Hupsakee, de fik erin

Het leek dit jaar eindelijk weer eens uit te draaien op zo'n mooie, bijna a-typische Australische zomer: geen overdreven hoge temperaturen, geen bosbranden, geen watertekorten.

Maar zie, vier dagen later en alles is weer anders. In Melbourne vielen de mussen afgelopen weekeinde dood van het dak, en in Victoria staat een deel van het land weer ouderwets in de hens. Drie doden heeft de vuurzee inmiddels geëist. Tragisch, dat zeker, maar geen Aussie die aandringt op het afkondigen van de noodtoestand. Ook nu geldt, zoals zo vaak: No Worries, Mate! Bosbranden horen bij Australië zoals kangoeroes en koalabeertjes. Die temperaturen zakken wel weer. En de natuur? Die herstelt zichzelf. Ga maar kijken in de binnenlanden. De ene na de andere bushfire trok de afgelopen jaren een spoor van vernieling door het kurkdroge land, maar zie nu eens: alles bloeit en groeit weer. Niks aan de hand. Wisten we trouwens dat de Aboriginals het vroeger ook zo deden? Een tijdje op één plek gebivakkeerd en hupsakee, de fik erin, op naar het volgende bivak. Zo ging het dus al eeuwen. Nee, we moesten ons vooral geen zorgen maken. Wat vandaag niet is, kan morgen weer zijn en andersom idem dito.

Australië is Australië: bars en woest in al zijn eenvoud. Zoals meesterlijk beschreven door Robert Hughes in zijn monumentale epos De Fatale Kust. Een voormalige boevenkolonie, maar niet de gevangene van zijn eigen twijfels en angsten.

    • Mark Hoogstad