Europarlement draait Europa de nek om

Het stemgedrag (heel vaak tegen) in het machtige Europees parlement bevordert protectionisme en economisch nationalisme, meent Derk Jan Eppink.

Leden van het Europees Parlement hebben decennia geklaagd dat ze geen macht hadden en dat er geen aandacht was voor hun werk. Beide problemen zijn opgelost. Het europarlement heeft veel macht en verwerpt regelmatig wetsvoorstellen, zoals onlangs nog de richtlijn voor de liberalisering van havendiensten. Aandacht is er ook voldoende, getuige de bestorming van het europarlement door havenarbeiders. Maar op het toppunt van macht kampt het parlement met onmacht. Bij essentiële voorstellen zijn er alleen nog meerderheden 'tegen'. Als men vraagt waar het europarlement 'voor' is, volgen de rituelen van een Poolse landdag.

De onderliggende oorzaak is dat het steeds moeilijker wordt in een Europees Parlement van 732 leden uit 25 landen de positieve meerderheden te vinden die nodig zijn om Europese wetgeving goed te keuren. De scheidslijnen lopen niet alleen tussen de politieke fracties maar er ook dwars doorheen. De grote christen-democratische fractie bestaat niet alleen uit linkse en rechtse christen-democraten, maar ook uit Britse conservatieven, regionalisten en quasi nationalisten. De socialistische fractie heeft scheidslijnen tussen traditionele sociaal-democraten, voormalige communisten uit de nieuwe lidstaten en Franse socialisten, die intern zijn verdeeld door geruzie over de kandidaat voor de Franse presidentsverkiezingen. De liberale groep kent een scheiding die overeenkomt met D66 en VVD. Poolse leden stemmen alleen in Pools belang. Het is heel moeilijk om in deze versplintering een lijn te vinden. In de EU is er niet een vaste regeringscoalitie zoals in een lidstaat. De Europese Commissie moet elke keer opnieuw een meerderheid vinden in het parlement.

De spanning wordt nog verhoogd omdat traditioneel links (socialisten, groenen en communisten) in tweede lezing niet meer de benodigde gekwalificeerde meerderheid van 367 stemmen kan halen om een amendement aanvaard te krijgen. Daarom is links in eerste lezing, waar een gewone meerderheid telt, veel agressiever omdat het in tweede lezing buiten spel staat. Zeker op kerndossiers over het 'sociaal Europa' zetten linkse partijen meteen hoog in. Het 'sociaal Europa' wordt meestal gedefinieerd als verzet tegen liberalisering.

Wat gebeurt er bij die verdeeldheid in de praktijk, zoals bleek bij een richtlijn over het software patent en de havenrichtlijn?

Ten eerste kan een rapporteur in de eigen fractie geen meerderheid vinden voor welk standpunt dan ook. Normaal zoekt een rapporteur een meerderheid in eigen groep en bouwt die systematisch uit. Nu schiet hij zijn standpunt blindelings het parlement in, op hoop van zegen. Of hij gebruikt het rapport voor eigen profilering en begint met een radicaal standpunt. Dan is beginpunt tevens eindpunt.

Ten tweede wordt de amendering van het voorstel onbeheersbaar. Soms zijn er vele honderden amendementen. Sommige leden of fracties zien amendering als carpet bombing waarmee alle delen van de richtlijn worden getroffen.

Ten derde ruiken lobbyisten en belangengroepen hun kans. Ze voeren de druk op van buitenaf op met demonstraties, stakingen en acties. Het Europees Parlement komt in het middelpunt van de mediabelangstelling te staan. Door de hoge druk van buiten en het ontbreken van een politieke lijn in huis ontstaat paniek. Iedereen roept 'tegen', zij het vaak om verschillende redenen. Het Parlement is verenigd in het 'nee' omdat het niet meer weet waar het voor is.

De geringe drukbestendigheid wordt ook vergroot door het feit dat het Parlement de spreekbuis van de kiezers wil zijn, maar vaak door die kiezer niet wordt erkend. De opkomst bij Europese verkiezingen is sinds 1979 alleen maar gedaald. Het Europees Parlement stemde in grote meerderheid voor de Europese grondwet die bijvoorbeeld in Nederland met grote meerderheid werd verworpen. Het Parlement heeft daardoor een electoraal minderwaardigheidsgevoel en wil laten zien dat het de verdediger is van het 'Europa van de burger'.

Het merkwaardige is dat het Europees Parlement uitgerekend de wetgeving onderuithaalt die Europa tot de meest competitieve en dynamische economie van de wereld wil maken. Door de verwerping is er geen software patent. Het verwerpen van de havenrichtlijn leidt ertoe dat havens de exclusieve zones van vakbonden blijven. Een Fransman kan alleen havenarbeider worden als hij zich aansluit bij de communistische vakbond. Het verzet van havenarbeiders had meer te maken met syndicale privileges dan met een sociaal Europa.

Volgende maand staat de dienstenrichtlijn op het programma in Straatsburg. Als dezelfde mechanismen van de afgelopen maanden wederom opduiken in het europarlement loopt die richtlijn de kans te worden verworpen of te worden uitgekleed, bijvoorbeeld door het beginsel van het land van oorsprong weg te stemmen. Volgens die richtlijn kan een dienstenaanbieder uit één lidstaat overal in de EU zijn diensten aanbieden. Wordt dat beginsel geschrapt dan is de dienstverlener weer onderworpen aan alle nationale, bureaucratische hindernissen. Vrij verkeer van diensten wordt dan een lege doos. De dienstensector is de grootste en snelst groeiende van Europa. Wie die richtlijn torpedeert, torpedeert ook de doelstelling Europa tot de meest dynamische economie ter wereld te maken.

Het Europees Parlement is een machtige instelling. Tegelijk is het onmachtig omdat het bij cruciale wetgeving zonder kompas ronddobbert en slechts is verenigd als afwijzingsfront. Daarmee dreigt het Parlement, wellicht ongewild, protectionisme en corporatisme te bevorderen.

Wie een vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en werknemers ondermijnt, laat de Europese economie eroderen. Economisch nationalisme leidt niet tot een sociaal Europa. Integendeel.

Derk Jan Eppink is lid van het kabinet van de Estse Commissaris Siim Kallas.

    • Derk-Jan Eppink