China heeft veel te verliezen in Iran

De VS en China zijn partners. Maar Peking wil wel graag zijn eigen koers blijven varen. Bijvoorbeeld als het om Iran gaat. Want ook Iran is een partner van China, met veel olie en gas.

Wang Xinjun van China's Academie van Militaire Wetenschappen weet waarom het zeer onverstandig zou zijn Iran met geweld te dwingen zijn nucleaire programma op te geven. 'Iran is niet Irak', schreef hij vorige week in het Volksdagblad.

Hij bedoelde dat Iran militair veel sterker staat dan het Irak van voor de oorlog. En hij bedoelde ook dat Iran als vierde olieproducent in de wereld een sleutelpositie inneemt voor economische stabiliteit in de wereld. De wereld kan het verlies van de Iraanse energieleveranties als gevolg een oorlog niet dragen, schreef hij.

Wangs conclusie dat alleen een diplomatieke oplossing wenselijk is voor de Iraanse nucleaire ambities komt - niet toevallig - overeen met het standpunt van de regering. Net als eerder verzet Peking zich tegen doorverwijzing van de kwestie naar de VN-Veiligheidsraad om sancties voor te bereiden.

Niet een of andere machtige staat - lees de VS - beoordeelt het karakter van het Iraanse nucleaire programma (vreedzaam of oorlogszuchtig) maar het IAEA, aldus een ander recent commentaar in het Volksdagblad, de communistische partijkrant. Peking vindt dat in ieder geval moet worden gewacht totdat het Atoomagentschap op 6 maart met een nieuw rapport over Iran komt.

Premier Wen Jiaobao en minister van Buitenlandse Zaken Li Zhaoxing hebben die Chinese houding van 'onderhandelen en nog eens onderhandelen' vandaag ongetwijfeld onderstreept in hun ontmoetingen met de bezoekende Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Robert Zoellick. Zoellick is in Peking om een bezoek in april van president Hu Jintao aan de VS voor te bereiden. Maar ook de twee nucleaire kwesties - Iran én Noord-Korea - staan hoog op de agenda.

In beide speelt China een sleutelrol. Het is initiatiefnemer van het zes-partijenoverleg over het opgeven van kernwapens door Noord-Korea. En zonder in ieder geval passieve Chinese medewerking - afzien van een veto in de Veiligheidsraad - is doorverwijzing van 'Iran' voor de VS weinig aantrekkelijk. Een blokkade daar zou de internationale verdeeldheid onderstrepen. Anderzijds: als Rusland overtuigd raakt van de noodzaak van hard ingrijpen, komt China geïsoleerd te staan.

Voor Washington is China's opstelling een graadmeter om te zien of het zich gedraagt als een verantwoordelijke 'belanghebbende' (stakeholder) in de internationale arena. De term 'stakeholder' lanceerde Zoellick vorig jaar september om aan te geven dat de VS positief staan tegenover China's Vreedzame Opkomst, maar niet onvoorwaardelijk. Peking van zijn kant gebruikt zijn doctrine van Vreedzame Opkomst om te zeggen dat zijn economische expansie (anders dan in het koloniale verleden van westerse landen) niet ten koste gaat van anderen, en dat er geen wapengekletter mee gepaard gaat.

Chinese leiders hebben daarbij herhaaldelijk gezegd de VS hard nodig te hebben als economische partner. De VS zijn géén strategische vijand. Maar zich de les laten lezen door Washington is iets heel anders. China bemoeit zich niet met 'binnenlandse aangelegenheden' van anderen, is een uitgangspunt in zijn relaties. In het verlengde daarvan ligt politiek ongenoegen over 'hegemonistische' overheersing door Amerika.

Maar China's belangrijkste argument voor terughoudendheid jegens Iran heet olie en gas. Meer dan 11 procent van China's olie-import komt al uit Iran. Eind 2004 sloot China miljardencontracten voor olie- en gaswinning in Iran. Met een jaarlijkse handel van ruim 10 miljard dollar is China hard op weg Japan in te halen als belangrijkste economische partner voor Iran. Dat is leuk voor Iran, maar ook voor China. Zonder olie uit onder andere Iran verliest China brandstof voor zijn groei.

Vandaar Wangs waarschuwing in het Volksdagblad. Het gaat bij China en Iran niet alleen om principes van vriendschap maar ook om economisch eigenbelang.

    • Wim Brummelman