Pabostudenten niet te snel afschrijven

De pabostudenten kregen al vroeg in het nieuwe jaar een veeg uit de pan. Twintig procent van de leerlingen uit groep 8 rekent beter dan de toekomstige leerkrachten (deze twintig procent heeft het kennelijk wel geleerd dankzij die leerkrachten). Er wordt afgegeven op het lage instroomniveau (mbo-studenten) en de afwezigheid van de wiskunde in de profielen die studenten op de middelbare school gekozen hebben.

Hogere eisen stellen bij de toelating, verplichte wiskunde in het gekozen profiel zou de remedie zijn. Zonder wiskunde geen waarborg voor kwaliteit, aldus de HBO-Raad. Ook binnen de verschillende hogescholen bestaat onduidelijkheid en rollen de minister en de HBO-Raad (geen verplichting/wel verplichting wiskunde) ruziënd over straat.

Sommige critici laken de chaotische organisatie binnen de opleiding. 'Onvoldoende contacturen, onvoldoende discipline van studenten, leegloop en omschakeling naar competentiegericht onderwijs', aldus Theo Hoogbergen (Opiniepagina, 5 januari). Hij verheerlijkt de eertijdse kweekschool als 'de universiteit der kleine luyden', maar vergeet dat veel van die opgedane kennis niet gebruikt werd in het toenmalige lager onderwijs.

De situatie is deze: veel mensen onderhouden de routines van wat ze op de basisschool hebben geleerd, rekenen bijvoorbeeld, niet. Immers, de zakrekenmachine of de computer neemt dit werk over zodra zij de basisschool verlaten hebben. Dit geldt voor aankomende pabostudenten, maar ook voor willekeurig welke andere groep. Ook als deze andere groepen de toets moeten uitvoeren, zal het resultaat schrijnend zijn. Staat het behalen van de toets bovendien garant voor goed rekenonderwijs?

Op het gebied van rekenonderwijs moet de pabo aan studenten inzicht verschaffen hoe kinderen zich ontwikkelen, leren en hoe leerprocessen binnen het rekenen/wiskundeonderwijs zich voltrekken. Dat vereist functionele kennis. Al enkele jaren werkt de Hogeschool Ipabo samen met verschillende ROC's. In een voortraject specifiek voor rekenen/wiskunde blijkt dat een ruime meerderheid van de deelnemers na zes lesweken in staat is aan de instaptoets te voldoen. In zes keer één uur leren studenten hun latente kennis met behulp van didactisch goed onderbouwd onderwijs weer boven tafel te krijgen. Vervolgens hebben studenten een grote verantwoordelijkheid bij die studenten zelf om aan hun eigen vaardigheid te werken. Kennelijk heeft de combinatie van beide effect. Studenten maken kennis met elkaars aanpakken, strategieën en worden zich bewust van de tekortkomingen waaraan ze vervolgens werken. Deze aanpak leidt tot zelfvertrouwen bij de student, bovendien ervaren zij wat kinderen op de basisschool zelf ook ervaren.

De groep die met deze aanpak de toets niet in één keer haalt, heeft de gelegenheid als ze daadwerkelijk op de opleiding zit hier onder begeleiding aan te werken. Geef ze daarvoor ook de tijd. Er zijn studenten, geboren voor het vak van leerkracht , die moeite hebben om binnen de gestelde termijn te voldoen aan het gewenste rekenniveau. Maar zijn het daarom slechte leerkrachten?

Studenten die vroegtijdig de opleiding verlaten, doen dit niet omdat zij slecht rekenen, maar omdat zij in veel bredere zin voor zichzelf de conclusie trekken dat zij niet geschikt voor het beroep zijn. Immers het ideaalbeeld dat zij hadden, toen ze op de opleiding kwamen 'kinderen iets te willen leren', is allang verdwenen.

Het zou jammer zijn als een potentieel grote groep voor het onderwijs geschikte studenten die dit mooie beroep wil uitoefenen door rigide maatregelen vroegtijdig afgeserveerd wordt, zodat zij nooit in de gelegenheid komen om het plezier in het vak over te brengen naar de kinderen op de basisschool.

www.nrc.nl/opinie - Hoogbergen 'Pabo's moeten fout bij zichzelf zoeken'

Arie Fase is docent rekenen/wiskunde aan een pabo en tevens werkzaam in het basisonderwijs.