Stembuswinst conservatieve Cavaco Silva

De centrum-conservatieve kandidaat Aníbal Cavaco Silva heeft gisteren de Portugese presidentsverkiezingen gewonnen. Al in de eerste ronde behaalde hij een absolute meerderheid.

Daarmee krijgt Portugal voor het eerst sinds de Anjerrevolutie, die in 1974 de democratie bracht, een conservatieve president. Cavaco won met 50,6 procent van de stemmen, een minimale marge waarmee een tweede verkiezingsronde overbodig werd.

Van de vijf linkse kandidaten voor het presidentschap kreeg de socialistische afgevaardigde en schrijver Manuel Alegre met 20,7 procent de meeste stemmen. De officiële socialistische kandidaat, Mário Soares, werd derde met 14,3 procent. De uitslag geldt daarmee als een tegenvaller voor de socialistische regering van premier Socrates, die met een absolute meerderheid regeert.

In een optimistische, geëmotioneerde toespraak liet Cavaco Silva gisteren na het bekend worden van de uitslag weten dat hij 'de president van alle Portugezen' wil zijn. Cavaco zal begin maart worden beëdigd als staatshoofd. De Portugese president, die voor vijf jaar wordt benoemd, heeft slechts beperkte bevoegdheden. De hoge opkomst van 62 procent van de kiezers (tegen 50 procent bij de vorige presidentsverkiezingen toen de socialist Jorge Sampaio werd herkozen) wordt evenwel verklaard door het breed gedeeld gevoel van crisis waarin Portugal zich al enige tijd bevindt. De stijgende werkloosheid, haperende economie, grote inkomensverschillen, wanbestuur en corruptie leidden tot een de roep om een president die het land weer zijn zelfvertrouwen terug kan geven.

Met een positieve boodschap voor de toekomst - zonder verder toe te lichten wat zijn beleid wordt - wist Cavaco Silva tijdens de campagne uit te groeien tot de onbetwiste favoriet. In de peilingen behaalde hij echter een aanzienlijk ruimere winst dan uiteindelijk het geval was. Cavaco Silva was premier voor de centrum-conservatieve partij van Portugal in de periode van 1985 tot 1995. Hij gold toen als een technocratisch econoom, wat hem de bijnaam 'de professor' bezorgde. Als president van de republiek heeft Cavaco echter geen directe bevoegdheden om in te grijpen in het economische beleid van de regering.

Premier José Socrates erkende het tegenvallende resultaat voor de zittende socialistische regering en kondigde aan met de president te willen samenwerken..