Gelukscent

Hij had de cent voor haar opgeraapt, want dat kon een oude man nog wel; toen had hij de cent een beetje opgepoetst door hem langs zijn broekspijpen te wrijven, en in haar handen gedrukt. Misschien dat hij geluk brengt, had hij er aan toegevoegd. 'Dat is alles.' Het leek er op of Mart bezig was verantwoording af te leggen tegenover Ria. En Ria keek er bij of Mart verantwoording aan haar verschuldigd was. De cent zat haar duidelijk dwars.

Ik moet zeggen dat de cent ook mijn aandacht had. Terloops was hij ten tonele verschenen. Marianne Timmer mokte en mopperde voor de camera nadat ze op de WK sprint een podiumplaats verspeeld had. Eerst ging het over technische missers en een gebrek aan felheid. Maar toen kwam het: 'En de gelukscent heeft ook al niks geholpen. De cent die ik van Mart had gekregen!'

Het bleef onduidelijk of Ria genoegen nam met Marts uitleg, ze bleef hem gadeslaan met die heldere en licht ironische oogopslag van haar, maar verder vragen deed ze niet. Om de kijker te sparen? Wellicht, want we bevonden ons opeens in de spelonken van de sporterpsyche, in het donkere gangenstelsel van de ambitie, de krochten van de hoop en de onzekerheid. Marianne Timmer, wetenschappelijk geprogrammeerd, had zich vastgeklampt aan de gelukscent van Mart.

Mart en Ria, zelden zag ik een geslaagder huwelijk tussen een sportcommentator en een ervaringsdeskundige. Een genot voor oog en oor; prikkelende wederzijdse bevruchting - ik blijf er altijd voor thuis. Had zij Mart door moeten zagen over de centkwestie? Dit lag volgens mij in haar oogopslag bestorven: 'Hoor eens, houd jij niet een beetje te veel van Marianne Timmer?' Dan had Mart kunnen antwoorden dat hij een vaderlijke genegenheid voor haar koestert, en dat daar niets mis mee is. Waarop zij had kunnen repliceren dat je erg voorzichtig moet zijn met vaderlijke gevoelens tegenover sporters van het vrouwelijke geslacht, en al helemaal tegenover een kwetsbaar karakter als Marianne Timmer waarvan heel Nederland ondertussen weet dat ze graag een pakje condooms aanschaft wanneer ze van huis is, louter om het genot van de aankoop.

Maar Ria, moeder en kritische hoedster van onze schaatssterren van beiderlei kunnen, zweeg. Ik zag in haar ervaringsdeskundige ogen dat je haar niets wijs hoefde te maken over het instralen van vaderlijke gevoelens in een gelukscent. Ze had er zelf genoeg van in haar handen gedrukt gekregen. En met gelukscenten kan het twee kanten op in de arena: het kan vriezen, en het kan dooien. De ontwapenende verantwoording van Mart, het stille maar strenge noorderlicht in de ogen van Ria, wat een prachtige, subtiel-erotische televisieseconden leverde dat niet op zondagmiddag op.

Nee, ik zie niet op tegen de uren die ik ga doorbrengen op de bank voor het olympische volksfeest in Turijn. Sterker, ik zie er naar uit. Medailles interesseren me niet, ik verheug me meer en meer op de non-verbale schaduwgevechten tussen Mart en Ria. Werkelijk, een onvoorwaardelijke fan ben ik.

    • Peter Winnen