfelijkheidsfactor berekenen van een eigenschap die je niet echt gedefinieerd hebt?

'Jazeker. Ten eerste zal ik me in het onderzoek richten op meerdere maten die uit eerder onderzoek voorspelbaar bleken voor geluk. Dat zijn kwaliteit van het leven, tevredenheid met het bestaan en persoonlijk geluk.

'Om betrouwbare uitspraken te doen willen we meer dan elfduizend adolescenten ondervragen: ongeveer 4.500 tweelingparen en 2.500 broertjes en zusjes.'

    • Marion de Boo