Sluiting dreigt voor Rotterdamse popzaal

De Rotterdamse wethouder van Cultuur, Stefan Hulman, heeft poppodium Waterfront een ultimatum gesteld. Het Rotterdamse poppodium, dat kampt met ernstige schulden, moet voor het einde van de maand met een nieuw afbetalingsvoorstel komen, anders wordt het gesloten.

Waterfront kampt met een huurachterstand van 250.000 euro. Ook heeft het poppodium een lening van 195.000 euro bij de gemeente uitstaan. Verschillende plannen om de huurachterstand in te lopen en de lening kwijt te schelden, liepen op niets uit. Wethouder Hulman wil nu praten over een terugbetaling die over meer jaren wordt uitgesmeerd.

Waterfront verkeert al geruime tijd in de problemen. Vorig jaar dreigde een faillissement. De huurprijs (11.000 euro per maand) is het grootste punt van conflict. Volgens de verhuurder, Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, is die prijs marktconform. Waterfront wijst erop dat andere popzalen lagere huren betalen. Waterfront betaalt echter op deze manier de dure nieuwbouw van 1999 in termijnen terug, bij wijze van huur.

Het gebouw, een geluidsdichte betonnen bunker onder de Maasboulevard, is inmiddels al verouderd. 'De omgeving is veranderd en het ooit zo progressieve gebouw is niet meer aantrekkelijk,' aldus Paul van Oort, directeur van Waterfront.

De huidige huurovereenkomst die Waterfront in 1999 heeft getekend, is volgens de voorzitter van de commisie Cultuur en Sport, Theo Cornelissen (SP), te optimistisch geweest. 'Er is een veel te duur gebouw neergezet dat nu wordt verhaald op de exploitant.'

Overigens is Waterfront niet het enige poppodium dat met problemen kampt. Zo ging in Almere onlangs popzaal Muzinq drie maanden na de opening failliet. Het Tweede-Kamerlid Arda Gerkens (SP), die een nota over de popsector schreef, stelt: 'Veel popzalen zitten in te dure gebouwen en hebben te weinig geld om die gebouwen te exploiteren'. Op 1 februari bespreekt de Kamer haar nota.