In Waalwijk zal iedereen elkaar tegenkomen

Volgens de nieuwe welzijnswet moeten chronisch zieken, ouderen en gehandicapten bij gemeenten aankloppen om hulp. In Waalwijk weigert de gemeente in doelgroepen te denken. 'Het zijn normale mensen.'

In het buurtcentrum van Waspik wilden de biljarters eerst geen bekijks van andere bezoekers. Nu zijn ze blij dat ze op de hal van het centrum uitkijken en het koor Zang en Vriendschap kunnen horen dat boven repeteert. (Foto Joyce van Belkom) Waspik, 23-01-2006 Gemeenschapshuis Den Bolder in Waspik. In het gebouw zit o.a. de bibliotheek, een ontmoetingruimte voor senioren, een peuterspeelzaal, een muziekschool en een theater. © Joyce van Belkom Buurthuis Belkom, Joyce van

In het buurtcentrum van Waspik staan wat oude mannen rond het biljart. Ze kijken uit op de centrale hal waar hun kleinkinderen langsrennen, op weg van de opvang naar de bibliotheek. Op de eerste verdieping zingt een koor nu nog kerstliedjes. Vrijwilligers ruimen de stoelen in de theaterzaal op.

Hier, zegt wethouder Barth van Eeten trots, ontmoeten de inwoners van Waspik (gemeente Waalwijk) elkaar, hier ontstaat een gemeenschap van burgers die elkaar kennen en zich bij elkaar betrokken voelen. De GroenLinks-wethouder is verantwoordelijk voor de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).

Gemeenten die straks de WMO gaan invoeren, moeten goed naar Waalwijk kijken, vindt staatssecretaris Ross. Zij verdedigde gisteren het wetsvoorstel dat gemeenten verantwoordelijk maakt voor de ondersteuning van kwetsbare groepen als ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. Een van de pijlers van de nieuwe wet is dat burgers veel meer dan nu invloed kunnen en móéten uitoefenen op hoe gemeenten die wet uitvoeren. Bij zwakke groepen gaat het niet meer om hun beperkingen, maar om welke rol ze nog in de maatschappij kunnen spelen. Hoe je dat regelt, zegt Ross, dat weten ze in Waalwijk. Wat gebeurt daar?

Het buurtcentrum van Waspik, een dorp van bijna vijfduizend inwoners ten westen van Waalwijk, is het brandpunt van de pogingen van de gemeente om burgers in dit dorp de leiding te laten nemen over de inrichting van hun eigen leefomgeving. En het is nog maar een begin. In Waalwijk zelf verrijst een nog veel ambitieuzer centrum. Kinderopvang, crèche, basisschool en gymzaal zitten straks in hetzelfde gebouw als alle medische voorzieningen. Wie een afspraak met zijn huisarts heeft, kan wachten in het café, waar ook de leraren van de basisschool hun pauzes zullen doorbrengen - aparte docentenkamers zijn er niet meer. Alles staat in het teken van contact tussen burgers: daarom zitten directeuren van opvang, crèche en school ook allemaal op dezelfde kamer, daarom is de schoolaula ook toneelzaal. En daarom komen boven het centrum woningen voor psychiatrische patiënten, verstandelijk gehandicapten en ouderen. 'We willen die mensen niet meer in het bos wegstoppen', zegt wethouder Van Eeten. In Waalwijk komt straks iedereen elkaar tegen.

Dus praat de gemeente Waalwijk liever niet over de 'ondersteuning van zwakke groepen' - het thema dat het debat over de WMO beheerst. Want die groepen raken oude rechten op zorg kwijt en moeten maar kijken wat de gemeente ervoor teruggeeft. 'Het is een valkuil waar we ook zelf steeds dreigen in de trappen', zegt verantwoordelijk ambtenaar Harri Aarts. 'Je kan gaan tellen, twintig gehandicapten, zeven zwervers, tien gekken, en dan denken dat als je voor die mensen beleid hebt gemaakt, dat het probleem dan is opgelost . Maar dat soort doelgroepenbeleid biedt alleen schijnzekerheid. Dat is gewoon oud beleid in een nieuw jasje.'

