Hondengraven wijzen op oude vriendschap

Aan de basis van de domesticatie van de hond ligt kameraadschap, aldus archeoloog Darcy Morey.

5.000 jaar oud hondengraf, Kentucky. Foto: William S. Webb Museum Webb, William S.

Vrijwel direct na de domesticatie van de hond, zo'n vijftienduizend jaar geleden, ging de mens zijn viervoetige vriend begraven alsof het huisdier een soort sociaal persoon was. Dit schrijft de Amerikaanse archeoloog Darcy F. Morey in het februarinummer van de Journal of Archaeological Science. Morey, verbonden aan de Universiteit van Kansas, heeft een inventarisatie gemaakt van meer dan vijftig prehistorische hondenbegrafenissen, vanaf veertienduizend jaar geleden.

Morey benadrukt dat het verschijnsel van de hondenbegrafenis sindsdien over de hele wereld voorkomt. Als mensen een hond hebben, gaan ze hem begraven, zo lijkt het wel. Opvallend is dat dat bij andere huisdieren of vee vrijwel niet voorkomt. Alleen in Egypte is er een korte periode geweest waarin katten op grote schaal begraven en gemummificeerd werden. Dat een dier begraven is, kan blijken uit de compleetheid van het skelet en uit de verstoring van de grond waarin het fossiel gevonden is.

In het wetenschappelijk debat over de domesticatie van de hond spelen de begrafenissen tot nu nauwelijks een rol, maar volgens Morey vormen ze juist een een cruciale aanwijzing voor de diepe sociale band die mens en hond vanaf het begin hadden. Volgens hem is de sociale band tussen hond en mens zelfs de basis van de domesticatie, en niet een of ander nut als jacht- of waakhond zoals vaak verondersteld wordt. 'Waarom zouden de mensen de hond anders begraven? En vaak werd een hond samen met een mens begraven, zo nauw was de band', legt de joviale archeoloog uit in een telefoongesprek. 'Ze werden begraven met de zorg die wijst op vriendschap en verbondenheid over de dood heen. Een hond was een dier met spirituele kwaliteiten - zoals dat nu ook nog is. Maar zeg, vertel eens, ben jij een dog-person of een cat-person?'

Met zijn nadruk op de persóónlijke relatie tussen mens en hond sluit Morey zich aan bij een groot aantal recente onderzoeken waaruit blijkt dat geen dier de mens zo goed begrijpt als de hond. Beter dan mensapen begrijpt een hond bijvoorbeeld instinctief de menselijke lichaamstaal - zoals het aanwijzen van dingen.

Die begrafenissen zijn daarom ten onrechte verwaarloosd, aldus Morey. 'Neem het oudste bekende fossiel, uit de buurt van Bonn, veertienduizend jaar oud. Altijd wordt dat getypeerd als een lósse hondenkaak. Maar in werkelijkheid is daar in 1914 een vrijwel compleet hondenskelet opgegraven waarvan de meeste botten snel verloren zijn gegaan. En die hond was al begraven bij een dubbelgraf van mensen.'

In zijn overzichtsartikel noemt Morey een groot aantal opmerkelijke begrafenissen op. Zoals die van een oude en versleten hond in Tennessee van zo'n zevenduizend jaar geleden, die op zijn oude dag lang en goed verzorgd moet zijn. Of het jonge hondje in het 11.500 jaar oude graf van een oude man of vrouw in Ein Mallaha (Israël), waarbij de hand van de mens op het hondje rustte.

Op grond van de fossielen gaan de meeste archeologen uit van een domesticatie van de hond rond vijftienduizend jaar geleden. Veel ouder kan het niet zijn, aldus Morey 'Kijk naar de oude rotsschilderingen, nergens zie je een hond.' Pas circa 10.000 jaar geleden verschijnen de eerste honden in beeld.

Maar er zijn ook andere ideeën over het begin van de domesticatie, vooral op grond van genetische analyse. Sommige genetici wijzen op een oorsprong van de nauwe mens-hondrelatie ergens tussen veertig- en vijftienduizend jaar geleden (Science, 2002), maar andere zien het begin van de domesticatie al ongeveer 130.000 jaar geleden (Science, 1997). 'Wat heb je daar nou aan?'', zegt Morey 'Het is allemaal gebaseerd op genetische variatie in honden die nú leven. Wat ik hier heb is daarentegen reële informatie over wat er gebeurde in het verleden.'

    • Hendrik Spiering