Symbool van Kosovo's onafhankelijkheidsstreven

Voor veel Kosovaren was Ibrahim Rugova, de zaterdag op 61-jarige leeftijd aan longkanker gestorven president van Kosovo, een welhaast mythische figuur - en dat hoewel de frêle literatuurhistoricus geen greintje charisma had, geen redenaar was en geen heldendaden heeft verricht. Integendeel bijna. Een saaie, stille man zonder uitstraling, een heer die leefde voor de literatuur en voor zijn stenenverzameling die elke bezoeker te zien kreeg, een onopvallende intellectueel, met een zijden sjaaltje als handelsmerk, een vriendelijke en beminnelijke man. Maar ook een man die door niemand van zijn stuk te brengen was.

Een gemanipuleerde Rugova (rechts) met Milosevic. Foto Reuters File picture show Kosovo Albanian leader Ibrahim Rugova (R) with former Yugoslav President Slobodan Milosevic in Belgrade during the NATO air strikes against Yugoslavia, April 1, 1999. Rugova, icon of the ethnic Albanian drive to win independence from Serbia, died on Saturday, January 21, 2006, a source close to his office said. Rugova, 61, was diagnosed with lung cancer in September 2005 and had been undergoing treatment at his residence in Pristina. Picture taken April 1, 1999. REUTERS/Str/File REUTERS

Het was die laatste karaktertrek die hem vijftien jaar lang in staat heeft gesteld de leider van de Kosovo-Albanezen te blijven. Rugova was onverzettelijk. Onderhandelaars konden op hem in praten, hij week niet. Onderhandelen met Rugova, zo rapporteerde ooit een van hen wanhopig, is boetseren met gelei. De man bleef altijd vriendelijk, maar week niet.

Leider van de Kosovaren werd hij bij toeval. In 1989 pakte Milosevic Kosovo de autonomie af die hun in 1974 door Tito was toegekend. Kosovo werd een apartheidsstaat: op alle niveaus en in alle sectoren van de samenwerking werden de Kosovo-Albanezen uit hun baan gegooid, tenzij ze met de Serviërs wilden collaboreren. De Albanezen gingen ondergronds. Ze riepen na een referendum de ondergrondse republiek uit, een parallelle schaduwstaat, compleet met een regering, een parlement, scholen, ziekenhuizen en een heuse belastingdienst.

Bestuurd werd die schaduwstaat door de partij die in december 1989 was gesticht: de Democratische Liga van Kosovo (LDK). De Kosovaren hadden graag hun belangrijkste intellectueel tot voorzitter van die partij gemaakt, de schrijver Rexhep Qosja, maar die bedankte voor de eer. Daarop viel de keus op Rugova, voorzitter van de Kosovaarse Schrijversbond. Niet dat Rugova zo indrukwekkend was. Intellectueel stond de in Pristina en aan de Parijse Sorbonne opgeleide literatuurhistoricus en estheticus zijn mannetje, hij had een mooie studie geschreven over het werk van de 17de eeuwse aartsbisschop en schrijver Pëter Bogdani, maar verder was hij door niets opgevallen. 'Een soort loser die in het café zit en te veel koffie drinkt', zo omschreef een collega hem. De keus viel niettemin op hem omdat Rugova, pacifist in hart en nieren, zo vriendelijk was en nooit met iemand ruzie had gemaakt. Een compromisfiguur. Maar wel een compromisfiguur die bij de ondergrondse presidentsverkiezingen van 1992 95 procent van de stemmen kreeg.

Rugova werd in de eerste helft van de jaren negentig de kampioen van het geweldloze verzet tegen de Servische overheersing. In Kroatië en Bosnië werd oorlog gevoerd. 'Het is beter niets te doen en te blijven leven dan te worden uitgeroeid', zo hield Rugova zijn volk voor. En dat volk luisterde, organiseerde zijn ondergrondse samenleving en probeerde uit de wind te blijven. Intussen reisde Rugova de wereld rond om de internationale gemeenschap te wijzen op het stille drama van een volk dat genadeloos werd onderdrukt. Zijn doel was duidelijk te maken dat het drama geen interne Servische kwestie was.

Milosevic liet hem zijn gang gaan. Het was een arrangement dat hem niet schaadde. Zolang Kosovo dankzij Rugova's pacifisme rustig bleef had hij daar geen problemen - en zonder Rugova zou Kosovo niet rustig blijven. En Milosevic wist ook dat Rugova's gelobby de Kosovaren niets opleverde: de wereld wilde van een wijziging van Servië's grenzen niets weten en zou ook, afgezien van wat makkelijke verklaringen, niets voor Kosovo doen zolang het rustig bleef. De wereld, zo wist Milosevic, komt alleen in actie als er geweld losbarst.

Het Dayton-akkoord, dat eind 1995 een eind maakte aan de oorlog in Bosnië, gaf Milosevic gelijk. Met geen woord werd in het akkoord over Kosovo gerept. Vijf jaar van geweldloosheid en vijf jaar lobbyen van Rugova hadden niets opgeleverd. Milosevic was in genade aangenomen door de internationale gemeenschap en stond steviger in zijn schoenen dan ooit. Rugova stond in zijn hemd.

Na 'Dayton' werd in Kosovo de stem van diegenen die gewelddadig verzet tegen de Serviërs bepleitten steeds luider. In 1996 werd het guerrillaleger UÇK opgericht, het Kosovo Bevrijdingsleger. Rugova bestempelde het UÇK kwaad als een 'door Belgrado gestichte groep die de pacifistische politiek in diskrediet moet brengen'. Hij raakte op de achtergrond, maar bleef als symboolfiguur populair: bij de verkiezingen van 1998 kreeg hij 99 procent van de stemmen.

De afloop is bekend: na een reeks bloedbaden van de Serviërs tegen Kosovaren ontketende in maart 1999 de NAVO haar Kosovo-oorlog tegen de Serviërs. Het Servische gezag viel en Kosovo kwam onder VN-bestuur te staan.

Kort na het uitbreken van de oorlog liet Milosevic Rugova van Pristina naar Belgrado overbrengen, om hem voor het oog van de camera de hand te schudden. Het leverde Rugova woedende verwijten op - over collaboratie en verraad. Rugova zei dat hij geen keus had gehad: hij was tegen zijn zin voor de camera gezet. Hij werd geloofd, in 2002 en 2004 werd hij opnieuw tot president gekozen.

Erg tolerant was Rugova niet. Alle leiders van de LDK zijn in de loop der jaren met ruzie weggelopen. Rugova kon niet tegen tegenspraak. Een vriendelijke dictator, geliefd ondanks zijn vele misrekeningen. Niet door zijn pacifistische benadering maar door de guerrilla van het UÇK en het brute antwoord van de Serviërs staat Kosovo nu op de drempel van de onafhankelijkheid. Het is Rugova's tragiek dat hij net vóór die drempel is gestorven.