Politiek correcte humor op Winternachten

Gaan engagement en humor eigenlijk samen? Om die vraag draaide het op het Haagse literaire festival Winternachten.

De Antilliaanse zangeres Marietza Haakman tijdens Winternachten Foto Merlin Daleman Merietza Haakmat (en Hershel Rosario). Winternachten, Spui theater. Den Haag, 21-01-06 Winternachten, Spui theater. Den Haag, 21-01-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Tussen vier steriel witte muren, gezeten op strakke rijen stoelen zit het zwijgende publiek. Als in een kerk op zondagochtend, wachtend op de preek van de dominee. Op de kansel van de Kleine Zaal van het Theater aan het Spui verschijnt publicist Bas Heijne met twee jonge, Afrikaanse schrijvers. Met hen spreekt hij over de ambities en het engagement van de Afrikaanse jeugd. Zo begint het literatuurfestival Winternachten - maar de sfeer moet er dan nog wel inkomen.

De Zuid-Afrikaan Niq Mhlongo, die de lichtvoetige komedie Dog Eat Dog schreef, maakt deel uit van de Kwaito-generatie. Kwaito is een muzieksoort uit de town-ships van Zuid-Afrika; de beoefenaren becommentariëren de situatie in het land. Niq Mhlongo meent dat jongeren in Afrika zich langzaam emanciperen. Zijn Nigeriaanse collega Helon Habila beaamt dit: ,,Er is zeker ambitie onder Afrikaanse jongeren. Die bestaat vooral uit het vechten tegen dat wat hen probeert te beperken.'

Gisteren werd het vierdaagse literatuurfestival Winternachten in Den Haag afgesloten. Het thema van de elfde editie was 'Helden van de geest'. Maar eigenlijk draaide het festival om de vraag of sociaal-maatschappelijke betrokkenheid op humoristische wijze kan worden gebracht. Dat leek een poging tot het verluchtigen van het festival, dat in andere edities vaak een zware toon en thematiek voerde.

Engagement en humor vormen een lastige combinatie. Cabaretier Freek de Jonge ('het rijmt, dat u niet schrikt') en de Zuid-Afrikaanse theatermaker en acteur Pieter-Dirk Uys ('Ich bin ein Afrikaner') gaan er opgewekt over in gesprek. Uys maakt duidelijk dat grappen over apartheid best mogelijk zijn. 'Ik hoorde een keer een vrouw zeggen: 'ik haat apartheid en ik haat zwarten'.' Volgens hem toont die uitspraak de erfenis van zijn land. Het gretige publiek lacht om de politiek correcte grappen van De Jonge en begint braaf te applaudisseren als Uys vertelt dat er in ieder geval één ding is dat zijn leven de moeite waard maakt: hij heeft ooit Nelson Mandela aan het lachen gemaakt.

In diezelfde zaal improviseren later de Iraniërs Hossein Alizadeh en Madjid Khaladj op klassieke Perzische melodieën. Vooral Khaladj op de daf (zachte ronde trommel die voor het lichaam wordt gehouden) maakt indruk. Khaladj's vingers strelen de trommel met ingetogen finesse, maar dreunen ook diepe tonen en tikken droge klappen: een enorme gamma van klanken komt vrij.

Echte muzikale warmte wordt echter verspreid door de jonge en charismatische zangeres Marietza Haakman uit de Antillen, die moderne bewerkingen zingt van traditionele liederen uit Curaçao. En nadat op de late avond de dichters Gerrit Komrij, Maria Barnas, Ilja Leonard Pfeijffer en Hans Verhagen met schrijfster en NRC-journalist Joyce Roodnat hebben gedebatteerd over 17e-eeuwse en hun eigen hekeldichten op de Nederlandse geest, dansen de bezoekers op muziek van salsaband Charanga La Crisis. Die lichte Caraïbische klanken neutraliseren alsnog het sobere en statische karakter van de avond.

    • Elda Dorren