'SP-wethouders blijken goede bestuurders'

Als enige grote stad wordt Nijmegen bestuurd door GroenLinks, PvdA en SP. Het college investeert in heel de stad maar heeft weinig affiniteit met het bedrijfsleven. 'Toch zit Nijmegen niet op slot.'

Het beloofde economisch weinig goeds, het programma van het nieuw gevormde college van GroenLinks, PvdA en SP, vier jaar geleden. De brandbrief die de Kamer van Koophandel toen namens het bedrijfsleven naar het Nijmeegse college stuurde, liet aan duidelijkheid niets te wensen over.

Het gemak waarmee bestaande afspraken van tafel waren geveegd was 'onthutsend' en de 'summiere' sociaal-economische paragraaf van het college-akkoord baarde zorgen. Bijna vier jaar later moet directeur Ronald Migo van de Kamer van Koophandel erkennen dat de stad niet in een economisch verval is gestort en er wel degelijk dingen van de grond zijn gekomen, zoals 'FiftyTwo Degrees', een onderzoeks- en kenniscentrum. 'Nijmegen is niet op slot gegaan', zegt Migo die zorgen houdt over lastendruk en arbeidsmarkt.

Het blijft voor het bedrijfsleven wennen dat CDA en VVD in de oppositie zijn beland. In Nijmegen (159.000 inwoners) waren de christen-democraten sinds de negentiende eeuw aan de macht. De verschuiving van 'rooms' naar 'links', die in de jaren zestig in studentenstad Nijmegen was ingezet, werd bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 versneld. GroenLinks werd de grootste partij en deed wat de PvdA vier jaar eerder had gekund, maar niet aandurfde: het formeren van een links college. Duurzame economische ontwikkeling, solidariteit met de armen en extra investeringen in gebruik van fiets en openbaar vervoer werden hoofdlijnen van het beleid.

Een van de eerste belangrijke besluiten was het trekken van de stekker uit het omstreden plan om in de Betuwe een multifunctioneel transportcentrum (MTC) te bouwen. Het was - symbolisch voor het nieuwe beleid - een keuze voor behoud van groen, tégen de 'transportmanie' én een signaal dat er meer geluisterd zou worden naar de bevolking. 'Het vorige college (van CDA, VVD en PvdA. red.) fixeerde zich met name op de totstandkoming van grote prestigieuze projecten in de binnenstad', zegt fractievoorzitter Wouter van Eck van GroenLinks.

Meer dan voorheen laten wethouders hun gezicht zien in de wijken. Zelfs de politieke tegenstanders erkennen dat de kloof tussen de bevolking en het stadhuis kleiner is geworden.

'Dat doen ze goed', zegt fractievoorzitter Peter-Paul Leferink op Reinink van de VVD. De SP mag dat volgens hem op haar conto schrijven. 'Mijn grootste verbazing is dat de SP-wethouders goede bestuurders blijken te zijn.' CDA-fractievoorzitter Richard Preijers vindt dat het college 'het beter doet dan verwacht' maar lang niet alle beloften waarmaakt.

De oppositie oordeelt mild omdat een 'linkse revolutie' is uitgebleven. Er zijn geurvlaggetjes uitgezet, zoals de aankoop van een kraakpand om een 'culturele broedplaats' te legaliseren en het schenken van koelkasten aan langdurige minima, maar van een scherpe ruk naar links is geen sprake. Het zijn eerder accentverschuivingen. Zo worden er relatief meer (goedkope) huurwoningen gebouwd en is op economisch gebied minder ruimte gegund aan de volumineuze transportsector dan aan bedrijven die hoogwaardige kennis ontwikkelen en verkopen.

Hoogwaardige werkgelegenheid sluit aan bij de veranderende economische structuur. In Nijmegen, van oudsher een industriestad, hebben met name de zorg- en onderwijssector de afname van de industriële werkgelegenheid gecompenseerd. Vijftig procent van de beroepsbevolking is hoger opgeleid, wat deels verklaard wordt door de aanwezigheid van een universiteit. De werkloosheid, die eind jaren tachtig twee keer zo hoog was als het gemiddelde in Nederland, ligt nu volgens CBS-cijfers een procent boven het gemiddelde.

In de ogen van CDA en VVD hadden er de afgelopen vier jaar meer mensen aan een baan geholpen moeten worden. Zij geven de schuld aan GroenLinks-wethouder Scholten, die er in hun ogen onvoldoende in geslaagd is om problemen bij de sociale dienst op te lossen en geen feeling met het bedrijfsleven heeft.

'De verhouding met het bedrijfsleven is slecht', oordeelt ook PvdA-fractievoorzitter Ton van Vroenhoven. Hij vindt het lastig om met GroenLinks te besturen. 'Ze zijn soms wat geitenwollensokkerig. Bij moeilijke beslissingen worden ze teruggefloten door hun achterban.'

Waarmee de toon voor de komende verkiezingen is gezet. De PvdA, die op basis van peilingen mogelijk de grootste partij wordt, wil de coalitie wel voortzetten, maar niet ten koste van alles. En de VVD is bereid de plek van GroenLinks in het college in te nemen. Wouter van Eck vindt dat zijn partij en het linkse college het 'niet slecht doen'. Het minimabeleid is ondanks bezuinigingen van het rijk verbeterd, er zijn meer fietspaden en buurtvoorzieningen gekomen en de verhouding tussen burgers en politiek is 'opener' geworden, zegt hij. 'Rotterdam ging na de verkiezingen naar rechts, wij naar links. Dan zijn wij toch een stuk stabieler.'