Al die mensen hebben namelijk hun eigen probleem, vindt Aarts. Neem nou een oudere vrouw die zich eenzaam voelt. Ze heeft recht op thuiszorg. Ze heeft het niet nodig, maar vraagt het toch aan, alleen zodat er iemand over de vloer komt. Wat de gemeente wil is dat de buren zien dat de vrouw eenzaam is, en daar ook wat aan doen. Niet per se door zelf op de koffie te gaan, het inschakelen van de gemeente of hulpverleners mag ook. Maar dat gebeurt alleen als de inwoners elkaar kennen, en daarvoor moeten ze elkaar tegenkomen.

Daarvoor is het buurtcentrum (elke wijk van achtduizend bewoners krijgt er één), zo ingericht dat iedereen daar regelmatig moet zijn. De gemeente steekt geld in buurtactiviteiten die bewoners zelf organiseren. Het verpleeghuis met 120 bedden wordt afgebroken en vervangen door 112 appartementen verspreid door de stad. Zo worden mensen die niet meer zelfstandig kunnen wonen, niet direct uit hun vertrouwde omgeving gerukt.

Ook de gemeenteambtenaren moeten veranderen, want burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat Waalwijk ze helpt. 'Bij ons was het altijd nee, tenzij', zegt Aarts. 'Je moest altijd 84 formulieren invullen, aan 73 bestemmingsplannen voldoen, soms had de ambtenaar geen zin om te helpen.' Als er nu iemand bij de gemeente komt, probeert Waalwijk te helpen. Hendriks: 'We gaan niet lullig doen en zeggen: daar hebben we geen beleid voor.' Hij geeft het voorbeeld van een jongen die altijd met een kar vol vuilnis door de buurt liep. Hij bleek zwerfvuil te verzamelen. 'Nu geven we deze jongen wat geld, vroeger hadden we gezegd: daar gaan wij niet over.' Binnen de gemeente heerst nog wel weerstand, zegt wethouder Van Eeten. 'Maar we krijgen steeds meer ambtenaren uit hun hok.'

Het gedrag dat de gemeente van zichzelf verwacht, eist ze ook van instellingen voor thuiszorg, gehandicapten, ouderen en psychiatrisch patiënten. Die móéten in de buurtcentra zitten, anders krijgen ze geen contract. Het voordeel van de nieuwe wet, lacht Van Eeten. 'Vroeger probeerden we het ook, maar we hadden last van versplinterde regelgeving en organisaties die zich afvroegen waar wij ons mee bemoeiden.' Met de komst van de WMO willen deze partijen wel praten met de gemeente. 'Nu zijn we een regisseur mét geld.'

Raakt een burger die hulp nodig heeft niet afhankelijk van willekeur van gemeente, of van het eigen vermogen om hulp te vragen? Wethouder Van Eeten denkt van niet. 'Voor elke zwakzinnige zijn er bossen professionals die aan de bel trekken als de gemeente het niet regelt, en als er mensen over straat zwerven, horen we dat echt wel.'

Natuurlijk zijn mensen onzeker, het recht op voorzieningen dat ze vroeger hadden, raken ze deels kwijt. Maar ze krijgen een gemeente die naar ze luistert en doet wat burgers zelf nodig vinden. Waalwijk weigert zichzelf in een keurslijf te dwingen van regels. Dus liggen de dikke handleidingen van het ministerie voor invoering van de WMO stof te verzamelen onder het bureau van de projectleider. Aan dat soort standaardoplossingen doet Waalwijk niet meer mee. Van Eeten: 'We willen toe naar een andere maatschappij.'

    • Derk Stokmans