In Biloxi willen ze eindelijk weer eens 'fun'

Politiek op zijn Amerikaans: de federale regering trekt in New Orleans 55.000 dollar per overstroomd huis uit, en in buurstaat Mississippi 115.000 dollar. Partijpolitiek speelt een rol bij de wederopbouw na 'Katrina'.

Mistflarden hangen op zondagmorgen boven de kust van Mississippi. Het leven komt kalmpjes op gang. Op Highway 90 is de schade van de orkaan Katrina na vijf maanden nog steeds zichtbaar. Maar vooruitgang dringt zich op: het meeste puin is opgeruimd, afval slingert niet meer rond, veel grond is bouwrijp gemaakt.

In het kustplaatsje Biloxi is de toekomst al te zien. Tussen de puinhopen - links hijskranen, rechts het geraamte van een verzopen strandtent - is een nieuw hotel annex casino verrezen. Isle of Capri is felgeel met oranje, er zijn 900 gokkasten en 500 kamers, en al is het nog geen elf uur 's ochtends: de parkeergarage is vol.

Binnen hangt een muur van geluid: bliepjes - uit alle gokmachines komen nerveuze bliepjes. Dikbuikige mannen en vrouwen met bleke gezichten, bier en rookwaar bij de hand, beroeren geroutineerd de knoppen van de fruitautomaten.

Drie dames op leeftijd lopen uitgelaten rond. Tracy, Trudy en Beatrice - alledrie grijze krullen, handtasje - leggen in zangerig Engels uit dat ze voor het eerst sinds de orkaan weer eens uit konden gaan. Ze zijn dakloos en na maanden in een caravan wil je wel eens fun, zegt Tracy. Just fun!

Sinds het casino een maand geleden opende, vertelt manager William Cannan, trekt het in het weekeinde 12.000 bezoekers per dag. Samen met twee andere nieuwe gokpaleizen die in Biloxi vorige maand zijn geopend, draaide Isle of Capri de eerste tien dagen een omzet van 14,5 miljoen dollar, waarvan 1,7 miljoen via de belasting ten goede komt aan het herstel van de stormschade. 'Het loopt als een trein,' zegt Cannan.

Een paar honderd kilometer verderop, in New Orleans, wordt er jaloers naar Biloxi gekeken. In de Big Easy komt het toerisme schoorvoetend op gang. Het French Quarter, trekpleister van de stad, liep na Katrina niet onder en kon relatief gemakkelijk worden opgeknapt. Maar na vijf maanden zijn nog vele winkels en restaurants gesloten. Zelfs de straatverlichting is niet overal hersteld.

Van investeringen in nieuwbouw zoals in Mississippi is in New Orleans geen enkele sprake, de stad moet nog met opruimen beginnen: circa een kwart is dezelfde woestenij als vier à vijf maanden terug.

Op een bijeenkomst afgelopen zaterdagmorgen legde burgemeester Ray Nagin uit dat New Orleans vergeleken met Mississippi onderbedeeld is door de federale regering en het Congres, die beide worden gedomineerd door Republikeinen.

Van de door de regering beschikbaar gestelde 11,5 miljard dollar, ging 6,3 miljard naar Louisiana en 5,2 naar Mississippi. 'Maar wij hebben tweemaal zoveel overstroomde huizen,' zei Nagin. Hij rekende voor: in Mississippi is 115.000 dollar per overstroomd huis beschikbaar, in Louisiana 55.000 dollar.

In de omgeving van Nagin wijst men erop dat de gouverneur van Mississippi, Haley Barbour, een trouwe volgeling van de president is. In 2000 leidde hij nog de verkiezingscampagne van de huidige president George W. Bush. Daarvóór was hij partijvoorzitter van de Republikeinen. 'Onze gouverneur krijgt dingen gedaan in Washington,' zegt ook casino-manager Cannan. In Louisiana daarentegen zijn vrijwel alle belangrijke politici - Nagin, gouverneur Blanco, senator Landrieu - Democraten.

Intussen zijn de problemen in New Orleans ingewikkelder. Tot nu toe was het verboden om huizen in zwaar getroffen wijken te herbouwen. Adviseurs van burgemeester Nagin wilden daarmee voorkomen dat mensen in economisch zwakkere wijken verlies zullen lijden, doordat het gevaar bestaat dat omwonenden niet in hun huis gaan investeren. Maar dit plan bevestigde volgens zwarte bewoners hun vermoeden dat de stad ze wil lozen; daarop trok Nagin zijn steun voor het omstreden uitstel in.

Hoe dat zal uitpakken, was zaterdagmiddag zichtbaar in de wijk Lower Ninth Ward. In Forstall Street stond Milton Griffith (53) als enige in zijn straat de troep voor zijn huis op te ruimen. Ondankbaar werk - aan dit onverharde weggetje staat bijna geen huis meer overeind. Afval slingert rond, een graatmagere kat jankt om eten.

Opgewekt vertelde Griffith dat hij twee maanden vrij heeft van zijn werkgever, een kopermijn in Arizona, om zijn huis te herbouwen. De verzekering keert hem niks uit, dus heeft hij een lening afgesloten. Hij kan nu al genieten van het vooruitzicht om over een paar maanden met zijn honden, twee pitbulls, het nieuwe huis te betrekken.

Maar als hij de enige in de straat is? Of als de buurt wordt platgegooid? 'Néé', zei Griffith. 'Gebeurt niet. Ik blijf hier. Ik hóór hier.'

Maar uit alles blijkt dat de Lower Ninth Ward door de stad is opgegeven. Zaterdag had fotograaf Thom Bennet zijn statief aan de rand van de wijk geplaatst, bij de dijk, in een poging de verwoesting in een panorama te vangen. Hij is gefascineerd geraakt door de vernietiging, vertelde Bennett - zelf woonachtig in uptown, het dure deel van New Orleans.

Elke week gaat hij minimaal één keer kijken. En telkens is hij weer verwonderd dat de overheid niets heeft gedaan. 'Als dit Irak was hadden ze het allang opgeruimd.'

Dat Nagin nu alsnog bij mensen de indruk wekt dat ze hier nog kunnen leven, is bizar, zegt hij. 'Ik geloof niet dat het netjes is.'

    • Tom-Jan Meeus